`Humanitaire ramp' in Kosovo

De NAVO concentreert sinds gisteren haar luchtaanvallen op Joegoslavië vooral op Servische doelen in Kosovo. Bij de NAVO groeit de zorg over de `etnische zuivering' door de Serviërs in Kosovo. Ruim 80.000 Kosovaren zijn naar buurlanden gevlucht met gruwelijke verhalen over moord en etnische zuivering. De Russische premier Primakov gaat morgen naar Belgrado voor een bemiddelingspoging.

Volgens de Britse minister van Defensie worden dorpen in Kosovo letterlijk van de kaart geveegd. Zijn Duitse collega sprak van ,,genocide'' door de Serviërs. Volgens Kosovo-bemiddelaar Christopher Hill is de etnische zuivering in Belgrado gepland en voorbereid en een NAVO-woordvoerder zei gisteren dat ,,we op de rand staan van een grote humanitaire catastrofe, zoals we sinds het slot van de Tweede Wereldoorlog niet meer hebben gezien''. In Priština woeden vele branden: tachtig procent van alle winkels van Albanezen in de stad is geplunderd en in brand gestoken. Volgens sommige bronnen zijn bij de verdrijvingsacties paramilitaire formaties uit Servië en Bosnië betrokken. De leider van de Kosovo-Albanezen, Ibrahim Rugova, is ondergedoken nadat zijn huis in Priština in brand was gestoken.

De NAVO verloor zaterdagavond voor het eerst een vliegtuig in de campagne: een F-117A Stealth bommenwerper stortte neer bij het dorp Budjanovci, op vijftig kilometer van Belgrado. De piloot werd door een commando-eenheid gered. Volgens de Serviërs werd het toestel – dat voor radar zo goed als onzichtbaar heet te zijn – door afweergeschut neergehaald. De NAVO heeft zich over de oorzaak nog niet uitgelaten. De NAVO sprak wel Servische meldingen tegen dat dit weekeinde tien NAVO-toestellen zijn neergehaald. Volgens de NAVO zijn, afgezien van de Stealth, alle toestellen veilig op hun bases teruggekeerd.

Een Russische minister meldde vandaag dat bij de NAVO-bombardementen duizend doden zijn gevallen. In Belgrado zijn geen dodencijfers gegeven.

De berichten over etnische zuiveringen brachten de NAVO er gisteren toe `fase 2' in de luchtoperaties af te kondigen. De eerste fase richtte zich op de luchtverdediging. Hoewel dit weekeinde nog vele doelen in Servië en Montenegro, bij Belgrado, Niš, Cacak, Loznica, Kragujevac, Sombor en Podgorica zijn bestookt, concentreren de luchtacties zich nu vooral op de Servische en Joegoslavische strijdkrachten in Kosovo, hun tanks, kazernes en barakken, artillerie, mobiele commandocentra en troepen. Gisteravond werden zestien aanvallen op Priština uitgevoerd. Vannacht werden doelen in Priština, Gnjilane en Djakovica bestookt. De VS en Groot-Brittannië hebben extra vliegtuigen voor de campagne ter beschikking gesteld.

In Albanië zijn sinds zaterdag 70.000 vaak uitgeputte Albanese vluchtelingen aangekomen uit Kosovo. Vandaag sloten de Serviërs de grens met Albanië omdat de toevloed te groot was. In Montenegro kwamen 10.000 Kosovaren aan (er zouden er nog 30.000 onderweg zijn) en in Macedonië enkele duizenden. De meesten waren vrouwen en kinderen, die vertelden hoe hun mannen gevangen waren genomen en met onbekende bestemming waren weggevoerd. In Djakovica, bij de grens met Albanië, zouden honderden Albanezen door Serviërs zijn vermoord. In een rivier werden de lijken van 33 Albanezen geteld. Veel vluchtelingen moesten bij het verlaten van Kosovo al hun bezittingen afgeven, zelfs hun identiteitspapieren, dit kennelijk om hun terugkeer naar Kosovo onmogelijk te maken. Gisteren kwam ook een stroom vluchtelingen uit de Sandzak op gang: vijfduizend moslims uit dit tot Servië behorende gebied ten noordwesten van Kosovo vluchtten naar Bosnië uit vrees voor etnisch geweld. (Reuters, AP, AFP)