Beethoven zingt bij Brautigam

Acht jaar geleden schafte pianist Ronald Brautigam zijn eerste fortepiano aan omdat hij de klank ervan zo mooi vond. Met de authentieke muziekpraktijk wil Brautigam niets te maken hebben, maar hij speelt nu wel uit de Urtext alle tweeëndertig pianosonates van Beethoven op vier verschillende fortepiano's om de ontwikkeling van Beethoven en de fortepiano naast elkaar te laten horen.

Zaterdag opende Brautigam zijn Beethovencyclus op een door Paul McNulty gebouwde kopie van een 5-oktaafs fortepiano van de Weense bouwer Anton Walter, waaraan Beethoven tussen 1795 en 1799 de voorkeur gaf. Met zijn muzikale expansiedrift brak Beethoven hamers en liet hij talloze snaren springen. In 1796 klaagde hij bij pianofabrikant Johann Streicher dat de pianoforte, `het minst bestudeerde en minst ontwikkelde instrument', vaak slechter klonk dan een harp. Wat ontbrak was de mogelijkheid om de piano te zingen, zijns inziens een absolute voorwaarde om op niveau te kunnen musiceren.

Zo speelde Brautigam zes vroege sonates van Beethoven op een fortepiano, die de componist zelf nooit meer zou hebben aangeraakt als hij hem had kunnen inwisselen voor een Steinway of Bösendorfer. Dat Brautigam zich niets wenst aan te trekken van `de oude muziekpolitie', zou de anarchistische componist alleen maar hebben toegejuicht. Het resultaat van Brautigams vrijzinnige Beethoven-benadering op fortepiano was prachtig. Bij hem geen fortissimo's die het einde van snaren en hamers inluidden, maar wel een geraffineerd (knie)pedaal gebruik dat in lyrische passages een schitterend cantabile opleverde.

Wat ontbrak aan demonische kwaliteiten, werd gecompenseerd door de klassieke helderheid waarmee Brautigam de grillige erupties en contrasten in Beethovens sonates vloeiend uiteen zette. In delen als het Prestissimo uit de Sonate in f, op. 2 nr. 1 en het Allegro molto en con brio uit de Sonate in c op.10 nr. 1 creëerde Brautigam, ondanks zijn zachtzinnige aanpak van Beethovens weerbarstigheden en de zeer matige klank van zijn fortepiano in de hoogte, onvervalste dramatiek. In de organisch stuwende Pathétique sprongen de akkoorden op als fonteinen en betoverden de omfloerste klanken tijdens het Adagio cantabile. Maar het allermooiste klonk het droevige Largo e mesto uit de Sonate in D op. 10 nr. 3, waarin Brautigam elke noot een unieke klankkleur verleende.

Concert: Ronald Brautigam (fortepiano). Gehoord: 27/3 Waalse Kerk Amsterdam. Volgende concerten: 24/4, 29/5 Amsterdam; 12/4 Utrecht; 22/4 Heemstede; 23/4 Wapserveen.