Nederland-plus, maar Europa-min

Beleggen in Euroland: geen valutarisico, wel de Europese economie in de portefeuille. Maar niet helemaal, want beleggen zonder Zürich en Londen verschilt.

Het lijkt maar een klein verschil: beleggen in een fonds dat in heel de (West-) Europese regio in aandelen kan beleggen, of in één van de nieuw gelanceerde `Euroland'-fondsen. Wie belegt in een fonds dat uitsluitend investeert in landen die meedoen met de gemeenschappelijke Europese munt, de euro, heeft het voordeel geen enkel valutarisico meer te lopen, maar haalt. daarmee toch in een keer het grootste deel van de Europese economie in z'n portefeuille.

Wie er zo over denkt, ziet een paar details over het hoofd. Voor een belegger maakt het namelijk een enorm verschil of hij zijn geld kan spreiden over een Europa inclusief Verenigd Koninkrijk en Zwitserland, of zonder deze twee landen. En dat komt vooral doordat Londen en Zürich in termen van beurskapitalisatie (= totale waarde van de genoteerde bedrijven) verhoudingsgewijs zo belangrijk zijn. Het gewicht van de beurzen van Londen en Zürich is goed af te lezen aan de hand van de Europa-indices die MSCI (Morgan Stanley Capital International) samenstelt (en die voor 40 à 45 procent van alle professionele beleggers het toonaangevende ijkpunt voor hun portefeuilles is).

In de `brede' Europa-index hebben Zwitserse aandelen een gewicht van 10, 5 procent en Britse een gewicht van maarliefst 30,9 procent. De rest van het verschil wordt bepaald door de Scandinavische landen, die met elkaar 7,4 procent uit maken. Dat juist Londen en Zurich relatief zo zwaar wegen – Frankfurt doet maar voor 13,9 procent mee in de index, Parijs voor 13,1, en om het beeld te completeren: Amsterdam voor 8,2 procent – heeft te maken met de verschillen in de financiële cultuur in elke van die landen. In Engeland, Zwitserland en Nederland gaan bedrijven snel naar de beurs; aandelen van Franse, Duitse maar ook Italiaanse bedrijven zijn traditioneel meer in handen van oprichtersfamilies of banken. Gevolg is dat de beurzen er klein zijn in verhouding tot de economie als geheel en in beurstermen vertegenwoordigt Euroland dan ook maar de helft van Europa.

Nu zou dat allemaal niet zo belangrijk zijn als de vertegenwoordiging van de verschillende bedrijfseconomische sectoren in Euroland en in Europa ongeveer met elkaar overeenkwamen. Maar ook dat is niet het geval. Eigenlijk kun je elke Europese beurs nog altijd typeren in termen van sectoren. In Amsterdam beleg je als je olie, voedingsindustrie of uitgevers zoekt. Frankfurt heeft z'n automobiel- en kapitaalgoederenindustrie, Parijs is sterk in luxe consumentengoederen en, net als Nederland, in verwerking van agrarische producten.

Die sectorale specialisatie is ook waarom veel beleggers Londen en Zürich niet zullen willen missen. De sector namelijk die de laatste paar jaren de hoeksteen van elke succesvolle beleggingsportefeuilles was, de farmaceutische industrie, vindt je voornamelijk in Zwitserland en in Engeland. Bedrijven als Novartis en Roche bepalen voor liefst 44 procent van de MSCI-index van Zwitserland, en Glaxo Wellcome, Zeneca en Smithkline Beecham maken met nog een paar branchegenoten bijna 15 procent de totale waarde van de Britse index uit.

Het gevolg is dat in een Europortefeuille de farma-sector (die door MSCI overigens met cosmetica in één en hetzelfde hokje wordt gestopt, wat het beeld licht vertroebelt) slechts voor 3,5 procent meedoet, en in de brede Europaportefeuille voor 11,7 procent. Een ander belangrijk verschil is dat in Zürich en Londen een aantal zeer prominente en winstgevende Europese banken en verzekeraars zijn gevestigd. De beleggers die zich tot Euroland wil beperken, kan daar dus niet in deelnemen.

Hét punt van Eurolandfondsen, de afwezigheid van valutarisico's, is natuurlijk wel wat waard. En misschien is het daarom eerlijker om een Eurolandfonds te vergelijken met een uitsluitend in Nederland beleggend fonds. Die zijn immers uit valuta-oogpunt helemaal vergelijkbaar maar het Euroland fonds biedt meer keuze uit sectoren. (Misschien is een Nederlandportefeuille wel zelfs wel gevoeliger voor valutaschommelingen dan een Eurolandportefeuille omdat de dollarskoers zo'n grote impact heeft op veel in Amsterdam verhandelde bedrijven)

Maar valutaschommelingen van het Britse pond of de Zwitserse Frank worden in de praktijk toch ook wel gecompenseerd in de aandelenkoersen. Ga maar na: als het pond duurder wordt, daalt de vraag naar Brits exportproducten. Dat zet de aandelenkoers van Britse exporteurs onder druk. Het tijdelijk voordeel van een belegging in Engeland door de waardestijging van de munt valt daardoor weer weg. Kortom: valutarisico's zijn sowieso minder groot dan ze lijken.

Over een paar jaar zal het onderscheid tussen Europafondsen en Eurolandfondsen vermoedelijk vanzelf verdwijnen. Toetreding van Britten en Zwitsers staat op de politieke agenda. En als dat niet gebeurt zal de komst van een gefuseerde Europese beurs, waar juist de allergrootste bedrijven genoteerd zullen worden – in euro's natuurlijk – er wel voor zorgen dat de meest aantrekkelijke ondernemingen van Zwitserland en Groot-Brittannië tenslotte toch in die Eurolandportefeuilles kunnen worden opgenomen.

Sectorale specialisatie reden waarom beleggers Zürich en Londen niet willen missen