NAVO moet niet alleen bommen gooien

Bommen vallen in Joegoslavië en er is geen weg meer terug. Want het Westen kan het zich niet veroorloven dat Miloševic de luchtaanval rustig over zich heen laat komen zonder verdere maatregelen te nemen om hem in het gareel te dwingen. Een invasie met grondtroepen zou daarom nu al moeten worden voorbereid, vindt Thomas H. von der Dunk.

Nu de NAVO de aanval heeft ingezet, is er geen weg meer terug. Nu zij de zaak van Kosovo tot de hare heeft gemaakt, heeft zij haar geloofwaardigheid daaraan verbonden. Zij mag deze strijd alleen winnen, en het is te hopen, dat zij het belang daarvan ook blijft beseffen, wanneer straks de eerste slachtoffers aan eigen zijde vallen. Zij kan zich niet veroorloven, dat Miloševic de luchtaanval onverstoorbaar over zich heen laat komen en zij vervolgens geen antwoord weet om hem in het gareel te dwingen. Als de NAVO niet bij machte is, om een kleine moordlustige mafiastaat aan haar grenzen tot de orde te roepen, dan zal in de toekomst niemand haar dreigementen meer serieus nemen, wanneer één van haar eigen leden wordt bedreigd. Ultimata binden in dit opzicht ook en vooral degene, die deze ultimata stelt.

Dat betekent, dat wanneer Belgrado ook na de laatste geplande luchtactie niet inbindt, het niet zo kan zijn dat de NAVO het dan even niet meer weet, en eerst weer een paar weken moet vergaderen. De kans dat Belgrado, in de verwachting dat de NAVO geen grondtroepen zal durven zenden, gewoon de bombardementen uitzit, is reëel. Dat betekent dat het nodig kan zijn om die grondtroepen te zenden om alsnog Kosovo van de terreur van het Servische leger te bevrijden – en mogelijk Servië zelf, als de strijd escaleert en Miloševic niet bijtijds capituleert. Dat betekent dat de NAVO met dit scenario nu al rekening dient te gaan houden en dus nu al terzake voorbereidingen te treffen. Als onze minister van Defensie derhalve werkelijk, zoals zijn uitspraken afgelopen donderdag suggereren, in deze nog niet verder heeft gedacht dan de laatste kruisraket, is hij voor zijn ambt ongeschikt. Alleen wanneer thans onmiddellijk begonnen wordt met de voorbereiding van een invasie met grondtroepen, ziet Belgrado mogelijk in, dat het de NAVO menens is. Dan zal ook de kans dat van een eventuele grondaanval wordt afgezien, toenemen. Bovendien zou in het aangezicht van een dergelijke overmacht wel eens kunnen blijken, dat de bewierookte Servische heldenmoed zijn grenzen kent. Dat de eerste dienstplichtigen zich al in een psychiatrische kliniek hebben laten opnemen om uitzending naar het front te voorkomen, maakt duidelijk dat niet alle Serviërs gestoord zijn. Desondanks zou de oorlog toch wel langer kunnen duren, dan menigeen nu gelooft.

Vanzelfsprekend zijn aan een dergelijke lijn politieke risico's verbonden, omdat China en Rusland zich tegen hebben verklaard. Toch moeten deze risico's niet worden overdreven. Dat de NAVO Rusland heeft genegeerd geeft aan, hoezeer men meent dat Rusland tot een mogendheid van de tweede garnituur is afgezakt – wel blazen maar niet bijten. Vermoedelijk is die inschatting terecht, want daarvoor is Rusland economisch tezeer van het Westen afhankelijk geworden. Zowel in het geval van de jongste Amerikaanse aanval op Irak, als bij de militaire afdwinging van Dayton bleef het bij loze dreigementen. Ook voor Rusland geldt dat men slechts geloofwaardig blijft, als men op woorden daden volgen laat. Daar komt bij dat Rusland zich aan de inhoud van Rambouillet verplicht heeft, en haar beweerde bemiddelingsvermogen bij Milosevic net zomin als bij Saddam Hussein ook maar iets blijkt te hebben uitgehaald. Moskou is door beiden volledig in het hemd gezet. Haar invloed op haar vermeende satellieten blijkt volstrekt minimaal geworden te zijn. Vooralsnog is er dan ook weinig reden, om de roep om hulp aan het Servische broedervolk, die nu in de straten van Moskou opklinkt, serieus te nemen. Dit temeer daar uit diverse berichten valt op te maken dat de benodigde krijgers dan bij het aardappelrooien gestoord moeten worden, terwijl een vanuit Moskou afgevuurde raket vermoedelijk al halverwege Minsk van de roest uit elkaar zou vallen.

De machtsbalans is sinds de val van de Muur steeds verder aan het verschuiven. Dit schept in het geval van sommige conflicten kansen die men niet voorbij mag laten gaan omdat men nooit kan weten of de situatie over tien jaar niet weer geheel anders is. En omdat het evengoed denkbaar is dat door de voortschrijdende binnenlandse chaos in Rusland binnen een paar jaar een stel rabiaat anti-Westerse politici het Kremlin verovert, waarna het nog veel moeilijker zal zijn om aan de moordpartijen op de Balkan een einde te maken. Want als op dat moment Miloševic nog steeds in Belgrado zetelt, dan kan hij zich misschien wél van daadwerkelijke hulp van Rusland verzekerd weten.

Enerzijds moet dan ook niet worden geschroomd van de geboden gelegenheid gebruik te maken, anderzijds is het tegelijk van het grootste psychologische belang, om dit gebruik niet al te sterk naar buiten toe uit te dragen, omdat niemand bij nodeloze frustraties van een zich continu vernederd voelend Rusland is gebaat. Rusland moet dus serieus genomen blijven worden en zoveel mogelijk bij alle beslissingen inzake voor haar gevoelige punten betrokken blijven worden, ook al zal de daadwerkelijke invloed in cruciale gevallen door haar sterk verzwakte positie onvermijdelijk klein blijven. Dat vergt een vorm van psychologisch inzicht en staatmanskunst, waarvan wij slechts kunnen hopen, dat men dit in de Westerse hoofsteden in voldoende mate bezit.

Dit is daarom van belang, omdat een oorlog altijd politieke grenzen verlegt. Wie militair ingrijpt, kiest automatisch partij. Wie vervolgens wint, zet zijn stempel op de nieuwe kaart. Zo is het, bij een NAVO-zege, vanaf heden ondenkbaar dat Kosovo ooit nog onder Servisch bestuur zal terugkeren, wat wel betekent dat spoedig over een andere staatkundige oplossing moet worden nagedacht. De huidige zwakte van Rusland biedt hier kansen om voorwaarden te scheppen waardoor het Servië onmogelijk wordt gemaakt om nog langer andere volkeren te terroriseren, ook al zal volstrekte zekerheid daaromtrent wel alleen te geven zijn wanneer de grenzen ervan samenvallen met die van de gemeente Belgrado.

Met het oog op de langere termijn zou het weleens gevaarlijker kunnen zijn wanneer Miloševic al na enige dagen laat blijken dat hij weer wil praten, dan wanneer hij dat niet doet. De ervaringen van de afgelopen jaren zouden moeten leren dat het een illusie is te denken dat met het huidige regime enige redelijke afspraak valt te maken. Men kan het slechts dwingen, en daarvoor is een stevig leger voor de poorten van Belgrado noodzakelijk. Miloševic behoort tot het soort dictatoren, voor wie elke afspraak een vod papier is en die hooguit wijkt voor geweld. Hij behoort tot het soort figuren, aan wie onze Europese politici, keurig vergaderend over hun mestnota's en quota's enigszins ontwend zijn geraakt, en waarmee zij dus niet om hebben weten te gaan: mensen van pertinent kwade wil.

Onze politici zijn zelfs niet meer in staat om dergelijke mensen bijtijds te herkennen, en, ernstiger nog, om zich vervolgens te realiseren hoe dergelijke mensen redeneren en hoe zij bepaalde zaken interpreteren. En dat is meestal heel anders, dan wij het bedoelen. Want de middelen en redenen waarmee zij tot een door ons gewenste beslissing te bewegen zijn, zijn meestal geheel andere dan die, waarmee wij zélf te bewegen zouden zijn. Dit besef heeft ten opzichte van Miloševic volledig ontbroken.

Het Westen is ten opzichte van het gewezen Joegoslavië in 1991 veel te lang van de foute premisses uitgegaan. Door hardnekkig vast te houden aan de eenheidsmythe heeft men de Servische agressie tegen Slovenië en Kroatië in de kaart gespeeld. De fout lag niet in het erkennen, maar juist in het veel te lang per se niet willen erkennen. Essentieel is dat juist dit in de ogen van iemand als Miloševic een vrijbrief gaf om te schieten. Juist door zo luid te verkondigen, dat men de eenheid van Joegoslavië in stand wilde houden, werd deze om zeep geholpen. Door bovendien aanval en verdediging op één lijn te stellen, won de beter bewapende aanvaller. Zo kon Belgrado, na in de Kosovo een apartheidsregime te hebben ingevoerd, eerst wat Lebensraum in Kroatië creëren, en vervolgens in Bosnië. Europa sputterde weliswaar wat tegen, het zond waarnemers, en toen dat niet hielp nog meer waarnemers, en toen men alles waargenomen had, trok men ze maar weer terug. En zelfs toen daarop Slovenië kapotgeschoten en Krajina leeggeroofd waren, duurde het eindeloos voor de Europese Unie tot een boycot besloot, die voornamelijk inhield dat wat scheepjes patrouilleerden voor de kust. Want het hoogste beginsel in Brussel was, dat vooral geen partij mocht worden gekozen.

Waar men de neostalinisten in Belgrado als de enige wettige regering bleef beschouwen, moesten de anderen zich een bevoogdende betutteling laten welgevallen. Uitgerekend de vertegenwoordiger van Luxemburg bestond het daarbij om Slovenië mee te delen dat het om economische redenen als zelfstandige staat niet levensvatbaar was, omdat het daarvoor te klein was. Liechtenstein en Monaco zijn door de EU zeker ook al failliet verklaard.

Dat men in de Europa – ook in Nederland – pas na vele tienduizenden slachtoffers begon in te zien dat het hoofdkwaad in Belgrado zetelde kwam niet omdat dit niet eerder gezien kon worden. Het kwam omdat men het niet eerder wilde zien. En men wilde het niet zien omdat het met de bestaande clichés, die Miloševic als Goebbels' beste naoorlogse leerling zo behendig wist te manipuleren, niet in overeenstemming was: omdat het enige Kroatië waarvan men wel eens vagelijk gehoord had fascistisch was geweest, moest een nieuw Kroatië eveneens fascistisch zijn – en dus waren alle naar zelfstandigheid strevende Kroaten fascisten. En dus werden die Kroaten het vervolgens ook half, omdat het Westen de democraten onder hen negeerde en daarmee uit vergaand onbegrip vele democratisch gezinde Kroaten in de handen van obscure figuren als Tudjman dreef. Figuren, die wel pal leken te staan voor de begeerde onafhankelijkheid, die – terecht – gezien het hernieuwde centralisatiestreven in Belgrado, als eerste voorwaarde voor een bevrijding uit de communistische omknelling gold. Zelden heeft men er in Europa recentelijk door vergaande stupiditeit zozeer voor gezorgd, dat een gevreesd resultaat ook werkelijkheid werd. Aan het elementaire politiek-psychologische benul om een dergelijke voorspelbare ontwikkeling te kunnen voorzien, heeft het volledig ontbroken.

Niet in de laatste plaats in Nederland, waar ook aanvankelijk lange tijd – met 1940-'45 als criterium – tegen alle evidente informatie in het gevoel overheerste, dat `die Serviërs' wel zo'n beetje gelijk hadden, en zo'n aparte Kroatische staat vanwege z'n voorloper – hadden juist niet de Serviërs daar zo onder geleden? – bij voorbaat niet kon deugen. Het idee was dat de Slovenen en Kroaten het eigenlijk aan zichzelf te danken hadden, dat het Joegoslavische leger over hen heen gevallen was – hadden ze maar beter naar Den Haag moeten luisteren en niet zo onverstandig moeten zijn om zonder aanvraag in drievoud en alhier afgegeven Europese vergunning, een eigen land te beginnen.

Te lang ook is gedacht dat Miloševic zich even redelijk zou opstellen als Europese ministers bij de regulering van de wijnexport, die toch ook allemaal hun boze boeren op het thuisfront hadden. En telkens weer geloofde men, tientallen geschonden overeenkomsten verder, dat een keurige handtekening van een goed gekapt en goed gekleed heer aan alles een einde zou maken, en dat men zich in Belgrado, ondanks alle voor het thuisfront bedoelde onappetijtelijke retoriek over Groot-Servië, netjes aan de gemaakte afspraken zou houden - terwijl de ervaring toch minstens sinds Mussolini leert, dat dictatoren in dat opzicht thuis hun ware gezicht tonen, en niet in de internationale conferentiezaal.

Men heeft niet willen zien dat de regerende kliek in Servië, toen het communisme geen houvast meer bood, doelbewust op het Servische nationalisme was overgeschakeld, met als begin de opheffing van de autonomie van Kosovo en als uiteindelijk resultaat de massamoord in Bosnië. Ook wilde men niet zien dat de militaire top, toen Slovenen en Kroaten – uit angst om ook onder voet gelopen te worden – op grotere zelfstandigheid aankoersten, zich met de partijleiding verbond om te voorkomen dat het leger zijn financiële basis, en daarmee zijn machtspositie verloor.

Wanneer dit wordt erkend betekent dit, dat men zich realiseert dat Miloševic bereid is voor het behoud van zijn machtspositie alles te offeren. Het betekent dat, nu eenmaal de aanval op Servië is begonnen, ook doorgezet moet worden omdat het anders volstrekt voor niets zal blijken te zijn geweest en men er maar beter niet aan had kunnen beginnen.

Thomas H. von der Dunk is cultuurhistoricus.

Balkan

In het artikel van Thomas H. von der Dunk NAVO moet niet alleen bommen gooien (in de krant van zaterdag 27 maart, pagina 7) staat dat Slovenië was kapotgeschoten door de Serviërs. Dit moet zijn Slavonië.