`WAO-jongere' krijgt weinig kans

Steeds meer uitkeringen voor arbeidsongeschiktheid gaan naar jonge mensen die nog nooit hebben gewerkt. Wie zijn zij?

Bas Mostermans heeft een paar baantjes gehad, maar een succes waren ze niet. Bij een computerbedrijf liep hij vast, hij verwerkte maar half zoveel facturen als de bedoeling was. Uiteindelijk gaf het bedrijf hem een laatste kans. ,,Toen werd het één groot foutenfestival'', zegt Mostermans. ,,Op het laatst hingen er steeds boze crediteuren aan de lijn, die vroegen waar hun geld bleef.''

Mostermans (25) ging naar het arbeidsbureau en kreeg een verwijzing voor een `arbeidskundig onderzoek'. Zijn werktempo bleek door een aangeboren concentratiestoornis lager dan gemiddeld. Met terugwerkende kracht kreeg hij een Wajong-uitkering, `WAO' voor jonge mensen zonder arbeidsverleden. Maar Mostermans wil werken. ,,Het is een nuttige dagbesteding en je hebt meer sociale contacten.''

Sinds 1990 is het aantal Wajong-uitkeringen, betaald door het GAK, met 27 procent gestegen, zo blijkt uit cijfers van het Landelijk Instituut Sociale Verzekeringen (LISV). Vorig jaar ontvingen in totaal 118.700 mensen een arbeidsongeschiktheidsuitkering zonder ooit te hebben gewerkt. Vrijwel allen krijgen een volledige uitkering, vrijwel niemand raakt die meer kwijt. Deze zogenoemde `vroeggehandicapten' zijn een vergeten groep, stellen de Haagse onderzoekers L. Aarts en Ph. de Jong. Het WAO-beleid, dat is gericht op werknemers, gaat volgens hen ten onrechte aan deze groep voorbij. Het LISV noemt dit ,,zeer verdedigbaar'', omdat het gaat om een groep met zware problemen. Zeker 75.000 van hen zijn volgens het LISV zo zwaar gehandicapt dat ze niet kunnen werken. Velen verblijven in een inrichting.

Over de precieze samenstelling van de groep is echter weinig bekend, ook bij het LISV. 54 procent heeft `iets psychisch', van 12 procent is de aandoening volgens de statistieken `onvoldoende omschreven'. Onduidelijk is daarom ook waar de stijging vandaan komt. Volgens het LISV zijn er meer gehandicapten dan vroeger, onder meer door het toegenomen aantal vroeggeboorten. Maar F.R. Ronkes, arts bij het GAK in Den Haag, heeft de indruk dat de psychische problemen van scholieren toenemen, vooral depressies. ,,Je ziet regelmatig dat er een aanvraag voor een uitkering komt als iemand twintig is, terwijl de problemen op school blijken te zijn begonnen.''

Ronkes is pessimistisch over de kansen van deze groep. ,,Vaak hebben ze een ernstige persoonlijkheidsstoornis. Ze komen in de psychiatrische dagbehandeling, zijn verminderd stressbestendig, kunnen hun dag niet goed indelen. Vaak blijven ze in de uitkering.''

Bijna 21.000 vroeggehandicapten werken in een sociale werkplaats. Een andere mogelijkheid is het begeleid werken in een reguliere baan. Volgens het LISV werken op deze manier nu 1.500 mensen. Bas Mostermans vond zijn huidige baan met een job coach van de stichting Start Kans, een non-profit-onderdeel van uitzendbureau Start. Hij is nu rechterhand van de administrateur van een Van der Valkmotel. Zijn job coach neemt vooraf de taken met hem door. ,,Vroeger kreeg ik een hele stapel en moest ik het zelf maar uitzoeken'', zegt Mostermans. Van der Valk krijgt via subsidies de helft van het salaris vergoed.

Ook Cindy Verkuijlen (19), licht verstandelijk gehandicapt, heeft een job coach. Ze krijgt een halve Wajong-uitkering en verdient de rest van haar inkomen in een verzorgingshuis voor nonnen. ,,Ik moet de kamers bijhouden, een goede beurt geven, de zusters naar de kapel brengen.'' Met problemen kan ze terecht bij Bianca Kemperman, die ook de hele eerste maand met haar mee heeft gewerkt. ,,Er kwam best veel op je af, hè Cin. Al die schoonmaakmiddelen, al die emmers, al die kamertjes.'' Kemperman komt nu alleen nog af en toe kijken.

Directeur Stasja Goedbloed van Start Kans is van mening dat veel meer jongeren met een Wajong-uitkering onder begeleiding zouden kunnen werken. Er zijn genoeg kandidaten, er is genoeg subsidiegeld, er zijn zelfs genoeg banen, zegt Goedbloed. ,,Vaak wordt met een beschuldigende vinger naar de werkgevers gewezen. Maar dat zijn onze bondgenoten.'' Grote belemmeringen zijn volgens haar de bureaucratische rompslomp en de belangen van gemeenten, arbeidsbureaus, het GAK - de instanties die zowel de dossiers beheren als de budgetten beheren.

Neem een slechtziende jongere die wil werken, zegt Goedbloed. Als hij nog geen uitkering heeft, kan hij niet rechtstreeks naar het arbeidsbureau, maar moet hij zich eerst melden bij het GAK. Een arts en een arbeidsdeskundige bepalen daar of en in hoeverre hij kan werken. ,,Dat is het eerste dilemma'', zegt Cees Verhulst, landelijk manager van Start Kans. ,,Wij kunnen voor meer mensen werk vinden dan zij denken. Iemand die een ZMLK-school heeft gedaan (voor zeer moeilijk lerende kinderen) komt na keuring door het GAK nogal eens in een dagverblijf terecht. Terwijl dertig procent van onze werkers ZMLK is.''

Vervolgens belandt de werkzoekende bij het inkoopbureau van het GAK, dat werkbegeleiding koopt. Tot eind dit jaar is het wettelijk verplicht hiervoor de arbeidsbureaus in te schakelen, die het op hun beurt kunnen uitbesteden, bijvoorbeeld aan Start Kans.

Goedbloed ergert zich wild aan deze omweg. ,,Het betekent tijdverlies dat kan oplopen tot driekwart jaar. Lang thuiszitten is funest, zeker voor iemand met een handicap. Wij kunnen zó met mensen aan de slag.'' Wel doet Start Kans er vervolgens gemiddeld een jaar over een baan voor iemand te vinden. ,,Het is postzegelwerk'', zegt Goedbloed. ,,Je zoekt de baan bij de kandidaat, niet andersom. De kandidaat moet je daarom eerst door en door kennen.''

Volgens manager Verhulst van Start Kans is dat het grote probleem. Bemiddeling en begeleiding leveren pas na lange tijd iets op, terwijl de instanties die de subsidies beheren worden `afgerekend' op jaarcijfers. ,,Uiteindelijk kun je veertig jaar uitkering besparen. Maar de eerste jaren kost het onze opdrachtgevers alleen maar geld.''

Arbeidsdeskundige C.A. van de Velde van GAK Den Haag vindt het daarom logisch dat het GAK de tijd neemt om werkzoekenden goed te beoordelen. ,,Iedereen kan zeggen: Geef ons maar geld en dan zien we over een jaar wel of het is gelukt om voor iemand een baan te vinden. Straks lukt het niet. Zo ga je niet met subsidiegeld om.''