NAVO richt bommen met satellieten

Vergeet de laser. In Joegoslavië vinden de bommen hun weg naar het doel dankzij het satellietnavigatiesysteem GPS. Weer of geen weer.

De snelle ontwikkeling van de informatie- en communicatietechnologie heeft zoveel invloed op militaire operaties dat legerkringen spreken van de RMA, Revolution in Military Affairs. Binnen deze revolutie speelt het satellietnavigatiesysteem GPS, het Global Positioning System, een belangrijke rol. Tijdens de Golfoorlog gold de lasergeleiding nog als het summum van technologie. Veel van de geleide bommen en kruisraketten die nu op de commandocentra en bunkers in Joegoslavië vallen, vinden hun weg met behulp van deze kunstmanen.

Het werkingsprincipe van GPS is simpel: door een constellatie van 24 satellieten in een baan rond de aarde staan op elk punt op de wereld vier satellieten aan de hemel – sommige net boven de horizon, andere pal boven je hoofd. De satellieten, waarvan de positie exact bekend is, zenden een signaal uit zodat ze een geschikt referentiekader voor positiebepaling vormen. Eigenlijk zenden ze twee signalen uit: één minder nauwkeurig voor civiel gebruik, en één uiterst precies voor militaire toepassingen.

En die laatste zijn er legio. Met GPS is het een fluitje van een cent om de eigen positie op de kaart aan te geven. Toen in de Golfoorlog de tanks van de anti-Iraakse coalitie hun weg moesten vinden door de woestijn om de Irakezen in Koeweit in de rug aan te vallen, ging dit met behulp van GPS. Overigens waren in 1991 nog maar een handvol van de satellieten in omloop, zodat de `dekking' niet volledig was. Maar doordat de Irakezen hun eigen LORAN navigatiesysteem – om de zoveel kilometer een paal in de woestijn – niet hadden uitgeschakeld, vonden de divisies toch hun weg.

Maar nog handiger is, dat bommen met GPS naar een doel kunnen worden gedirigeerd. Het signaal trekt zich niks aan van sneeuw of regen.

Lasergeleiding daarentegen heeft als nadeel te worden gehinderd door een wolkendek. De B-2 bommenwerpers die onderdeel vormden van de eerste aanvalsgolf tegen Joegoslavië, hoefden boven Priština alleen maar het bommenruim open te doen en de 16 GPS-gestuurde bommen van duizend kilo los te gooien. Het ging hier om zogeheten JDAM-bommen, wat staat voor Joint Direct Attack Munition.

Er zijn meer GPS-gestuurde bommen in omloop: zo is er ook de JSOW, Joint Stand-Off Weapon, die al eerder tegen de Iraakse luchtafweer is ingezet. Deze bom zweeft over een afstand van bijna honderd kilometer naar zijn doel en werpt daar vervolgens tientallen kleine ladingen af.

Volgens de Amerikaanse luchtmacht waren de prestaties van de JSOW tegen Irak ,,ver boven verwachting.'' Maar dat zeggen militairen erg snel over hun peperdure spullen.

Hoe nauwkeurig GPS nu eigenlijk is, is onderwerp van discussie. ,,De officiële, vrijgegeven nauwkeurigheid van GPS is zestien meter'', zegt een woordvoerder van het Amerikaanse, in Colorado Springs gevestigde Space Command, het onderdeel dat de GPS-satellieten beheert. Het behoeft weinig betoog dat dit onzin is: dit betekent immers volgens de gangbare definitie, dat de helft van de JDAM-bommen binnen een cirkel met een diameter van zestien meter terecht zouden komen. Het Amerikaanse blad Aviation Week – dat door militairen ook wel met enig tandenknarsen als Aviation Leak, 'luchtvaart-lek' wordt betiteld – kwam onlangs met een geloofwaardiger schatting. Enige jaren geleden raakte een Amerikaans gevechtsvliegtuig uit de koers. Het stortte neer op een gletscher. Doordat het toestel volledig was gedesintegreerd lag het ijs bezaaid met kleine onderdelen van vliegtuig en piloot. Boswachters en houthakkers mochten helpen bij het lokaliseren van de overblijfselen. Ze kregen allemaal een GPS-ontvanger in handen, waar voor de gelegenheid het militaire signaal mee was af te lezen. Tot hun stomme verbazing zagen ze dat ze een moer op nog geen twintig centimeter afstand van een bout apart met GPS konden markeren.