Allochtonen lopen achterstand niet in

Etnische minderheden slagen er niet in hun sociaal-economische achterstand weg te werken. Het verschil met autochtonen is de afgelopen vier jaar zeer groot gebleven, vooral onder Turken en Marokkanen.

Dit blijkt uit een nog niet gepubliceerd onderzoek dat door het Instituut voor Sociologisch-Economisch Onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Voor het grootschalige onderzoek zijn 6.000 allochtone en 1.500 autochtone huishoudens geënquê-teerd. Het is daarmee de omvangrijkste studie naar de positie van minderheden in Nederland.

Etnische minderheden scoren op alle punten – opleidingsniveau, werkloosheid, huisvesting en inkomen – slechter dan autochtonen. Marokkanen hebben de laagste opleiding, zijn het vaakst werkloos, verdienen het minst en laten het minste vooruitgang zien.

Ook de achterstandspositie van Turken blijft groot, maar bij hen is enige vooruitgang zichtbaar.

Het beeld van de Antillianen wordt vertekend door de grote groep jonge immigranten van de laatste jaren, die zeer slecht presteert. Zestig procent van de Antilliaanse kinderen groeit op in een eenoudergezin. Bij Surinamers is, in vergelijking tot eenzelfde studie uit 1994, de meeste vooruitgang zichtbaar. De werkloosheid is gehalveerd en het opleidingsniveau zit in de lift.