Liszt-concours: roerige finale

De uitdeling van de prijzen op het Vijfde Internationaal Franz Liszt Pianoconcours verliep zaterdag in Utrecht even tumultueus als de onstuimige werken van Liszt zelf. Prinses Margriet reikte in Muziekcentrum Vredenburg op de gala-avond allereerst de derde prijs (10.000 gulden) uit aan de zestienjarige Chinees Yundi Li, duidelijk publiekslieveling. Boe-geroep barstte los toen bekend werd gemaakt dat de tweede prijs (15.000 gulden) was bestemd voor de zeventienjarige Italiaanse Mariangela Vacatello. Met drie kandidaten in de finale betekende dit dat de 24-jarige Japanner Masaru Okada werd beloond met de hoofdprijs (25.000 gulden) waarmee de jury demonstreerde dat het louter ging om technische prestaties.

Van Okada's spel word je koud noch warm. Het bevestigt het cliché dat Japanners sterk zijn in een precieze reproductie en veel minder in een creatief denken, in fantasierijke prestaties. Drie keer speelde Okada de Liebestraum No. 3 (in de halve finale, als toegift in de finale en op het zondagse koffieconcert) en alledrie keer op exact dezelfde wijze. Speelvreugde noch grandeur komen in zijn vocabulaire voor, poëzie alleen in gemaniëreerde zin, want tussen het mezzoforte en een geforceerd pianissimo ontwikkelt hij nauwelijks natuurlijk spel en boven het forte beukt hij er onbarmhartig op los.

Virtuositeit en demonie, angstaanjagend gespierd, zijn de sterkste kanten. En voor die `stalen techniek' kan men bewondering opbrengen: het octavenspel is zelfs onovertroffen en er zijn pianisten die met zo'n eenzijdige `Okada'-techniek een eind komen, zoals Weissenberg en Toradze. Er werd pp de finaleavond maar één werk behoorlijk uitgevoerd: Yundi Li's door tintelende elektriciteit gekarakteriseerde vertolking van het Pianoconcert No 1. De Réminiscense de Don Juan zette hij overtuigend in, maar na enkele misslagen speelde hij op safe, dodelijk voor dit soort bravourekunst. Yundi Li is ongeremd en veel te pathetisch vooralsnog, maar kan uitgroeien tot een boeiende verteller als hij zijn temperament onder controle krijgt; hij versnelt en vertraagt, schiet uit en stottert, aan mededeelzaamheid geen gebrek.

Mariangela Vacatello komt uit de school van Franco Scala, evenals Enrico Pace en Igor Roma, de winnaars in 1989 en 1996. Vacatello is nauwelijks de mindere van Yundi Li en eveneens een waaghals, zij neemt in door een spontaan soort van muzikaliteit. Als je je in de halve finale met zo'n flair stort op Chasse-neige uit de études opus 1, ben je een geboren concourstijgerin. Jammer dat ook zij haar zenuwen in de finale niet kon bedwingen en het pianoconcert nauwelijks genuanceerd werd afgeraffeld.

Muzikaal toonde zich in de halve finale tevens de Russin Elena Nesterenko, een van de weinigen die iets met tegenstemmen wist aan te vangen evenals de Chinese Jing Du, die jammer genoeg bij het forte steeds moest opwippen om extra kracht bij te zetten.

Een openbaring was de 22-jarige Olivier Besnard, leerling van Jacques Rouvier en Michel Béroff. Besnard is meer dan een belofte en analyseert, musiceert en kleurt in één dwingend betoog. Hij weet zelfs te woekeren met de grijzen en zwarten in Liszts late werken. Liszt hield van kleuren, op toernee droeg hij elke dag een anders gekleurde das en de Sonate in b werd met gekleurde inkt genoteerd. Het gevaar van verbrokkeling is dan groot maar Besnard was de enige die dat probleem onderkende en oploste, onder meer door het nu juist niet in extreme tempi te zoeken. Dit was het concours van Il piu presto possibile met virtuositeit als doel op zichzelf. Besnard begrijpt daarvan het betrekkelijke. Hij zit achter de piano als indertijd de Canadees Glenn Gould, heel laag met de toetsen bijna op ooghoogte en hij bezit een frapant overeenkomstige discipline. Hem kon de persprijs dan ook niet ontgaan. De muzikaliteit van één Italiaanse en analytische geest van één Fransman, dat was wat overwon, om te blijven in de terminologie van het concourswezen.

Vijfde Internationaal Franz Liszt Pianoconcours. Gehoord 23-28/3, Muziekcentrum Vredenburg Utrecht. Tv: 31/3 Tros Ned 2.