Managers op de universiteiten

Wat er eigenlijk misgegaan is met de universiteiten en waarom, dat zou André Klukhun, directeur van het Studium Generale van de Universiteit van Utrecht, wel eens willen weten. Zijn stuk in Ons Erfdeel heet `Liever de gifbeker' en het gaat `Over de universiteit en de markt' een combinatie waar de laatste jaren nogal wat over te doen is en die niet steeds heel gelukkig uitpakt. Klukhun zet nog eens uiteen wat anderen ook al vergeefs geprobeerd hebben duidelijk te maken: dat noch de markt, noch de universiteiten er veel mee opschieten als men probeert die twee zo stevig mogelijk aan elkaar te verbinden. Hij wijst erop dat tegenwoordig één op de vier hoogleraren een bijzonder hoogleraar is, aangesteld door een bedrijf. ,,Shell, Philips, Nedlloyd, KLM, Vroom & Dreesman, de farmaceutische bedrijven en Smith Chips, allemaal hebben ze hun eigen leerstoel.'' Daar hoeft misschien nog niemand van te schrikken, maar de ervaring en de geschiedenis leren dat er zelden iets bijzonders wordt gevonden door te zoeken naar iets dat concreet toepasbaar is. De meeste dingen worden ontdekt doordat onderzoekers de vrijheid kregen om fundamenteel onderzoek te doen. Soms levert dat niets op, soms iets waar niet naar gezocht werd, soms een aanzet tot iets groots.

Deze nieuwe hoogleraren mogen bovendien niet al te kritisch zijn, schrijft Klukhun, en ook dat is funest voor de wetenschap, die juist de taak heeft kritisch te zijn en vragen te stellen. Hij noemt twee schokkende gevallen: een daarvan betreft een fysicus ,,die, als bijzonder hoogleraar in dienst van het bedrijf dat de kernreactoren van het ECN in Petten in eigendom heeft, beweerde dat kernreactoren wat onveiliger zijn dan doorgaans wordt gesuggereerd, waarna hem een publicatieverbod opgelegd werd op straffe van ontslag''. En niet alleen de onderzoekers wordt de mond gesnoerd, ook degenen die zich willen uitspreken over hoe het toegaat op de universiteit, de docenten en de studenten, hebben zich nergens meer mee te bemoeien. Universiteiten worden professioneel gemanaged door types die zich met niets anders dan dat bezighouden en die de band met onderwijs en onderzoek verliezen.

Is dit stuk dus één grote klaagzang? Ja. En terecht. Maar Klukhun laat het daar niet bij, hij doet ook nog twee dringende aanbevelingen: het fundamentele onderzoek, en het universitaire onderwijs dat daarvoor opleidt, moet door het bedrijfsleven en de politiek zoveel mogelijk vrij worden gelaten, en het hoger onderwijs moet in het algemeen zo toegankelijk mogelijk worden gemaakt. Dat dat allemaal geld kost, daar is Klukhun zich van bewust, maar hij vindt dat niets teveel gevraagd aan een samenleving `die zo'n beetje alles aan de wetenschap te danken heeft'. Een juist stuk, het enige jammere ervan is dat het zo ontzaglijk beta is en uiteindelijk toch wel op `nut' mikt, op toepasbaarheid en geen woordje over heeft voor de alfa-studies, voor de kennis om de kennis etc. Die moet er toch ook zijn, anders gaat de samenleving er net zo goed aan.

Die kant van de wereld komt juist weer wel aan de orde in het mooie stuk van Ed Leeflang die zich zijn kennismaking met Guido Gezelle herinnert, dat wil zeggen met de poëzie van Gezelle. Op een middag dat hij zich als negen- of tienjarig kind verveelde ,,samen met het tafelkleed, de grote koperen hagedis, de palm en de nooit gebruikte koffiepot met dat nutteloze kraantje eraan'', stuitte hij op Gezelles `Als de ziele luistert'. En was aangedaan. Vervolgens gaat hij zijn geschiedenis met Gezelle na, die via het flinke Boerke Naas die een rover op de vlucht jaagt – ,,Is `t dat ge u niet,/ in een-twee-drie, van hier en pakt,/ gij galgendweil, ik schiet!'' – en de bekendste gedichten als `Het schrijverken' en `Ego flos' naar `Boodschap van de vogels en andere opgezette dieren' leidt. Een schitterend gedicht dat Leeflang in extenso citeert, tweeëneenhalve pagina lang.

,,Gij, die kwinkt en gij, die kwedelt/ gij, die schuifelt en die vedelt, / gij die neuriet, gij die tiert'' etc. Very Gezelle en erg mooi.

Ons Erfdeel, 42ste jrg. nr. 1. Uitg. Stichting Ons Erfdeel tel. 0032 561 411201.