Terwijl

Het beschrijven van een raadsel is niet hetzelfde als het vinden van de oplossing, maar op een of andere manier helpt het om het te bedwingen. Een raadsel van de oorlog is de gelijktijdigheid. Terwijl (altijd begint zo'n beschrijving met terwijl) in Belgrado de eerste bommen vielen en een Servische tankcommandant een boerderijtje in Kosovo onder vuur liet nemen, stonden voor de bioscoop in de 23ste straat de mensen in de rij om naar de veel bekroonde film Shakespeare in Love te gaan kijken. Schrijver dezes wachtte bij de kassa van de convenience store aan de overkant op zijn beurt. Voor hem stond een vrouw van tussen de tachtig en de negentig de uitstalling van een soort gevulde koeken te bestuderen, vijf modellen, allemaal met andere ingrediënten; voor haar allemaal even lekker. Terwijl een B-52 de volgende kruisraket losliet, betastte ze het aanbod, dacht diep na, en koos. Ze nam na rijpe overweging de beslissing, zoals president Clinton dat een dag tevoren had gedaan. Ze pakte een dollar uit haar oeroude tasje en legde die op de toonbank naast haar aankoop.

,,Dat is 1 dollar 35'', zei het vriendelijke Chinese meisje van de kassa. (Haar opa en oma waren in de jaren dertig nog bijtijds uit Nanking aan de Japanners ontsnapt, terwijl haar klant, toen meisje van zestien, eindexamen middelbare school deed en heimelijk verliefd was op Gary Cooper).

Terwijl in Belgrado de kruisraket ontplofte, raakte de oude vrouw aan radeloosheid ten prooi. Ik geef toe dat het een versleten uitdrukking is, maar zo was het nu eenmaal. Diepe verslagenheid. Hoeveel kost zo'n kruisraket? Een miljoen, denk ik. Ze keek nog eens in haar tas. Geen 35 cent om naast de dollar te leggen. De gevulde koek ging weer op zijn plaats, ze stak de dollar in haar tasje en begon aan haar vertrek. Wat doet een rijk mens in zo'n geval?

Ik zei: ,,Mevrouw, ik betaal die 35 cent erbij.''

Ze was al halverwege de deur, draaide zich om, en zei met soevereine kilte: ,,Ik leef niet van liefdadigheid.''

Terwijl in het hoofdkwartier van de NAVO de generaals krijgsraad hielden, zich afvroegen waar de volgende bom moest worden gegooid, stond schrijver dezes perplex over de miskenning van zijn bedoelingen. Niet lang. Hij riep de al bijna vertrokken klant na: ,,Dit is geen liefdadigheid mevrouw, dit is vriendelijkheid!'' Terwijl in het Kosovaarse boerderijtje de vlammen om zich heen grepen, wierp ze hem een boze blik toe en verdween in het straatgewoel, de gefrustreerde weldoener in gevecht met zijn miskenning achterlatend.

In de jaren dertig was er in de romankunst de school van het simultanisme. Uit het werk van deze schrijvers kwam de wereld tevoorschijn ,,in al haar bonte en grillige verscheidenheid'', zoals het in de letterkunde wordt genoemd. Het heeft dikke boeken veroorzaakt, maar het raadsel is er niet mee opgelost. Dankbaar is het beschrijven van een simultaan handelen om daarmee absurde tegenstellingen te scheppen. Terwijl de keizer zijn oppasser order gaf het paard wat extra haver te geven, werd het regiment dragonders meegesleurd in het ijskoude water van de Berezina. Ik noem iets uit de verder verwijderde geschiedenis om het neutraal te houden. Of absurde overeenkomsten. Die kan iedereen voor zichzelf verzinnen.

Tussen vijf en zeven speelt zich op de televisie de oorlog in en om Kosovo en Joegoslavië af. Vijf jaar, of langer al, zien we gezinnen op boerenkarren, de rookwolken uit hun huis op de achtergrond, afgewisseld met soldaten die hun machinegeweer legen, afgewisseld met hopen vodden waarin de lichamen van geëxecuteerden, afgewisseld met het prothesemondje van Miloševic. Krankzinnigen die de huizen van anderen verwoesten. Je zou er iets voor over hebben om voorgoed van dit gekkenhuis verlost te zijn. Maar wat?

Nu vallen `wij' aan, de NAVO, de Amerikanen. `Wij' zelf zijn de verwoesters. Terwijl `onze' granaten niet altijd op de bedoelde plaatsen ontploffen, zitten we voor de televisie. Er is een verslaggever aan boord van het schip voor geleide projectielen, de Phillipine Sea. De mannen zijn bezig met het trekken van de coördinaten op de kaart. Wham, daar gaat het projectiel van een miljoen. ,,Sta je erbij stil waar dat ding terechtkomt?'' vraagt de verslaggever. De matroos, of hoe noem je zo'n functionaris tegenwoordig, heeft een onschuldig jongensgezicht. Zit geen kwaad bij. Een melkmuiltje. ,,Nee'', zegt hij een beetje verbaasd. ,,Het gaat om de precisie.''

Zijn `wij' dat? Het oorlogsnieuws is afgelopen. Sport. Waarom niet. Tot in de Hongerwinter is de voetbalcompetitie doorgegaan. Ik geloof dat er nog een wedstrijd is gespeeld terwijl in de Ardennen het Rundstedt-offensief aan de gang was.

Dit is geen stukje vol verstandige politieke en militaire overwegingen. Het gaat over het terwijl en het walgelijke dat in het woord verborgen kan zijn.