Journalisten gaan op de koffie bij het CDA

De ruimte straalt voornaamheid uit. Vorstelijke schemerlampen kleuren het daglicht bij. Een antiek bureau pronkt in een hoek. En op een bijzettafeltje liggen de memoires van Henry Kissinger, de gebundelde herinneringen van Helmuth Kohl en Bornewasser's geschiedenis van de KVP. Zoveel staat vast: hier wordt macht uitgeoefend.

De ministerskamer van het vroegere ministerie van Justitie aan het Plein is de werkkamer van Jaap de Hoop Scheffer, de leider van het CDA die zijn partij door de woestijn van de oppositie leidt. Zelf is de fractievoorzitter deze ochtend niet aanwezig, maar vice-fractievoorzitter Ank Bijleveld-Schouten ontvangt. ,,Het tweede kopje koffie is gratis, en het eerste ook'', grapt ze naar haar gasten.

Op vrijdagochtend houdt het CDA visite voor journalisten. Een enigszins vreemde bijeenkomst op een enigszins vreemd tijdstip. Het gebouw van de Tweede Kamer is op vrijdag praktisch uitgestorven: Kamerleden zijn thuis of op werkbezoek en journalisten duiken pas laat in de middag op, als de minister-president zijn wekelijkse persconferentie geeft.

Het CDA geeft geen persconferentie, het CDA heeft ook geen nieuws, het CDA wil bijpraten. Uitleggen wat de oppositie beweegt en commentaar leveren op wat zich in de afgelopen week heeft afgespeeld. Plus vooruitlopen op wat de premier later die dag gaat zeggen. ,,Je hebt als oppositie maar weinig eigen momenten om je verhaal neer te zetten'', licht Bijleveld toe.

Ze heeft deze ochtend, afgelopen vrijdag, pech. De nacht ervoor heeft de Nederlandse regering op de Europese top in Berlijn een mooi resultaat weggesleept. Er is bij de herverdeling van afdrachten meer geld binnengehaald dan verwacht en daar kun je als oppositie, ook al heb je een medewerker het allemaal nog eens laten narekenen, weinig op afdingen. Dus beperkt Bijleveld zich tot kanttekeningen over wat in Berlijn niet is geregeld, maar is ze ook zo royaal om complimenten uit te delen.

Naast Berlijn beheerst Kosovo de politieke agenda. Maar ook hier is de oppositie volgend, of liever is er geen sprake van oppositie. ,,In tijden van oorlog moet je geen partijpolitieke discussies voeren. Wij staan allemaal honderd procent achter de regering en de inzet van de regering'', verklaart Bijleveld. Al had ze zich wel kunnen voorstellen dat minister-president Kok de Nederlandse betrokkenheid bij de NAVO-acties, dus de betrokkenheid van Nederland bij het voeren van oorlog, zelf in de Kamer was komen uitleggen. Maar dit was puur een kwestie van terugkijken, want het CDA had de premier ook niet gevraagd voor deze gelegenheid in het parlement te verschijnen, erkende ze onomwonden.

Wim Kok blies ontmoetingen af

Een wekelijkse visite voor journalisten. Het CDA begon er mee in de weken voor de provinciale-statenverkiezingen van maart. ,,Heeft het u gesmaakt? '', zo noemden ze de sessie aanvankelijk. Zeg maar een christen-democratische Keek op de Week. Hans Hillen, de behendige chief whip van de fractie, becommentarieerde de gebeurtenissen van de voorbije dagen en deelde plaagstootjes uit. Wanneer D66, de geplaagde regeringspartij, nu eindelijk eens koos voor een coalitie met CDA en VVD. Dat soort dingen.

Het idee was afgekeken van Labour, dat in de Britse verkiezingscampagne van '96 opereerde met een dagelijkse persconferentie. En het was ook een variant op de dagelijkse briefings die de VVD bij de campagne voor de Tweede-Kamerverkiezingen van vorig jaar, aanvankelijk met veel succes, introduceerde. Een soortgelijk idee trouwens dat ook in het campagneteam van PvDA-lijsttrekker Wim Kok was opgekomen, maar daar uiteindelijk op praktische gronden werd afgeblazen. Want hoe je de aandacht vangt van journalisten, is een continue zorg van partijen.

Neem Wim Kok. In 1993 was hij nog minister van Financiën en een knorrige leider van de PvdA die weinig contacten had met journalisten, zo oordeelde zijn omgeving. Zijn nieuwe, van Buitenlandse Zaken afkomstige voorlichter Dig Istha, besloot daar met het oog op de naderende Tweede-Kamerverkiezingen iets aan te doen. Hij organiseerde lunches, waarbij Kok in beslotenheid direct en openhartig met geselecteerde journalisten kon spreken.

Alleen ging het de eerste keer al mis. Kok ventileerde dat hij grote moeite had met Elco Brinkman, de toenmalige fractieleider en beoogde leider van het CDA, die - naar het perspectief van die dagen - dus na een vertrek van Ruud Lubbers ook de beoogde nieuwe minister-president was. Brinkman heette kil, niet sociaal en oppervlakkig te zijn, zo liet Kok zich ontvallen. De betrokken journalisten waren aan geheimhouding gebonden, maar zijn woorden kwamen toch naar buiten en veroorzaakten een relletje. Er volgde nog wel een tweede lunch met geselecteerde journalisten, maar daarbij stelde Kok zich zeer afgemeten op, en vervolgens werden de ontmoetingen afgeschaft. Kok zag er het nut niet meer van in en beperkte zich als minister van Financiën tot reguliere interviews en persconferenties.

Alleen is het CDA geen regeringspartij en gaat oppositie ook na verkiezingen verder. Dus besloot de partij de wekelijkse meetings met journalisten na de statenverkiezingen van vorige maand voort te zetten. Het bleek een mooi platform om de eigen ideeën uiteen te zetten. Want, hadden de christen-democraten ontdekt, de reeksen persberichten die je als oppositie uitgeeft komen zelden aan en het reageren alleen op incidenten is een te magere basis om als oppositie gezicht te krijgen. En dus verscheen bij de koffie niet langer Hans Hillen, maar was daar plotseling op vrijdagochtend ook Jaap de Hoop Scheffer om commentaar te leveren. Het oppositievoeren zit zijn partij dan wel niet in de genen, zoals hij onlangs verklaarde, maar deze vorm van beïnvloeding van de media leek effectief. Al regelmatig bleek dat journalisten de premier op vrijdagmiddag kritisch bejegenden met vragen die `s ochtends waren aangedragen. En, dachten ze waar te nemen, er leek bij sommige journalisten meer begrip te ontstaan voor de achtergronden en motieven van de CDA-oppositie.

En Rosenmöller kan nog zonder

Paul Rosenmöller, de leider van die andere oppositiepartij, kan het initiatief van het CDA wel waarderen. Hij ziet het als een blijk van herwonnen zelfvertrouwen. Trouwens ook als een initiatief dat voor het CDA werkt, maar waaraan GroenLinks geen behoefte heeft. ,,Wij hoeven doorgaans niet zoveel uit te leggen aan journalisten, onze bedoelingen zijn meestal helder.'' Hoewel, zegt hij plagerig, misschien kunnen wij op donderdag zoiets doen: voordat de regeringspartijen hun wekelijkse overleg met bewindslieden voeren.

Redactie: Kees van der Malen