Opportunist

Vuk Draškovic is de andere van de twee vice-premiers in dienst van Miloševic. Hij geldt als het vriendelijke gezicht van Belgrado.

In de lange winter van 1996-1997 liep Vuk Draškovic (1946), ex-journalist en schrijver, elke dag in het besneeuwde Belgrado, arm in arm met medestanders Vesna Pešic en Zoran Djindjic, aan het hoofd van de demonstrerende studenten die protesteerden tegen de verkiezingsfraude van Slobodan Miloševic. Elke dag sprak Vuk Draškovic, de emotionele romanticus, de man met de wapperende haren en de baard van een pope, de tegenstanders van Miloševic toe, onder toeziend oog van de rijen grimmige oproeragenten. En de betogers wonnen. Miloševic bond na vier maanden in, zijn eerste en enige binnenlandse nederlaag. De fraude werd rechtgezet, Zoran Djindjic werd burgemeester van Belgrado en Draškovic, de charismatische, was een van de onversneden helden van die zege.

Nu, luttele jaren later, is Vuk Draškovic vice-premier en spreekbuis van het regime dat hij toen zo bitter bestreed. Hij is simpelweg met een mooi baantje opgekocht door alleenheerser Miloševic. Hij, de opportunist bij uitstek, mag nu elke dag zijn eigen, door Miloševic toebedeelde rol spelen in het drama-Joegoslavië. Waar Šešelj in dat drama de boeman is, speelt Draškovic de rol van het vriendelijke gezicht naar buiten toe, de makkelijk toegankelijke, verbaal begaafde zegsman die in direct citeerbare bewoordingen uitlegt wat Belgrado bezielt: ,,Joegoslavië wordt gestraft hoewel het onschuldig is. Joegoslavië heeft niet meer gedaan dan het eigen territorium verdedigen tegen separatisten.'' En wat hem betreft hoeven die buitenlandse journalisten het land echt niet uit, wat hem betreft zijn ze altijd welkom. Draškovic' deur staat altijd voor hen open. Hij is nog even charismatisch als vroeger, nog even charmant. Hij dient alleen een andere heer, een die hem even heel goed kan gebruiken.

Erg indrukwekkend zijn overigens de democratische geloofsbrieven van Vuk Draškovic nooit geweest – minder overtuigend waren ze dan die van Djindjic en véél minder overtuigend dan die van Vesna Pešic. De leider van de Servische Vernieuwingspartij SPO is altijd een Servische nationalist geweest. Hij heeft zich – anders dan zijn vroegere vrienden – altijd tegen de beëindiging van de onderdrukking van de Albanezen in Kosovo gekeerd.

Een parallel: net als Miloševic wordt Draškovic beïnvloed door zijn radicale echtgenote. Danica Draškovic heeft eens op een onbewaakt moment – haar man was nog opposant – geroepen: ,,We hebben handgranaten nodig, en wapens. We hebben een nieuwe Apis nodig.'' (Dragutin Dimitrijevic Apis was betrokken bij wrede moord op koning Aleksander Obrenovic van Servië en zijn vrouw Draga in 1903, en plande de moord op Franz Ferdinand in 1914 in Sarajevo.) Toen Djindjic en Draškovic na de overwinning van februari 1997 uit elkaar gingen, wist Djindjic wie de schuldige was: ,,de machts- en geldgierige'' Danica, die ,,liever Belgrado zou laten verrotten dan mij een succes als burgemeester te gunnen.''