Verslingerd aan jazz

Popmuziek is hun niet subtiel genoeg. House en hiphop vinden ze te beperkt. Vaak zijn ze de enige jongens in hun klas die van jazzmuziek houden. Maar op de Amsterdamse Muziekschool ontmoeten ze gelijkgestemden en kunnen ze zich uitleven in de jazz-workshops, of een echte Big Band. 'Weet je wat mijn droom is? Dat ik een meisje ontmoet dat naar jazz luistert.'

Waar blijft Joris nou? Peter Guidi kijkt op zijn horloge. De dame van de radio loopt langzaam door het hoge repetitielokaal van de Amsterdamse Muziekschool. Klaas schroeft zijn bekkens op het drumstel. Ivo oefent een paar loopjes op zijn bas. Hans dwarrelt met zijn handen over het toetsenbord. Tegen de muur leunen een stuk of vijf jongens, hun les begint straks.

De eerste, aarzelende noten van The days of wine and roses klinken door het repetitielokaal. Klaas valt in en Ivo ook. Peter Guidi pakt een glimmende saxofoon uit een koffer en blaast even mee. De anderen kijken bewonderend naar hun leraar.

Guidi zet de saxofoon neer en gaat bellen. Hij komt breed lachend terug. 'Joris had het verkeerd in zijn agenda geschreven. Zijn moeder brengt hem met de auto.'

Vijf minuten later zwaait de deur open en daar is Joris Roelofs. Een jongen van 14. Stekeltjeshaar, een windjack, en een saxofoonkoffer in zijn hand. 'Sorry', zegt hij met een rood hoofd. Peter Guidi grijnst hem bemoedigend toe.

Joris zet zijn zilverkleurige altsaxofoon in elkaar. Hij loopt naar de muzieklessenaar en overlegt met zijn begeleiders. Het intro van Autumn Leaves klinkt, en Joris blaast soepel het thema van deze standard. Dan, na de break, verandert de jongen in een jazzmuzikant. Zijn wangen gaan bol staan, zijn ogen worden spleetjes, hij perst de tonen steeds sneller uit zijn sax. Hij improviseert: de noten die hij speelt, zijn een fractie van een seconde eerder in hem opgekomen. Je hoort hoe er een nieuw idee ontstaat en hoe hij in iets andere bewoordingen de frases van een paar maten terug herhaalt. Het is bebop, muziek die ruim vijftig jaar geleden in New York is uitgevonden. Als het nummer is afgelopen, applaudisseren de toehoorders. De dame van de radio loopt op de muzikanten af. Ze maakt een afspraak voor een radio-optreden.

Klaas en Joris fietsen in het donker langs de Amstel naar huis. 'Weet je wat een hele vette CD is', zegt Klaas. 'Something Else van Cannonball Adderley en Miles Davis. Eind jaren vijftig. Ken je die?' Joris schudt zijn hoofd. 'Daar staat Autumn Leaves ook op, met een schitterende saxofoonsolo. Ik zal 'm eens voor je meebrengen.' Ze fietsen verder. 'Dan geef ik je meteen The Complete Concert van Miles Davis. Daar staat een heel mooie uitvoering op van My funny Valentine. Live!' Joris knikt, staande op de trappers van zijn mountainbike. Kind of Blue van Miles Davis, die kent hij natuurlijk wel. Sketches of Spain ook. 'Behoorlijk saai, die CD.'

Klaas en Joris hebben elkaar op de muziekschool ontmoet. Klaas drumt al een jaar of zes in de jazz-workshops die Peter Guidi geeft. Joris is ontdekt door Peter Guidi. Guidi zag hem met Koninginnedag in het Vondelpark spelen. Hij vroeg zijn telefoonnummer en belde hem een paar keer op. Joris liet zich overtuigen en hij speelt nu een half jaar in de workshop. Eerst in workshop 2, maar hij stroomde al snel door naar de eerste. 'Zoiets kom je maar heel zelden tegen', zegt Peter Guidi over het talent van Joris.

Improviseren

'Ik ken niemand van veertien die ook van jazz houdt', zegt Joris. 'Andere kinderen houden van arrenbie. Ze vinden het leuk omdat andere kinderen het ook leuk vinden. Als je ze jazz laat horen, dan vinden ze het saai.'

Joris zit in de derde klas van het Barlaeus Gymnasium. Hij is begonnen met klarinet toen hij zeven was. Sinds drieëneenhalf jaar speelt hij ook saxofoon. Jazz leek hem wel wat: 'Iemand had me gezegd dat Charlie Parker zo goed was.' Parker is nog steeds een favoriet. Daar is Miles Davis bijgekomen, en James Carter van de jongere generatie.

Vanochtend heeft Joris op school klarinet gespeeld. Een leraar was gestorven en tijdens een herdenkingsdienst in de aula speelde Joris het tweede deel van het klarinetconcert van Mozart. 'Ik weet niet wat er gebeurde. Ik bracht de klarinet naar mijn mond en mijn lippen trilden helemaal. Ik had een verkeerd riet, denk ik.'

Klassiek vindt hij ook mooi, maar jazz is voor hem de belangrijkste muziek. 'We hadden vorig jaar een klassentoernooi. Dan moet je optreden, maar je mag alleen gebruikmaken van de kinderen die bij je in de klas zitten. We hadden een pianist, een violist, een harpist en ik speelde saxofoon. Toen heb ik Take Five van Dave Brubeck voor die bezetting omgeschreven. Daar hebben we wel de eerste prijs mee gewonnen.'

Jazz is zo mooi omdat het muziek is waaraan je zelf iets toevoegt, muziek waarop je kunt improviseren. 'Je probeert een lijn te vinden, iets waarop je terugkomt, wat je kunt herhalen. Je speelt iets, en je denkt: hé, dat is eigenlijk wel mooi. Je kunt niet alles spelen, je speelt in akkoorden en je moet een beetje denken en rekenen. Als je in een G dominant septiem akkoord speelt, heb je geen kruisen en mollen, dan kun je dus geen fis spelen, dat klinkt niet. Maar als je in een D dominant septiem akkoord speelt, kan dat weer wel.' Joris wil naar het conservatorium en dan beroepsmuzikant worden. 'Ik speel nu ongeveer anderhalf uur per dag en ik heb me voorgenomen dat ik naar tweeëenhalf uur ga als ik 15 ben.'

Het is maandag, kwart over zes. De junior workshop repeteert, met de jongste leerlingen. Tien kinderen van een jaar of twaalf zitten achter de lessenaars. Drie dwarsfluiten, twee saxen, een trompet en een trombone. Een meisje zit achter de drums en er zijn twee jongens die keyboard spelen. Er is nog geen bassist, dus Guidi speelt de baspartij. Worksong staat op het programma, van Nat Adderley. Peter telt af en daar begint het. Het is een energiek nummer, met een beat die tot meetikken verleidt. De band speelt af en toe wat stotend, maar het swingt, het is jazz. De pianist krijgt een solo en daarna de trombonist. De trombonist heet Casper en hij is negen jaar oud. Casper loopt een beetje rood aan, zo nu en dan kijkt hij met grote ogen naar de orkestleider. Als de saxen weer invallen met het thema van het nummer en de dwarsfluiten zich bij hen voegen, doet Casper er nog een schepje bovenop. De buizen gaan wild heen en weer, zijn trombone gromt en buldert boven de saxen uit, hij beweegt een grote rubber dop voor de hoorn en daarmee laat hij de tonen aanzwellen en wegsterven. Als de solo is afgelopen, zet Casper de dop op zijn hoofd. Guidi steekt zijn duim omhoog.

Naast Casper zit Camille. Hij is 11 jaar en hij speelt trompet. Hij heeft de demper in zijn trompet gezet en dat geeft zijn solo een mistige Miles Davis-sound.

'Nice solo's', zegt Guidi na de laatste maten. 'En ladies', hij richt zich tot de dwarsfluitistes, 'can we please stop the conversation during the piano solo? Over een paar maanden spelen we op een podium, dan moeten jullie echt stil zijn!' Het volgende nummer is Little Sunflower, een standard van Freddie Hubbard. 'Wie wil een solo?' vraagt Peter. 'Het is niet makkelijk', waarschuwt hij. 'Twee verschillende toonladders: D mineur en C majeur.'

Voetbalclubsysteem

Peter Guidi is 49. Hij speelt alt- en sopraansax en fluit. Hij heeft zijn eigen kwartet en speelde in talloze andere formaties. Hij werd geboren in Schotland en bracht zijn jeugd door op het eiland Jersey, waar zijn Italiaanse ouders een restaurant hadden. Popmuziek vond hij leuk, maar hij was 'fatally attracted to jazz.' In de hotels op het eiland speelden in het vakantieseizoen bands die de standards van die tijd vertolkten, er was een jazzclub waar jamsessies werden gehouden en de jonge Guidi sloeg geen aflevering van het programma Jazz Hour van Willis Connover op de Voice of America over. John Coltrane ging dood en Guidi draaide met zijn vrienden een dag lang Coltrane-platen. Dat was in 1967.

Voor zijn zeventiende verjaardag kreeg hij een tenorsaxofoon. 'Op een dag zat ik in mijn kamer te oefenen. Een jongen loopt voorbij en hoort het. Toevallig is hij de drummer van de Crescendo's - een soulband - en toevallig willen de Crescendo's hun band uitbreiden met een blazerssectie. Ze vroegen me of ik mee kwam spelen en even later zat ik in hun band.' The Crescendo's speelden in binnen- en buitenland.

Een paar jaar later. Guidi is naar Italië getrokken in de hoop daar werk als muzikant te vinden. Maar hij is te laat, de dansorkesten zijn al voorzien. 'Ik zat in de bar Plinio in Milaan, en ik was blut. Ik had nog net genoeg geld om met de bus naar mijn pension te gaan. Maar ik kon er ook een glas bier voor kopen. Het kon me allemaal niets meer schelen, en ik bestelde een bier. Even later komen er drie muzikanten het café in. Hoe gaat het? vraagt de barman. Goed, zeggen ze. We hebben voor het hele seizoen contracten. Het enige is: we kunnen geen saxofoonspeler vinden.'

Guidi steekt zijn vinger op en even later zit hij in hun band. Twee jaar speelde Guidi met ze, in Rome, in Milaan, aan de Adriatische kust, in Sankt Moritz en op een cruiseschip. 'Dat was mijn leerschool', zegt hij. 'Ik leerde alle standards, ik leerde van blad spelen, ik werd een echte muzikant.'

Guidi speelde overal, in Europa en Amerika. In 1983 belandde hij bij toeval in Nederland. Hij kreeg een plaats in de Frank Grasso big band, en werd verliefd op Amsterdam. Hij kwam in contact met de Muziekschool Amsterdam, en daar leidt hij nu al een jaar of acht drie workshops en twee big bands. Het is een soort voetbalclubsysteem, je begint in de junior-workshop, en je kunt opklimmen naar de hoogste workshop. Daarna zijn er twee echte big bands: JazzFocus, en de hoogste: JazzMania. Meer dan honderd leerlingen heeft hij en nu is het al zover dat nieuwe leerlingen op de wachtlijst moeten. 'Dat is toch te gek? Ik zou er iemand bij moeten hebben, maar dat schijnt niet te kunnen. Weet je, in die jaren op de muziekschool heb ik nog meer respect voor muziek gekregen dan ik toch al had. Spelen in een big band heeft een grote vormende waarde. Je moet samenspelen en met anderen rekening houden, maar als je een solo speelt moet je met jezelf voor de dag durven komen. Als dat geen levenslessen zijn.'

Het is weer een maandagavond, en JazzFocus repeteert. De bezetting is die van een echte big band, met alt- en tenorsaxofoons, een baritonsax, trompetten, trombones, een gitarist, en een ritmesectie. De gemiddelde leeftijd ligt rond de twintig. Guidi heet iedereen welkom, kondigt een paar optredens aan en vertelt dat hij binnenkort met zijn eigen kwartet een CD gaat opnemen. 'Ken je die mop van die jazzmuzikant die een CD had gemaakt? Ze vragen aan hem: heb je veel verkocht? En hij zegt: het valt wel mee, alleen het huis en de auto.'

The way you looked tonight ligt op de lessenaar. 'Laten we een drumsolo doen', zegt Guidi. 'Je weet waarom de drumsolo is uitgevonden? Drummers hebben altijd een auto en als je ze een solo geeft mag je met ze meerijden.' Drummer Klaas grijnst en maakt een wegwerpgebaar.

Guidi richt zich tot de bassist. 'Ik heb net een paar van die old cats horen spelen, en het viel me weer eens op dat de bas altijd een tikje op de rest van de band voor is. De bas duwt de band vooruit. Probeer het eens. Denk eraan als je speelt en kijk wat er gebeurt.' En tegen de trombones: 'Ik wil jullie meer horen. Niemand kan de noten meer buigen en uitrekken dan jullie. Ik wil al die effecten horen! Oké, take it from the bridge.' Als het nummer ten einde is gekomen, zegt Guidi tegen de bassist: 'Ik hoorde het verschil. It actually makes you on top.'

Oude meesters

Klaas Balijon is zeventien jaar, hij zit in de zesde klas van het Hervormd Lyceum. 'Van de 700 leerlingen ben ik de enige die van jazz houdt.' Peter Guidi leidde hem de jazzwereld binnen. 'Peter is de sleutel. Hij kent iedereen in de jazzscene, hij weet ongelooflijk veel, hij is een hele goeie leraar, en een hele goeie muzikant.' Klaas drumt nu in de hoogste workshop, en ook in JazzFocus. 'Ik sta te springen om in JazzMania te komen', vertelt hij. 'Maar daar hebben ze al een uitstekende drummer.'

Hij begon als popdrummer. Met zijn bandje repeteerden ze op de vliering van zijn ouderlijk huis. 'Ik had briefjes in de brievenbussen gedaan, om iedereen te waarschuwen tegen het lawaai.' Maar nu speelt hij jazz, dat is veel subtieler. Zijn drumstel staat gewoon op zijn kamer. Van zijn drumleraar heeft hij een jazz-kitje overgenomen. 'Een Sonor. Ik heb er nieuwe vellen opgezet en ik denk dat ik er de rest van m'n leven op blijf spelen.' Klaas is tenger gebouwd. 'Alleen popdrummers hebben van die dikke bovenarmen.'

Hij houdt van de oude meesters. Drie jaar geleden kon hij niet naar Coltrane luisteren, nu probeert hij alles van hem te pakken te krijgen. Zijn favoriete drummers zijn ook al uit de jaren vijftig en zestig: Art Blakey en Elvin Jones. 'Het moeilijke van drummen is dat je het je hele leven kunt doen, maar dat je het nooit echt beheerst. Perfectie bestaat niet.' Jazz, zegt hij, is muziek die elke keer weer anders is, en daarom is hij er zo gek op. 'Je speelt geen enkele solo nog een keer.' Klaas wil de muziek in, naar het conservatorium en dan beroepsmusicus worden. Hij weet dat hij talent heeft. Johnny Engels, van wie hij af en toe een les krijgt, zegt het ook.

Een winderige avond, het is vakantie geweest, en de opkomst is niet groot. 'Laten we een blues spelen', zegt Guidi. Een Blues in F.' De bassist is er niet, dus Guidi pakt een koffer en haalt er een bas uit. Hans, de keyboard-speler, begint te lachen. 'You're right', zegt Guidi. 'Ik ben blij dat je lacht voordat ik ga spelen.' Na een paar maten van de ritmesectie begint de tenorsax, hij blaast aarzelend een paar noten. De noten ontwikkelen zich tot een thema, het thema wordt overgenomen door de andere blazers en de tenor waagt zich aan een solo. Het thema komt terug en nu soleert de trombone. Steeds harder brult de schuiftrompet. De tenor zet er een nieuwe riff tegenaan, een andere tenor neemt het over, de trompettisten blazen hoge noten. Guidi zit achterin het lokaal grijnzend bas te spelen.

Nu komt er een solo voor Hans. Bonkende blue notes haalt hij uit zijn synthesizer. Complexe structuren weeft hij, riskante loopjes die soms verkeerd lijken te gaan, maar toch steeds tot een goed einde komen. De blazers vallen weer in, Hans giert door.

'Hans is een goeie pianist', zegt Guidi, 'maar in het begin begeleidde hij niet. Hij zat maar te soleren. Ik heb hem eens een keer voor een maand een soloverbod gegeven. Dat hielp.'

Scheikunde

Hans Lammen is negentien en hij studeert scheikunde. In de ouderlijke woning in Amsterdam-West smeert hij een boterham en vertelt honderduit. Jazz kreeg hij van huis uit mee. Zijn vader drumt en maakt jazzprogramma's voor de radio, zijn oudere broer speelt altsax. 'Op mijn zevende was ik gek van Ramsey Lewis, ik probeerde steeds maar weer The Incrowd te spelen.' Sinds zijn achtste heeft Hans pianoles, en sinds een jaar heeft hij les van een jazzpianist. In de huiskamer zit hij vaak achter de piano. 'Ongeveer anderhalf uur per dag. Mijn ouders zeggen dat ik maar wat zit te pingelen.' Hans loopt naar de piano en speelt het begin van een blues. 'Maar ikzelf zeg dat ik mijn repertoire van licks uitbreid.' Hans is gek van bebop. Zijn favoriet is hammondorganist Joey de Francesco. 'Pure bebop, doorspekt met blue notes. Ik heb een CD van hem toen hij 19 was. Kon ik dat maar, dacht ik toen dat hoorde.

'Op school was ik de enige die van jazz hield. Het coole groepje hield van house en hiphop, maar daar kan ik echt niets aan vinden. Het is zó beperkt. Jazz is een manier om je fantasie op een extreme manier te uiten. Je moet er wel een oor voor hebben, je kunt het niet als behang gebruiken. Jazz is de muziek, punt! En hip, érg hip.'

Toen hij al eindexamen had gedaan, wilde hij zijn medescholieren op de Pascal-scholengemeenschap een keer laten zien wat hem bezielde. Op een feestavond trad het schoolorkest op. 'Daar zaten alleen maar leraren in. Ze speelden het thema van de Muppets. Dat was zóó ....' Hij schudt zijn hoofd en schiet in de lach. 'Toen ben ik opgetreden met Klaas, en mijn broer, en een bassist. Ik wilde het één keer laten horen. Maar ik kreeg nauwelijks reactie.'

'Weet je wat mijn droom is? Dat ik een meisje ontmoet dat naar jazz luistert, of er voor openstaat.'

Joris, Klaas en Hans willen door in de jazz. Joris en Klaas willen naar het conservatorium. Hans gaat door met scheikunde. 'Hans heeft me om advies gevraagd', zegt Guidi. 'Ik heb hem gezegd: als je ook ergens anders goed in bent, is het misschien beter dat te gaan doen en muziek als liefhebberij te houden. Het probleem is dat er te weinig podia zijn in dit land. Neem Amsterdam. Hoeveel jazzclubs zijn hier? Twee! In Stockholm zijn er twintig! En dat is niet verwonderlijk, want een cafébaas die hier een paar muzikanten wil laten spelen moet eerst voor tienduizenden guldens zijn café laten isoleren. En daar heeft hij geen geld voor. Het zou veel beter zijn om daar subsidie voor te geven, maar de subsidies gaan nu naar muziek waar maar drie procent van het publiek naar wil luisteren! Stel je voor dat aan de subsidies voor het Concertgebouworkest de voorwaarde verbonden zou zijn dat ze alleen minimal music spelen. Dat is precies hetzelfde!'

Guidi maakt zich zorgen over het jazzklimaat. Overal ter wereld dezelfde pop van MTV op het scherm, en jazz uit steeds minder luidsprekers.

'Ik heb eens met een Japanner gespeeld', vertelt Guidi, 'en het enige Engels dat hij sprak waren songtitels. All the things you are? vroeg hij, en dan speelden we dat. Body and Soul? Oké, zei ik. Autumn Leaves? We konden elkaar niet verstaan, maar we hoorden bij hetzelfde internationale netwerk. Jazz is een paspoort. Jazz is a brotherhood. Jazz is eigenlijk de enige wereldmuziek die er bestaat.'