Engeland laat zich moeilijk veroveren

Nobelprijswinnaar Derek Walcott kwam `wegens roostertechnische problemen' niet opdagen. Maar het programma van de druk bezochte `Gala Evening of Poetry', afgelopen zaterdag het hoogtepunt van het Londense literatuurfestival The Word, was indrukwekkend. In het troosteloos uitziende Peacocktheater aan Kingsway werd onder meer voorgelezen door Blake Morrison, Ariel Dorfman en de blinde Friese bard Tsjêbbe Hettinga; door eeuwige Nobelprijskandidaten als Bei Dao (China) en Margaret Atwood (Canada); en door Hugo Claus en Cees Nooteboom, twee van de twintig Nederlandstalige schrijvers die de afgelopen week op uitnodiging van de Stichting Frankfurter Buchmesse (SFB) de Vlaamse en Hollandse literatuur in Londen kwamen promoten.

Claus en Nooteboom, die een dag eerder met succes hadden opgetreden in de British Library, lazen hun gedichten (over Shelley, over de klaprozenvelden in Vlaanderen, over Lucretius en de haikudichter Bashô) dit keer in het Engels. ,,Dat was een dringend verzoek van de festivalleiding,'' zei Nooteboom na afloop. ,,Nogal verwarrend, want Tsjêbbe Hettinga, die door de presentator werd aangekondigd als `Dutch poet', droeg in het Fries voor. Om aan Margaret Atwood, die naast me zat, duidelijk te maken dat Nederlands echt heel anders klinkt dan Fries, heb ik nog een klein gedichtje in het Nederlands voorgedragen.''

De gala-avond was niet alleen het sluitstuk van de Vlaams-Nederlandse inbreng op het eerste Londense literatuurfestival (die verder onder meer bestond uit thema-avonden en vooral door Nederlands-sprekenden bezochte voorlezingen van Harry Mulisch, Connie Palmen, Kristien Hemmerechts en Midas Dekkers). Ze was ook de opmaat voor een grootscheepse presentatie van `Literature from the Low Countries' op de gisteren begonnen London International Book Fair. In de Victoriaanse glas-in-gietijzeren Olympia-hal in Hammersmith bleek de stand van de SFB de grootste blikvanger: een metershoge scheepsboeg met aan de buitenkant standaards met Engelse uitgaven van boeken uit de Lage Landen, en binnenin onder meer een grote wereldkaart waarop gele speldenkoppen aangeven in welke landen vertalingen van Nederlandse en Vlaamse boeken zijn verschenen.

Op de wereldkaart is Duitsland bijna helemaal geel, maar de verovering van Groot-Britannië moet nog beginnen. Rudi Wester, als directrice van het Literair Productie- en Vertalingenfonds de hoofdstrateeg van de Nederlandse invasie, beaamt dat de Engelse uitgevers minder makkelijk te porren zijn dan de Duitsers. Zo is er in de vier maanden voorafgaande aan de Londense boekenbeurs geen enkele Engelse vertaling uit het Nederlands verschenen. Wester: ,,De Harvill Press brengt het komende jaar Friendship van Connie Palmen, The Concise History of Amsterdam en Transitoriness van Midas Dekkers. Bij Macmillan/Picador verschijnen vertalingen van Moses Isegawa, Margriet de Moor en Elle Eggels, en bij Arcadia Press The Twins van Tessa de Loo. Maar ik heb geen uitgever zo ver kunnen krijgen dat de uitbreng parallel loopt met de boekenbeurs. Alleen HarperCollins heeft een sampler gemaakt met een hoofdstukje uit Mörings In Babylon, dat in mei zal verschijnen.''

Een rondgang buiten het boekenschip van de SFB leert inderdaad dat de Nederlandstalige literatuur verder praktisch onzichtbaar is op de Londense beurs. Nanne Tepper, wiens Happy Hunting Grounds in augustus zal verschijnen, wordt genoemd in de catalogus van HarperCollins; Chaja Polak (Summer Sonata) staat met een klein fotootje in die van Canongate. Maar auteursfoto's van Nederlandse schrijvers zijn in geen enkele stand te vinden; alleen Nijntje siert manshoog de kraam van de kinderboekenuitgever Egmont.