Solidariteit

Sport en politiek zijn al lang geen gescheiden werelden meer. Het elitaire gehannes rond het IOC-lidmaatschap van Willem-Alexander bevestigt de open grenzen. We leven in een goulash-democratie.

De oproep van de Joegoslavische stervoetballers Pedrag Mijatovic, Dejan Savicevic en Dragan Stoijkovic om via een boycot het werk neer te leggen als protest tegen de `Navo-agressie' heeft mijn sympathie. Je kan van een profvoetballer niet vragen dat hij anderhalf uur het beste van zijn leven geeft om Real Madrid aan drie punten te helpen op een moment dat zijn ouders, nichten en neven in Novi Sad worden uitgerookt. Ik weet wel dat Rinus Michels daar anders over denkt, maar Rinus is dan ook een geboren oorlogshitser.

Toch vrees ik dat de oproep van de drie internationals dode letter zal blijven. Niet omdat de andere Joegoslavische gastarbeiders in de Europese competities minder correct zijn in het politieke denken of in vaderlandsliefde, maar sporters hebben nou eenmaal geen talent voor solidariteit. Ze zijn door status, roem en commercie zo `verikt' dat het al een wonder mag heten als ze de zwangerschap van hun geliefde actief mee beleven. Voor de meesten is het kind er pas na de eerste schreeuw.

Bij wielrenners slaat het quarantaine-syndroom nog heviger toe dan bij voetballers. Het peloton is een paternoster van geharnaste ego's, ondoordringbaar voor vonken van solidariteit en emancipatie. Neem Milaan-Sanremo. De renners hadden vorige zaterdag 294 kilometers voor de boeg. Daar mag een min of meer normale nachtrust aan voorafgaan, zou je denken. Maar nee, de gendarmes van de UCI hadden besloten dat er zou worden gecontroleerd op EPO. Vier ploegen werden om half vijf in de ochtend uit hun bed geranseld. Voor een prikje. Om half vijf! Als je daar bij de gevallen godenzonen van Ajax mee aankomt is het hotel te klein. Gevangenen, waar ook ter wereld, steken meteen de hele boel in de fik. Navo-soldaten zouden het gebroken geweer als middenvinger ten hemel heffen. En wie het waagt de minister-president voor minder dan een nationale calamiteit om half vijf uit zijn bed te bellen, heeft zijn mooie toekomst achter zich.

Je denkt dus dat dit schofterige getreiter ook wielrenners te ver gaat. Dat het hele peloton de vuist balt naar de UCI, Hein Verbruggen de nagels van de tenen uitrukt en vervolgens zich ostentatief te slapen legt voor de Dom van Milaan. Nee hoor. Ze kruipen gewoon op de fiets, vlammen over de Cipressa en de Poggio alsof er die ochtend niets is gebeurd en sprinten als vanouds voor de overwinning. Gevoel voor waardigheid en solidariteit? Daar hebben ze in de boeken van Grisham nooit over gelezen. Dat zijn dus begrippen voor een ander soort mensen.

Ik heb Hein Verbruggen leren kennen als een epicurist met sociale antennes. Een van de zeldzame bobo's die zich niet laat bedwelmen door het pluche van de salons. Misschien wel een man die bang is voor geluk. Dat uitgerekend deze verlichte bestuurder gevoelloos blijkt te zijn voor de vernedering die de renners in de Tour en nu ook weer voor Milaan-Sanremo moesten ondergaan, stemt mij verdrietig. Kennelijk is het onomkeerbaar: vroeg of laat krijgen alle bobo's de tic van de vervreemding.

Niet dat hij mijn favoriete herder is, maar misschien moet Muskens met zijn hang naar wereldse bombarie maar weer eens van zich laten horen. De Ratelband voor de armen zou die arme wielrenners tot het inzicht kunnen brengen dat ze, in naam van de sponsor, niet alles hoeven te slikken. Koersen is tenslotte een katholieke sport.

Andrej Tsjmil was een van de slachtoffers van de EPO-jagers. Hij won Milaan-Sanremo na een schitterende demarrage in de laatste kilometer. De vreugde die uit de uit gruis van Oekraïense steenkoolmijnen gebeitelde kop spatte, was een schilderij van een meester waard. Tsjmil zul je niet meer horen over zijn nachtelijk avontuur. De zege in Milaan-Sanremo heeft hem als potentiële stakingsleider weggebombardeerd. De tragiek van wielrenners is dat ze altijd verbaasd zijn na een overwinning. Uit verwondering ontstaat geen woede.