`Ik ben een strijder die streeft naar harmonie'

Gabi van Driem verdedigt al meer dan twintig jaar de slachtoffers van mannen. `Ik heb altijd gedacht dat mannen slecht zijn omdat ze vrouwen onderdrukken.' Nu is ze vooral nieuwsgierig naar wat mannen beweegt. In haar debuutroman die deze week verschijnt, rehabiliteert ze haar grootvader. Een vraaggesprek over schuld, boete en het hervonden evenwicht.

Gabi van Driem (47): ,,Mannen spelen meer dan vrouwen. Daarom zijn ze leuk.''

De feministische advocate die al meer dan twintig jaar vrouwen verdedigt die door mannen zijn beschadigd, is beland in een nieuwe fase van haar leven.

Ze bedacht begin jaren tachtig het straatverbod voor lastige ex'en, streed voor de erkenning van seksueel misbruik als ernstig delict en voor gelijke salarissen voor mannen en vrouwen. Haar compromisloze strijd tegen mannelijke onderdrukking maakte haar geliefd (bij veel vrouwen) en gehaat (bij veel mannen).

Maar de tijden zijn veranderd. De activisten zijn moe en veel vrouwen tevreden met wat ze hebben bereikt. Van Driem is optimistisch over de verworvenheden. ,,Mannen en vrouwen zijn naar elkaar toegegroeid. De jongens waar mijn dochters mee omgaan, doen veel meer in het huishouden dan vroeger gebruikelijk was.''

Terwijl de vrouwenbeweging begin jaren negentig in slaap sukkelde en de geruchtmakende zaken zeldzamer werden, ontdekte Van Driem dat zij in haar rol van advocate ,,veel te rationeel'' is. De vrouw die mannen altijd kapittelde omdat ze ,,onvolwassen'' zouden zijn, zegt dat ze meer de behoefte kreeg om ,,te spelen''. Ze besloot te gaan schrijven. ,,Schrijven is je fantasie op hol laten slaan. Dat vind ik spannend.'' Het eerste resultaat is Het laatste woord, dat volgende week verschijnt. Een autobiografisch getinte roman over een advocate die het huwelijksdrama van haar grootouders onthult.

In haar werk als advocaat heeft Van Driem zich onderscheiden door de manier waarop ze het recht weet uit te leggen in het voordeel van vrouwen. Zo hield ze vast aan het standpunt dat sociale advocaten geen verkrachters mogen verdedigen en pleitte ze voor een beroepscode die slachtoffers van zedenzaken in de rechtszaal moet beschermen tegen agressieve advocaten van de tegenpartij. In een kort geding eiste ze ooit een gedwongen aidstest voor een verkrachter omdat zijn slachtoffer zelf geen bloedtest durfde te doen. ,,De dader dient heel te maken wat hij kapot heeft gemaakt. Dat kan soms alleen door zijn eigen lijden'', luidde haar verklaring. Hekelien Verrijn Stuart, oprichtster van het Clara Wichmann Instituut, vond dat Van Driem op een ,,cynische manier'' pleitte voor oog-om-oog-tand-om-tand.

In haar kantoor aan huis in Amsterdam, waar de jongste van haar drie dochters thee komt brengen, zegt Van Driem dat ze de advocatuur nog niet verlaat. ,,Het vuur in mij is nog niet gedoofd. Godzijdank heeft een officier van justitie in Den Bosch laatst ontdekt dat de wet moet beschermen tegen geestelijke mishandeling. Dat is iets nieuws, dus daar spring ik meteen op in.''

Maar ze zegt ook dat ze is veranderd. Ze heeft minder de behoefte om naar schuld te zoeken, wil meer begrijpen en minder veroordelen. Daarom ,,geniet'' ze van het schrijven. ,,Als ik schrijf, gebeuren er dingen die ik vantevoren niet had kunnen bedenken.''

Van Driem zegt dat ze door te schrijven kon ,,graven in het onderbewuste''. Het stelde haar in staat te fantaseren over haar joodse grootvader die tijdens de Tweede Wereldoorlog haar grootmoeder verliet. Haar grootvader heeft ze nooit gekend, maar ze werd wel geconfronteerd met de verbittering die zijn vertrek bij haar moeder en grootmoeder teweegbracht. Geen van beiden heeft haar ooit kunnen of willen vertellen wat er is gebeurd en waarom. ,,Mijn grootvader was onzichtbaar. Ik weet niet eens wanneer hij is gestorven. Ik was toen denk ik een jaar of tien, maar ik heb hem nooit ontmoet. Er was geen behoefte aan hem, hij werd niet gemist.''

Ze ervaart het verzwegen verleden als een ,,familiefoto met lege plekken''. Ze heeft altijd de behoefte gehad om die plekken in te vullen. ,,Het fascineert mij hoe een vrouw door een man in een gouden kooitje wordt gestopt en door een echtscheiding terechtkomt in een poel van haat en verderf.'' Of dit ook opging voor haar grootmoeder en waarom haar grootvader deed wat hij deed, weet ze niet. ,,Mijn moeder heeft het boek gelezen. Ze zei: `wat knap dat je dat allemaal hebt gedaan'. Maar verder niks. Het heeft misschien tijd nodig, ik heb goede hoop dat ze mij op een dag vertelt wat er echt is gebeurd.''

Zes jaar geleden begon ze aan een biografie over haar in 1985 overleden grootmoeder, een Poolse operazangeres van eenvoudige komaf, die trouwde met een joodse bourgeois. Maar ze staakte die poging omdat er in het verhaal geen rode draad zat. Toen ze besloot er fictie van te maken, kwam haar grootvader tot haar eigen verbazing tot leven. In Het laatste Woord ontdekt de hoofdpersoon, de advocate Sacha, dat haar grootvader zijn vrouw en kinderen in de steek heeft gelaten en een nieuw gezin is begonnen. ,,En het gekke is: die man was best aardig.''

Van Driem reageert een beetje gebeten op de vraag of ze niet vooral over zichzelf heeft geschreven, over de zoektocht naar haar wortels. ,,Als mensen zeggen dat het allemaal over mij gaat, zeg ik: ja sorry, ik heb voor dit boek ook geput uit mijn rechtszaken.'' Ze voelt zichzelf schrijver. ,,Volgens Connie Palmen is een schrijver iemand die een boek in de winkel heeft liggen. Nou, dat vind ik wel een goede definitie.''

Al in Van Driems jeugd was grootmoeder Trude (in het boek heet de grootmoeder ook zo, red.), haar grote voorbeeld. Omdat ze na de scheiding alleen was, kwam ze vaak bij het gezin van haar dochter over de vloer. Van Driem leerde van haar dat de bestemming van een vrouw niet ligt in de afhankelijkheid van mannen. ,,Misschien ben ik door haar wel feminist geworden'', zegt ze. Grootmoeder Trude had van mannen geen hoge pet op. ,,Over een mannetjeshond van mij zei ze dat ze hem heel aardig vond, maar dat het beter een meisje had kunnen zijn.

,,Op mijn zeventiende maakte ik als ouvreuse in een bioscoop mee dat er tijdens de hoofdfilm in het donker een vieze kerel bij me op schoot kwam zitten. Ik ben een paar keer bijna aangerand en heb gezien dat er bijna geen vrouwen zijn die zoiets niet hebben meegemaakt. Ik voel mij als vrouw kwetsbaarder dan als man, dat is mijn oerdrijfveer.''

Jarenlang heeft Van Driem mannen in hun rol van onderdrukker bestreden. Maar de behoefte om van haar grootvader, de mysterieuze boeman over wie nooit werd gepraat, een mens te maken, knaagde ook. In haar roman rekent Van Driem af met het vage negatieve beeld van een grootvader, gecreëerd door de vrouwen die zich door hem beschadigd voelen. ,,Misschien heb ik hem in mijn boek wel geïdealiseerd. Ik wilde niet met een negatieve grootvader leven. Vroeger werd wel tegen mij gezegd dat ik op hem leek. Dat gold als een scheldwoord.''

De grootvader in het boek verlaat weliswaar vrouw en kinderen om een nieuw gezin te beginnen, Van Driem heeft hem ook positieve eigenschappen gegeven. Ze zegt dat ze bij het schrijven het boek Het huis met de geesten van Isabel Allende in haar achterhoofd had. Daarin wordt de menselijke kant belicht van een afschuwelijke verkrachter. Van Driem zegt dat ze haar grootvader in het boek creatief, trots en sterk vindt, en in staat om lief te hebben. Van Driem: ,,Iedereen heeft het recht om in het reine te komen met zijn voorouders. De laatste jaren wordt steeds weer wetenschappelijk aangetoond hoe belangrijk genen zijn. Ik wil trots kunnen zijn op mijn grootvader.''

Dankzij haar grootvader heeft Van Driem joods bloed. ,,Ik ben mij gaan afvragen wat ik met mijn joodse wortels moet doen. Hoor ik erbij of niet? Ik ben door mijn vader pantheïstisch opgevoed, geloof dat alles wat leeft een ziel heeft. Maar ik besef de laatste tijd ook steeds meer dat ik joods ben, dat als er weer een Hitler opstaat, ik op mijn tellen moet passen.''

De oorlog was thuis ook taboe. ,,Langzaamaan heb ik ontrafeld dat veel familieleden in de oorlog zijn omgekomen. Dan zag ik een foto met vrolijke mensen aan het strand, met daaronder het jaartal 1939. Vroeg ik aan mijn moeder: maar jij zei toch dat zij voor de oorlog al gestorven waren? Hoe kunnen ze hier dan nog zo gezond zijn? Bleek dus dat ze in de oorlog waren omgebracht.''

Er is de laatste jaren meer ruimte gekomen voor nuance in Van Driems visie op mannen. ,,Ik heb vroeger gedacht dat mannen slecht zijn omdat ze vrouwen onderdrukken. Nu zie ik meer de goede en slechte kanten bij mensen an sich.''

Ze is de laatste jaren anders gaan werken. In plaats van zich te concentreren op de schuldvraag, doet ze in echtscheidingszaken vaker een poging om duidelijk te maken waarom dingen gaan zoals ze gaan. ,,Het is een beetje therapeutisch, ik ga minder op zoek naar schuld, meer naar evenwicht. Daarmee voorkom je soms een procedure.'' Ook treedt ze op als arbiter bij geschillen over seksuele intimidatie bij bedrijven. Het is dan haar taak om zich in te leven in beide partijen. De nieuwe werkwijze gaat hand in hand met haar poging tot begrip voor haar grootvader. ,,Ik vind het heel spannend om in de huid van een man te kruipen. In de tweede roman waar ik aan ben begonnen, zijn alle hoofdpersonen mannen. Vroeger streed ik tegen ze, nu ben ik vooral nieuwsgierig naar wat hen beweegt.''

Sinds tweeëneenhalf jaar mogen ook mannen aankloppen bij Van Driem. Het kantoor nam dat besluit omdat veel mannen die seksueel misbruikt waren, om hulp vroegen. Zo maakt Van Driem kennis met iets heel nieuws: de man als slachtoffer. ,,Ik vind het boeiend om te zien hoe zij reageren. Ze hebben meer dan vrouwen de neiging om agressief te worden. Dat maakt ze dan soms zelf weer tot dader.''

Maar het kantoor van Van Driem houdt zijn feministische signatuur, zegt Van Driem. ,,In echtscheidingszaken treden we alleen op voor vrouwen of voor een man en vrouw samen. We procederen niet voor een man tegen een vrouw.''

In de zaken waarbij een man en een vrouw Van Driem inhuren als neutrale partij om er samen uit te komen, is Van Driem ook meer dan bemiddelaar. De behoefte om op te voeden is niet verdwenen. ,,Vrouwen hebben de neiging om in echtscheidingszaken te weinig te vragen. Als ik merk dat een man het gevoel heeft van: ik heb dat geld verdiend, dus het is van mij, maak ik wel even duidelijk dat die vrouw zíjn hele leven voor hem heeft gekookt en zijn kinderen heeft opgevoed.''

Mannen zijn minder goed in staat zich verantwoordelijk te gedragen dan vrouwen. Dat inzicht van Van Driem is ook overeind gebleven. ,,Ik maak het zo vaak mee in mijn praktijk: mannen die rond hun vijftigste de benen nemen met een jongere vrouw, die de kinderen uit hun eerste huwelijk niet eens meer willen zien. Het feminisme heeft daar niets aan kunnen veranderen. Mannen lopen weg voor hun problemen en richten daarmee veel schade aan. Het is stom dat vrouwen het laten gebeuren. Uiteindelijk wordt die nieuwe vrouw zelf ook weer het slachtoffer. Ik zie het in mijn praktijk: dan heb ik een echtscheiding gehad en komt een paar jaar later weer de volgende van dezelfde meneer. Vrouwen zouden daar niet aan mee moeten werken.''

Van Driem is ,,milder'' geworden, maar ze wil niet horen dat ze niet meer in het feminisme zou geloven. Toen ze in verwachting was van haar derde kind ergerde ze zich ook al aan de verhalen die op de rechtbank de ronde deden: de feministe-advocate zou de strijd hebben opgegeven. ,,Onzin natuurlijk. Mijn ideeën zijn eigenlijk nog steeds dezelfde als toen ik begon. Alleen de manier waarop ik problemen wil oplossen is veranderd.''

Met enige verbazing heeft Van Driem gezien dat de feministische oudstrijdster Germaine Greer, niet milder, maar juist radicaler is geworden. In haar laatste boek, De hele vrouw, lijkt zij de mogelijkheid dat vrouwen en mannen er samen nog uitkomen te hebben opgegeven. Van Driem: ,,Ze bepleit een samenleving van Amazones. Maar mannen en vrouwen hebben elkaar nodig, dat is gewoon zo. Greer geeft dat zelf ook wel toe, door te zeggen dat ze ondanks alles toch heteroseksueel is gebleven.''

Maar met Greers stelling dat vrouwen de fout hebben gemaakt om in hun streven naar emancipatie te veel op mannen te gaan lijken, is Van Driem het wel eens. ,,Vrouwen die in een mannenwereld opereren, hebben geen voorbeeld van hoe dat moet. Ik zie ook vaak dat ambitieuze vrouwen met een goede baan in de problemen komen als ze een kind krijgen. In de politiek gaan vrouwen met mannen meeschreeuwen. Als ik het mooie koppie van Sorgdrager vergelijk met het uitgeperste sinaasappeltje dat ze nu is, denk ik: meid, was toch in godsnaam PG gebleven.''

Het was een van de redenen dat Van Driem ervoor koos om een eigen kantoor te beginnen, met alleen vrouwelijke collega's. Maar waar Greer de overtuiging heeft gekregen dat vrouwen zich maar beter op zichzelf kunnen terugtrekken, kreeg Van Driem juist de behoefte om zich met mannen te bemoeien. Toen er een vacature was op haar kantoor heeft ze onlangs mannelijke sollicitanten uitgenodigd. Van Driem zegt dat ze gelukkig getrouwd is. Ook dat is een verschil met Greer, die haar heteroseksualiteit zegt te beschouwen als een last.

,,Ik ben een strijder, die eigenlijk streeft naar harmonie. Het rare is dat mijn strijd ook vaak in harmonie eindigt. Veel van mijn cliënten verzoenen zich omdat er excuses worden gemaakt, of omdat er een knoop wordt doorgehakt. Ik heb nooit gestreden omdat ik uit was op ruzie.Ik zoek alleen maar naar evenwicht.''

Gabi van Driem: Het laatste woord,

Uitgeverij Contact,

ƒ34,90, 256 pagina's.