TUCHTRECHT KAN VERPLEEGKUNDIGE IN DILEMMA BRENGEN

Fouten van artsen zijn pijnlijk. Soms letterlijk voor de patiënt, altijd figuurlijk voor de betrokken arts. Dat veel artsen moeite hebben fouten toe te geven is menselijk, maar zodra zij fouten verzwijgen, ontkennen of bagatelliseren betreden zij een hellend vlak. Medische tuchtcolleges berechten vaak artsen aan wie het verzwijgen of ontkennen van een fout zwaarder wordt aangerekend dan de fout zelf.

Britse oogartsen kregen de volgende casus voorgelegd. Na een fout tijdens de staaroperatie van een oude dame moet er meer in haar oog gesneden en gehecht worden dan de bedoeling was. Ook moet een andere lens worden geplaatst. De kans op schade aan het gezichtsvermogen is aanzienlijk. Gelukkig blijkt de volgende dag dat mevrouw weer prima kan zien. Vraag: zou u het gebeurde en de mogelijke gevolgen met de patiënt bespreken?

Van de ondervraagde oogartsen zou 60 procent het voorval melden, terwijl één op de drie daarbij volledige openheid zou bieden. De zwijgende minderheid voert veelal aan dat zij de patiënt niet onnodig angst wil aanjagen. De onderzoekers vermoeden echter dat angst vooral de artsen zelf parten speelt: angst om voor de patiënt af te gaan, angst voor financiële en juridische consequenties. Patiënten verwachten echter openheid. Dat bleek toen de onderzoekers, zelf oogarts, de casus ook voorlegden aan bijna 250 patiënten. Daarvan vond 92 procent dat de arts de fout moet melden; 81 procent verlangt volledige informatie. (British Medical Journal, 6 maart).

Interessant in Nederland is in dit verband de nieuwe positie van verplegend personeel. Als de arts zwijgt en de verpleegkundige wel op de hoogte is, kan deze in een lastig parket komen, nu sinds de invoering van de Wet op de Beroepen in de Gezondheidszorg de beroepsgroep een eigen tuchtrecht kent. De tuchtrechter kan oordelen dat een goede zorgrelatie met de patiënt inhoudt dat de verpleegkundige geen relevante informatie verzwijgt.

In een recent nummer van Verpleegkunde Nieuws (11 februari) buigen drie deskundigen zich over een fictief geval van een vrouwelijke Jehova-getuige. Jehova-getuigen zijn principieel tegen bloedtransfusies. Tijdens een eenvoudige operatie ontstaat een bloeding en de arts redt de patiënte met een bloedtransfusie, ook al kent hij haar bezwaren die hij dient te respecteren. Dit alles wordt voor de patiënte verzwegen, maar staat wel in het operatieverslag. Zo komt de verpleegkundige het te weten.

De deskundigen (een jurist, een ethicus en een inspecteur van de volksgezondheid) raden verpleegkundigen aan om in zo'n situatie de arts op zijn stilzwijgen aan te spreken. De eerste uitspraak in zo'n verpleegkundige tuchtzaak laat al zien dat verpleegkundigen niet aansprakelijk zijn voor beslissingen van artsen. Een psychiatrisch verpleegkundige werd verweten dat een zelfstandig wonende zwakbegaafde patiënt die vanwege suïcidale neigingen was opgenomen weer was ontslagen zonder dat de familie daarvan op de hoogte was gesteld. De patiënt deed thuis een zelfmoordpoging. Het tuchtcollege legde de verantwoordelijkheid voor deze beslissing en voor de gevolgde procedure bij de behandelend psychiater.

(Huup Dassen)