Mars der dwaasheid

Hoe voelt het aan, wat is het voor gewaarwording, om ineens in oorlog te zijn? De berichten over oorlogshandelingen, waar Nederland aan deelneemt, maken een onwezenlijke indruk. De oorlog is vlakbij en ver weg tegelijk, zowel onwerkelijk als realistisch, iets wat me aangrijpt en me niet aangaat, iets wat me benauwt maar waar ik toch niets mee te maken lijk te hebben.

Ik begrijp nu pas goed de verbazing waarmee de Oostenrijkste schrijver Stefan Zweig in zijn memoires, Die Welt von Gestern, terugkeek op de ontspannen, onbekommerde weken voorafgaand aan de Oostenrijkse oorlogsverklaring aan Servië op 28 juli 1914. ,,Wat hadden wij ermee te maken, dat eeuwige geruzie met Servië. De zomer was mooi als nooit tevoren en beloofde nog mooier te worden; zorgeloos keken wij allemaal de wereld in. Je zag hoe de gezichten van de mensen betrokken als ze de kranten kochten, maar nooit langer dan een paar minuten. Tenslotte kenden we deze diplomatieke conflicten al jaren. Een half uur later zag je dezelfde mensen weer vergenoegd proestend in het water rondplassen, de vliegers stegen op, de meeuwen zweefden en de zon lachte licht en warm boven het vreedzame land.''

Zo is het nu ook, als je tenminste niet daar bent waar de bommen vallen, of daar waar de moordenaars in uniform langs de deuren gaan om die bommen te vergelden. Barbara Tuchman, de Amerikaanse historica, beschrijft in The Guns of August nog zo'n eigenaardige parallel. Een paar jaar voor het kruitvat in Servië ontplofte, was de duurzame vrede geproclameerd. ,,Er was in 1910 een boek gepubliceerd, De Grote Illusie door Norman Angell, en daarin werd bewezen, dat oorlog tot de onmogelijkheden hoorde. De oorlog was onvoordelig geworden en daarom zou geen enkel land zo dwaas zijn er een te beginnen.'' Het boek werd een rage. Lord Esher, voorzitter van de Britse Oorlogsraad, vertelde aan een gehoor onder voorzitterschap van de chef van de generale staf Sir John French, dat ,,oorlogvoering elke dag moeilijker en onwaarschijnlijker is tengevolge van het steeds sterker wordende onderlinge verband der volken.'' Een stemming, vergelijkbaar met die van tien jaar geleden. We beleefden The End of History: na het einde van de Koude Oorlog hadden wij de grazige weiden van de eeuwige vrede en de internationale rechtsorde betreden. Een jaar na De Grote Illusie verwekte een ander boek niet minder geestdrift. Het was geschreven door de Duitse generaal Von Bernhardi. ,,Oorlog'', verklaarde hij, ,,is een biologische noodzakelijkheid.'' Hij komt voort uit de natuurwet van de strijd om het bestaan. Volken moeten vooruitstreven of tenondergaan. Verovering wordt aldus een `Notwendigkeit'.

Het woord `noodzakelijk' heb ik de afgelopen dagen ontelbare malen gehoord. Misschien is het waar dat luchtaanvallen op Servië nodig zijn om een humanitaire ramp te voorkomen. Wie moet je geloven? Er zijn genoeg commentatoren – van Lord Owen tot Jonathan Eyal – die betogen dat de luchtaanvallen veeleer een humanitaire catastrofe teweegbrengen die alleen met massale en bloedige offensieven van grondtroepen kan worden afgewend. Een dergelijke voortzetting is dan weer de volgende `noodzakelijkheid'.

We leven in het informatietijdperk. We weten meer dan mensen ooit wisten, de informatie bereikt ons met de snelheid van het licht, maar we zijn niet minder verbijsterd en verward en misleid dan welke vorige generatie ook. Het onwerkelijke, onwezenlijke, vervreemdende gevoel dat de oorlogsberichten teweegbrengen, heeft alles te maken met de onmogelijkheid om de argumenten van regeringsleiders en generaals op hun juistheid te beoordelen.

Waarom moet het? Omdat het noodzakelijk is. Waarom is het noodzakelijk? Omdat het onafwendbaar is. Waarom onafwendbaar? Omdat wij geen andere keuze hebben. Enzovoort.

Barbara Tuchman biedt dezer dagen boeiende lectuur. Na The Guns of August herlas ik van de week The March of Folly. Zij beschrijft daarin het opmerkelijke fenomeen dat door de hele geschiedenis heen, ongeacht plaats of tijd, regeringen altijd politieke keuzen maken die tegengesteld zijn aan hun eigen belangen. Waarom, om bij het begin te beginnen, sleepten de Trojaanse heersers dat verdacht uitziende houten paard binnen hun stadsmuren, hoewel zij alle reden hadden een Griekse list te vermoeden? Waarom probeerde George III tot schade van Engeland de Amerikaanse koloniën zijn wil op te leggen? Waarom vielen Napoleon en Hitler Rusland binnen ondanks de rampzalige afloop van alle eerdere invasies? Waarom onderwierp Montezuma zich aan een paar honderd Spanjaarden? Waarom weigerde Chang kai-Shek iedere hervorming in China tot het te laat was? De reeks voorbeelden is eindeloos. Regeerders nemen fatale beslissingen omdat zij meelopen in `de mars der dwaasheid'.

Om als dwaas te worden bestempeld, moet een beleid aan drie criteria voldoen, vond Tuchman. In de tijd zelf, dus niet pas achteraf, moet het inzicht hebben bestaan dat de gekozen koers contraproductief was. Ten tweede moet er een geschikt alternatief zijn geweest en ten derde moet de vergissing zijn begaan door een groep mensen, dus niet uitsluitend aan het wangedrag van een enkeling te wijten.

Als Tuchman nog leefde, zou zij de Servische weigering om het verdrag van Parijs over Kosovo te tekenen ongetwijfeld op de lijst van historische dwaasheden hebben geplaatst. De halsstarrigheid van Miloševic voldoet aan alle criteria van een politiek die contraproductief en zelfvernietigend is (en wordt gedragen door haat en verblinding van meer dan één man, ook al is hij een dictator en een gek). Van meer belang is de vraag of de NAVO met haar bombardementen eveneens in de historische optocht der dwazen marcheert.

Tijdgenoten (Laocoon, Kassandra) waarschuwden de Trojanen. In de tijd van Stefan Zweig betrokken de vrolijke gezichten eventjes als mensen een krant kochten. Ik las deze week identieke koppen in uiteenlopende kranten. `NAVO waagt met oorlog sprong in het duister' (Trouw), `NAVO-aanval is sprong in het duister' (De Telegraaf).

Wij springen in het duister, de vliegers stijgen op. De meeuwen zweven en de zon lacht licht en warm boven ons vreedzame land.