Parasha

In geen enkel woordenboek komt `parasha' voor, en toch was het overal in de Sovjet-gevangenissen de kern van het bestaan. De parasha – ook wel aangeduid met `Rood Moskou', een favoriet merk parfum – was een brede, vrij lage ton met een plank op de rand. In alle cellen, veewagons, scheepsruimen, kampbarakken, overal stond in een hoek die volle bak stront waar van alles uit kon spetteren als iemand erop zat. `Alle barakken, al onze kleren, zelfs ons eten, alles was doortrokken met die stank', schreef ex-gevangene Martinus Melluzi naderhand. `Die stank, die onvoorstelbare goorheid, dat was misschien wel het ergste dat ze ons aandeden.'

Afgelopen donderdag was het precies vijftig jaar geleden dat bewapende NKVD-mannen (later: KGB-mannen) in de vroege morgen hier bijna deur aan deur klopten. Alleen uit Riga werden die dag 40.000 mannen, vrouwen en kinderen gedeporteerd, uit alle Baltische landen samen 100.000. Met de parasha hoopte Stalin het verzet definitief te breken.

In het Bezettingsmuseum is-ie te zien, in een nagebouwde barak, samen met wat zelfgemaakt bestek, een liefdevol gemaakte boekenlegger en een paar brieven, op boomschors geschreven. Veel is het niet, het meest tastbare is een cijfer: `Tijdens de periodes van Sovjet- en Duitse bezetting verloor Estland 550.000 mensen, meer dan eenderde van de bevolking.'

Maar de jeugd lijkt het niet te deren. Die bezoekt alweer massaal het marmeren Stalin-restaurant Nostalgia en het kraakcafé `Mierikswortel sandwiches', vol oude Sovjet-troep en goedkope wodka. Het geheugen is hier kort, anders is het geen leven.