`Acties NAVO zijn de schuld van de joden'

In Moskou wordt heftig betoogd bij de Amerikaanse ambassade, door communisten en nationalisten, veelal anti-semieten. Maar per saldo weten de Russen zich met het conflict om Kosovo geen raad.

,,Dood aan Mickey Mouse''. Een meisje met vlechtjes vraagt of iemand nog een viltstift heeft, want het muurtje tegenover de Amerikaanse ambassade in Moskou is nog lang niet vol. Er staat al wel dat Bill Clinton ,,het product is van een lekkend condoom''.

Het trottoir aan de drukke ringweg is afgezet door een haag agenten, als bij een voetbalwedstrijd. Er zijn verschillende vakken, een F-side met Spartak-fans die stadionliedjes zingen, een hoek voor de zwarthemden van de schrijver Edoeard Limonov (die al eens een mitrailleur heeft leeggeschoten op Sarajevo), een paar tegels voor de kortgeknipte padvinders van Vladimir Zjirinovski en dan het graffitimuurtje met veel `Bill en Monica'-variaties.

Een schamele driehonderd betogers, op deze eerste lentedag in Moskou. Het valt niet mee een zinnig gesprek te voeren: de kinderen zijn te klein om te beseffen wie er op de Balkan tegen wie vecht, en de bejaarde communisten kramen vooral veel anti-semitica uit. (,,Het bombardement is de schuld van de joden''. ,,Nee, van Jeltsin.'' ,,Wat ik je zeg, Jeltsin wordt omringd door joden.'')

De wodka- en bierkiosken tegenover het statige ambassadegebouw doen goede zaken. Dag vijf van de protesten was bepaald niet de saaiste: de stille getuigen (twee granaatwerpers) van een mislukte aanslag liggen nog op het asfalt van de twaalfbaans Tuinring, waaraan de voorgevel van het ambassadecomplex grenst. Een gemaskerde man in legergroen was uit een witte jeep gestapt, een bazooka in de aanslag, maar het ding ging niet af en al schietend reden de terroristen weg.

De Spartak-aanhang was er nog van onder de indruk. Dit was wat anders dan vuurwerk op het veld, en bovendien: het eiergooien naar de slaphangende stars-and-stripes begon te vervelen. Zaterdag nog was de dollarverbranding het hoogtepunt van de dag: drie jongens staken voor het oog van de camera elk een biljet van 1 dollar in brand. Een pijnlijke stunt, want de met rode speldjes getooide bejaarden hadden al maanden geen roebel, laat staan een dollar, gezien.

Dit is waar de schoen wringt: terwijl de greenbacks in rook opgingen, werd de Amerikaanse munt alleen maar sterker ten opzichte van de Russische. En elders in de stad hield de communist Joeri Masljoekov, de vice-premier die Ruslands economie moet redden, beleefd zijn hand op bij IMF-directeur Michel Camdessus. Het IMF heeft de Russen de arm op de rug gedraaid, zo voelt het, en de NAVO geeft intussen knietjes.

Moet Moskou om geld smeken, zich inhouden en niet al te wild om zich heen slaan (zoals de regering en de president doen)? Of moet het land de economische misère vergeten, wapens en vrijwilligers naar Belgrado sturen en dreigen met zijn kernmacht (zoals de nationalisten en communisten in de Doema willen)? Het is een dilemma dat steeds meer Russen van binnen verscheurt.

Zoals de zachtmoedige Sergej, die met zijn dochter bij het klaagmuurtje tegenover de Amerikaanse ambassade staat. ,,Ik ben muzikant, ik ben een vredelievend mens, maar als je mij een geweer geeft ga ik naar Servië.'' Hij is trots dat zijn dochter (het meisje met de vlechtjes en de viltstift) niet door Michael Jackson, McDonalds en jeans is verpest. ,,Kijk, deze kinderen zijn vijftien, zestien jaar, te jong nog om geïndoctrineerd te zijn door het communisme, maar toch zijn ze anti-Amerikaans.''

De gelovige Sergej, met een lange paardenstaart, voelt zich gesterkt door de patriarch van alle Russen, Aleksej II, die bidt voor de Slavische geloofsgenoten op de Balkan. Hij vervloekte gisteren de Britse piloten die ,,Vrolijk Pasen' op hun bommen zouden schrijven, voordat ze die boven Belgrado droppen. ,,Blasfemie! Genocide! Heiligschennis!'' Maar tegenover zijn boodschap staat die van de televisie. Gisteren haalde die fel uit ,,naar al die krachten die Rusland de oorlog willen inzuigen''.

De onafhankelijke zender NTV toonde het bloedbad dat Russische tanks in 1956 in Boedapest hadden aangericht, met de vraag: gaan we dit keer naar Belgrado? Alle wandaden van de communisten van deze eeuw waren versneden met beelden van de betogers bij de Amerikaanse ambassade. Dronken hooligans die tegen de geelgesausde dienstingang staan te pissen. En natuurlijk de granaatwerper – het symbool van de wanorde waarin de communisten Rusland willen storten.