JIM O'ROURKE

Een zorgvuldig gearrangeerde liedjesplaat is misschien wel het laatste dat verwacht mocht worden van Jim O'Rourke, een producer/muzikant uit Chicago die afkomstig is uit de postrock-avantgarde van groepen als Tortoise en zijn eigen Gastr del Sol. Toch is zijn eerste vocale album Eureka precies zo'n liedjesplaat, die om de fraaie arrangementen past in de traditie van Burt Bacharach en Van Dyke Parks. O'Rourke is een verdienstelijk fingerpicking-gitarist die het als folkmuzikant ver zou schoppen, ware het niet dat zijn artistieke ambitie verder strekt dan één soort liedjes en hij vooral uitblinkt in zijn fantasierijke blazers-en strijkersarrangementen.

Eureka bevat een luchtige cover van Bacharach & Davids Something big naast de mantra-achtige folksong Women of the world, een opvallend toegankelijk nummer van ras-avantgardist Ivor Cutler. O'Rourke legt het onwaarschijnlijke verband tussen Van Dyke Parks' Caribische invloeden en het zweverige van Pink Floyd in Through the night softly, een nummer dat zonder de zonnige steeldrum zó op Dark side of the moon had kunnen staan. In het vrolijke huppeldeuntje Ghost ship in the storm komt hij met omfloerste stem tot het merkwaardige inzicht: `As I'm sinking / the last thing I will think / is did I pay my rent?'

Eureka (Domino wigcd 62)