PAPIEREN BOEK

In zijn artikel `Boekenweek' (W&O, 13 maart) schrijft Rik Smits dat het papieren boek de opvolger van de boekrol was. Dit behoeft enige verduidelijking.

De boekrol of `volumen' was in de regel vervaardigd uit papyrus. Papyrus was het schrijfmateriaal bij uitstek gedurende de gehele oudheid. Chronologisch bekeken echter is het perkament en niet het papier de opvolger van de papyrus als voornaamste schriftdrager in het Westen. Perkament was reeds in de eerste eeuw vóór Christus bekend maar verdrong de papyrus pas definitief in de 4de-5de eeuw na Chr. Rond diezelfde tijd ging men ook over van boekrol op `codex': de boekvorm zoals wij die nu nog kennen. Die overgang had onder meer te maken met het feit dat (het dure) perkament duurzaam en goed plooibaar was én opistografisch, dat wil zeggen aan beide zijden — recto en verso — beschrijfbaar. Naar zijn vorm zou de codex geïnspireerd geweest zijn op de `polytycha' (een aantal samengebonden wastafeltjes). In ieder geval raakte tegen het einde van de 5de eeuw na Christus de boekrol bijna geheel in onbruik en verdween ook de papyrus geleidelijk uit West-Europa.

Papier is een Chinese uitvinding die doorgaans wordt toegeschreven aan Tsai Lun en gedateerd in 105 na Christus. Via de Arabieren raakt de fabricatie ervan bekend in Spanje en later in de rest van Europa. Fabriano (bij Ancona, Italië) bezat in 1276 een papiermolen. Het papieren boek is dus een opvolger van de boekrol maar niet de directe opvolger, dat is de perkamenten codex. Deze laatste bezat reeds alle kwalificaties die Rik Smits aan het papieren boek toekent.

Overigens ben ik het geheel eens met de conclusies van de auteur en had hij wat mij betreft ook mogen stilstaan bij het simpele feit dat lezen van een beeldscherm altijd vermoeiender zal blijven voor ogen en rug, dan bijvoorbeeld het lezen van een boekje in een hoekje.