ARGENTIJN MET VUUR IN DE SCHOENEN

Woensdag maakt Gabriel Omar Batistuta zijn opwachting in de Amsterdam Arena. Als aanvaller van Argentinië speelt hij tegen Nederland. Een altijd schietende en bijna altijd scorende spits op zoek naar erkenning.

In het Stadio Comunale van Florence zingen de supporters van Fiorentina vele liederen. Maar het mooiste lied is toch voor Gabriel Batistuta. Vooral wanneer hij heeft gescoord zingen veertigduizend Florentijnen over Batigol, Bati, Bati, Batigo-o-o-o-ol. Edmundo, Oliveira of Rui Costa kunnen nog zo mooi voetballen, wanneer de Argentijnse spits van La Viola, de paarse club uit de culturele hoofdstad van de wereld, scoort is het feest.

Batistuta heeft vuur in zijn schoenen. Zowel met zijn rechter als zijn linker voet schiet hij hard en bijna altijd trefzeker op doel. Bij Fiorentina denken de oude supporters met weemoed terug aan de tijden van Kurt Hamrin, Giancarlo Antognoni en Roberto Baggio, maar ook zij weten dat de club die rijk is aan historie (twee Italiaanse titels en vier Italiaanse bekers) zelden zo'n prachtige aanvaller heeft gehad als de Argentijn Batistuta. Bijna 170 doelpunten in acht jaar, alleen Hamrin maakte er meer, 182, in aanzienlijk kortere tijd.

Dit jaar had het jaar moeten worden van la festa, zoals Batistuta de eerste maanden van dit seizoen steeds riep. Eindelijk zou Fiorentina voor het eerst sinds de Argentijn in 1991 van Boca Juniors werd gekocht kampioen worden. Vittorio Cecchi Gori, zoon van Mario en Valeria Cecchi Gori en telg van een groot filmproducentendynastie, had het hem vorig jaar beloofd. Batistuta kon naar Manchester United, Real Madrid, Parma, Inter en Barcelona, dat dertig miljoen dollar voor hem wilde neerleggen. Gori haalde de meest succesvolle Italiaanse trainer van de laatste twintig jaar, Trapattoni, naar Florence en kocht de onberekenbare Braziliaanse solist Edmundo. Batistuta bleef.

Batistuta verkocht zijn huis in de Via Volta, op nog geen tweehonderd meter van het Stadio Comunale, en trok de Toscaanse heuvels van Fiesole in. Het was even wennen voor de Florentijnen, want zij misten het vertrouwde straatbeeld, een jonge man met lange haren op straat voetballend met een klein jongetje, Batistuta en een van zijn zoontjes. Batistuta trok zich terug in de stilte en bereidde zich voor op het grote feest. Voorzitter Vittorio Cecchi en hij wisten dat Fiorentinia eindelijk kampioen zou worden.

De race naar de scudetto werd voortvarend ingezet, Batigol scoorde als nooit te voren en La Viola stond bovenaan in de Serie A. Maar toen kwam de blessure van Batistuta, die weken was uitgeschakeld, en kwamen de conflicten met Edmundo, die terug naar Brazilië moest om een straf uit te zitten omdat hij een kind had doodgereden. Fiorentina verloor de koppositie en zal, ondanks de terugkeer van Batistuta, geen kampioen worden. Lazio, de nog rijkere club uit Rome, heeft de beste kansen. Fiorentina rest als tweede mogelijk een plaats in de Champions League.

Kampioen worden, een beker winnen en prijzen behalen, de beste spits ter wereld slaagt er nauwelijks in. Wanneer krijgt Batistuta nu eens eer voor zijn grote kwaliteiten en vooral voor zijn zeldzame serie prachtige doelpunten? Nog altijd is hij zeer teleurgesteld over de verkiezing Europees voetballer van het jaar. Zidane was de beste, daarna Ronaldo, logisch, maar dan had toch zeker Batistuta moeten komen. Hij werd slechts zesde. ,,Ik speel niet voor een grote club'', zei Batistuta in Viola Magazine. ,,Dan word je niet gevolgd door de belangrijkste journalisten. Dan hoor je als voetballer niet bij de grote wereld. Ons kent ons, zo gaat dat nou eenmaal.''

Batistuta heeft geleerd van teleurstellingen. ,,Het heeft me alleen maar beter gemaakt. Zo'n goede voetballer ben ik nooit geweest. Ik kon hard schieten en veel scoren. Maar de eeuwige kritiek en de voortdurende teleurstelling hebben me gestimuleerd nog harder te trainen. Vraag het de trainers, Ranieri en nu Trapattoni, ik loop altijd vooraan, ik train altijd het langst. Ik moet en zal slagen.''

Een van de teleurstellingen was het feit dat Daniel Passarella, eerst zijn clubtrainer bij River Plate en later zijn bondscoach bij Argentinië, hem niet wilde opstellen. ,,Ik paste niet in zijn tactiek. Ik was te veel een doelpuntenmachine. Vroeger al. In de Argentijnse selectie had hij liever Crespo, met wie de Argentijnse ploeg in 1996 op de Spelen in Atlanta de zilveren medalle behaalde. Toen haalde hij er een ander motief bij. Passarella wilde het Argentijnse voetbal verschonen, geen zware overtredingen meer, gecontroleerde passie, alleen nog schoon voetbal, geen voetballers met ringetjes in hun oren en lange haren. Redondo, Veron en ik moesten dat aanhoren. Maar de werkelijkheid is dat hij vertrouwde op spelers die hij al jaren uit de jeugdploeg kende.''

En dan was er de teleurstelling van vorig jaar zomer. Eindelijk had Passarella dan een beroep op hem moeten doen, omdat Crespo geblesseerde raakte, eindelijk leek Batistuta met Argentinië op weg naar de wereldtitel. Batistuta scoorde als vanouds en bracht zijn interlandtotaal op 48 doelpunten in 67 wedstrijden, waarmee hij Maradona voorbijging. In het clubblad van Fiorentina zegt hij: ,,We hadden het beste elftal van de wereld. Zeker wat talent en namen betreft. Maar het lukte niet. Tegen Nederland schoot ik met links hard op de paal, ik zag de bal er al ingaan, maar het mocht niet. We hadden kunnen winnen, hoewel we niet ons beste spel speelden, maar we verloren. Niet omdat Nederland beter was. Maar omdat we de strafschop niet kregen en Bergkamp vervolgens het mooiste doelpunt van het toernooi maakte. Wij hadden wereldkampioen moeten worden.''

Honderd jaar eenzaamheid van Garcia Marquez is zijn favoriete boek. Niet omdat hij zich eenzaam voelt, als Argentijn in Italië niet de eer krijgt die hem toekomt of omdat hij in Argentinië allerminst beroemd is. ,,Ik lees gewoon graag boeken en vooral over Zuid-Amerika'', zegt hij. Schrijven doet hij ook, zoals in Io Batigol Racconto Batistuta, een autobiografie. Daarin vertelt hij over zijn jeugd in het Argentijnse plaatsje Reconquista, hoe hij daar als een verlegen jongetje altijd scoorde, hoe hij werd benaderd door grote clubs als Platense, Racing en Newell's Old Boys in Rosario, hoe zijn vader hem weghield van gevaarlijk ogende scouts. En hoe hij als zeventienjarige Irina trof aan de rand van het trapveldje en ermee trouwde.

Met Irina en zijn drie zoontjes woont hij in Toscane. Een prachtige spits in een prachtige omgeving. Nog denken veel Italianen terug aan die keer dat Batistuta in het San Siro-Stadion na een doelpunt in de bekerfinale van 1996 naar een tv-camera liep en schreeuwde: Irina te amo, Irina ik hou van je. Italianen springen bij dergelijke ontboezemingen de tranen in de ogen. Batistuta in Viola Magazine: ,,Ja, het leek een beetje op wat Maradona later deed. Maradona werd voor gek verklaard. Dat was nou doping, zei iedereen. Mensen die dat roepen weten niet wat ze zeggen. Die weten niet wat temperament is, wat het is om te scoren. Maradona is als voetballer de grootste van allemaal.''

Met Zanetti, Redondo, Veron, Simeone, Ayala, Lopez en Ortega voelt Batistuta zich in de nationale selectie van coach Marcelo Bielsa weer tussen Argentijnse vrienden. Een week lang vertoeven ze in Nederland, niet om in de Amsterdam Arena revanche te nemen voor de nederlaag op het wereldkampioenschap, gewoon om weer bij elkaar te zijn en zich langzaam voor te bereiden op belangrijke wedstrijden. Zoals over drie jaar het wereldkampioenschap. Als Batistuta er dan nog bij is.

Batistuta is al dertig jaar en beter zal hij als voetballer niet meer worden. Rijker ook niet meer – hij verdient tot het einde van zijn contract in 2004 vijf miljoen per jaar. Mocht hij geen kampioen worden, niet met Fiorentina van Italië en niet met Argentinië van de wereld, dan zal hij teleurgesteld terugkeren naar Reconquista. Daar aan de rand van de pampa's vindt hij troost op de boerderij die nu nog door zijn vader wordt beheerd. Met koeien en paarden om zich heen is het rustiger dan in Florence op een zonnige zondag wanneer la viola speelt en veertigduizend supporters zingen en jubelen over Batigol.