Smaismrmilmepoeta!

MET ENIGE regelmaat ontvangt het AW-centrum beschrijvingen en bouwplannen van eeuwiglopende machines die de oplossing zijn voor het huidige energieprobleem, c.q. broeikaseffect. Geheel belangenloos aangeboden door medeburgers die het geklungel van de grootindustrie zat zijn. Een bladzijde uit een schoolschrift, soms een in eigen beheer uitgegeven boek.

Laatst arriveerde, uit anonieme hoek, een intrigerende fotokopie die vergezeld ging van een lang anagram waarin ongetwijfeld de werking van de uitvinding en ook de naam van de uitvinder verborgen zit. Niet zo mooi als bijvoorbeeld Galilei dat deed, maar toch heel vernuftig: 169 losse letters die steeds `de laatste letter van een woord' zijn, 101 letters die steeds de tweede letter van een woord zijn en 50 letters die steeds de eerste letter van een woord zijn. Onduidelijk is of het totaal aantal woorden dus 169 is en of de 50 woorden waarvan de eerste letter gegeven is alle behoren tot de 101 woorden waarvan de tweede letter gegeven is, of juist helemaal niet. Gezien de bittere ervaringen van Kepler die na weken ploeteren Salue umbistineum geminatum Martia proles als oplossing bedacht voor het anagram smaismrmilmepoetaleumibunenugttauiras waarin Galilei eenvoudig Altissimum planetam tergeminum observavi had verstopt, wordt met de ontcijfering gewacht tot extra aanwijzingen binnen zijn.

De fotokopie toont de doorsnede van een boot, een soort platte bak, die op zijn dek een bescheiden elektromotor draagt. Deze verzorgt, via een V-snaar, de aandrijving van een hoger gemonteerde poelie die zodanig van vertanding is voorzien dat hij (1) via een ketting een wiel aandrijft waarop een zware krukwang als contragewicht is gemonteerd en (2) rechtstreeks (via in elkaar grijpende tanden) een andere poelie laat draaien die via een ketting al evenzeer een wiel met krukwang aandrijft. De poelies, begrijpt men, draaien tegen elkaar in en de wielen met krukwangen zijn zó gekoppeld dat steeds de ene krukwang omhoog komt als de andere net naar beneden draait. Overigens zijn alle wielen en poelies even groot. `Als de elektromotor zeer langzaam draait ontstaat er meer energie dan de elektromotor opwekt. Ik neem aan dat u het nu wel ziet.' Een tweede schets toont hoe de extra energie wordt gebruikt om een generator aan te drijven die (waarschijnlijk) stroom levert aan de elektromotor zodat deze het zonder externe stroomvoorziening kan stellen. Omdat het geheel op een boot staat is er misschien ook nog een aftakas die een schroef aandrijft.

Men smacht van verlangen om dit geruisloze schip met zijn tegen elkaar indraaiende krukwangen de golven te zien trotseren. Maar een gemeenschappelijk kenmerk van perpetuum mobile-ontwerpers is, afgezien van de resolute ontkenning van de eerste hoofdwet van de thermodynamica, dat zij er enerzijds stuk voor stuk van overtuigd zijn het recept voor het levenselixer te hebben gevonden maar dat zij er anderzijds nooit toe overgaan dat elixer te serveren. Een geheimzinnige, niet te overwinnen psychologische wetmatigheid neemt steevast de plaats in van het juist zo makkelijk overwonnen fysisch principe. Werkende modellen worden niet getoond.

De twee ingenieuze ontwerpen die hier vandaag als illustratie dienen hebben dan ook niets met een perpetuum mobile te maken, al is hun beweging nauwelijks minder opwindend. Het zijn toestellen die, aangedreven door de wind, tegen de wind in bewegen. Motoren dus, met een aanwijsbare energiebron. Begin februari 1996 werd op deze plaats een door de Rotterdammer Albert Goudriaan ontworpen scheepje besproken dat in bad tegen de wind van de haardroger in voer. Het was een elegante verkleining van een tegenwindgigant waarmee Goudriaan tien jaar eerder de Kralingse Plas onveilig maakte. Van AW-wege werd besloten een vierwielig wagentje te bouwen dat tegen de wind wou rijden, maar het werd niets.

Later kwamen er foto's van technici, waaronder zeer bejaarde en zeer jeugdige, die meer succes hadden gehad. Al in 1935 reed in Delft een door TH-studenten gebouwde tegenwindwagen. En nog weer later stuurden Aris Roskam in Strijen en Aad Roelandt in Amsterdam per post geheel op maat gemaakte onderdelen voor de zelfbouw van tegenwindwagens, die het gegarandeerd zouden doen. Die van Roskam zat snel genoeg in elkaar, voor die van Roelandt moest eerst een lijmpistool, een glue gun, worden aangeschaft. Glue guns, waar de oudere knutselaar gevaarlijk trigger happy van wordt, kosten tegenwoordig nog geen tientje. Ook die van Roelandt zit sinds deze week in elkaar en rijdt moeiteloos tegen mondwind in. Veel meer valt er niet toe te voegen aan wat er hier al eerder over is geschreven. Het gaat er om dat de ontwerpers weten dat hun werk niet voor niets was.