Houtsmuller

Gedreven door nieuwsgierigheid naar de persoon van dr. A. Houtsmuller toog ik naar een congres met de weinig opbeurende titel `Kanker '99 in de RAI', georganiseerd door de Nederlandse Kankerbestrijding/Koningin Wilhelmina Fonds (KWF) ter gelegenheid van haar vijftigste verjaardag.

Houtsmuller is de omstreden uitvinder van een antitumortherapie, gebaseerd op gezonde voeding, die moet bestaan uit – ik doe maar een greep – fruit, vette vis, broccoli, allerlei koolsoorten, peterselie, tomaten, knoflook, soja, walnoten, zonnebloemolie en haaienkraakbeenpoeder. Magere vis en ook eigeel zijn volgens Houtsmuller volledig uit den boze.

In de medische wereld gaan nogal wat stemmen op dat Houtsmuller een uitgesproken kwakzalver is, en ik moet bekennen dat zijn optreden op het congres ook mij in de richting van die opvatting duwde. Het had sterk te maken met dat haaienkraakbeenpoeder. Kwakzalvers zijn onder meer hieraan te herkennen dat ze hun vage theorieën en therapieën voortdurend geruisloos wijzigen. Bij vragen vanuit de zaal kwam steeds het haaienkraakbeenpoeder ter sprake. Je kon aan Houtsmuller merken dat hij liever van het onderwerp afwilde. Ik vermoed dat hij het ook zelf, achteraf, een té belachelijk advies vond.

Maar de vragenstellers bleven maar doorzeuren. ,,U moet er erg mee uitkijken, hoor'', waarschuwde Houtsmuller, ,,want er bestaan veertig soorten en er is er maar één goed.'' ,,Mag ik het met vruchtensap innemen?'' vroeg een mevrouw. ,,Absoluut niet'', riep Houtsmuller uit, ,,alleen met lauw water en zo gauw mogelijk inslikken.''

Toen zei een meneer op argeloze toon, alsof hij zich niet bewust was van de dolkstoot die hij toediende: ,,Ik vind het poeder niet meer op uw lijst terug.'' Een beetje nijdig reageerde Houtsmuller: ,,,Het is tweede keus geworden. Het is duur en het smaakt smerig.'' ,,Jamaar'', hield de man aan, ,,u heeft het wel vier jaar lang aanbevolen.'' Houtsmuller knikte en zei kortaf: ,,De tijd schrijdt voort.''

En daarmee viel het doek voor het haaienkraakbeenpoeder.

Daarbij bleef het niet. Houtsmuller was zijn lezing begonnen met de mededeling dat hij nooit gezegd had: ,,Ik kan genezen.'' Maar een vragensteller herinnerde hem eraan dat hij, Houtsmuller, hem een paar jaar geleden verzekerd had dat tien tot vijftien van zijn 2500 patiënten dankzij zijn methode volledig genezen waren.

Als de Nederlandse Kankerbestrijding honderd jaar wil worden, zonder haar geloofwaardigheid te verliezen, zou ze eens een anti-Houtsmuller-congres moeten durven organiseren.