Het goede voornemen van Baby Stickaround

Het millenniumprobleem!!!!!!!!! Maar nu iets anders. Op een ochtend werd ik wakker en zag in de neukspiegel aan het plafond dat ik in een beest veranderd was. Mogelijk had ik in mijn dromen een verkeerd begrip van intertekstualiteit opgevat. Hoe moest ik me hier uit redden? Bij sommige persoonlijke sores valt het millenniumprobleem in het niet. Ik herinnerde me dat ik vóór mijn intertekstuele droom ook nog gedroomd had over een klein hondje dat op de Messias leek en enorme hoeveelheden lichtgrijze, slijkachtige poep op straat achterliet die als een dunne rubberachtige laag over alles heen opdroogde waardoor de bestrating niet meer zo'n aanslag op je enkelgewrichten vormde. Het leek me te verdedigen dat het hondje hiermee werkelijk een goede daad voor de mensheid verrichtte.

Met de lodderige ogen van het beest (eerst Belgisch bier gedronken, twee witte, minstens drie rode wijn, stuk of wat cognac, daarna overgegaan op grappa) uit droom 2 staarde ik in de spiegel naar het schouwtoneel van de eeuw die bijna voorbij was en boy o boy, samen met Freek de Jonge (die cabaretier, ik ga even napraten wat hij napraatte) kon ik móói spreken: Waarom nog schrijven na Auschwitz, waarom nog dichten terwijl de hemel gebroken is? Jammerjammersniksnik borrelde het Belgisch bier, de twee witte, minstens drie rode wijn, alle cognac en grappa na in mijn beestenbinnenste.

Nog zoiets onthutsends: laatst hoorde ik iemand zeggen dat God dood was en dat de moderne kunst als een weerspannige weduwe op zijn koude buik de brandstapel op gegaan is. Wandel op straat en vele waarheden zonder veerkrachtig laagje zullen tot u komen.

Dit jaar wordt het jaar van de terugblik, de lijstjes en overzichten, vol clichés en jengelretoriek, met megatoptweeduizends van voetbal tot volkerenmoord. Omzien en afzien. Mijn innerlijk oor hoort Mart Smeets al aankondigen dat Rwanda op zevenentwintig binnenkomt. Zevenentwintig? Misschien moet ik gaan onderduiken bij een spirituele stam die leeft in het tijdperk van de achttienduizendste maan van de buikschuivende schorpioen, echt en puur en zonnevlecht en met veel grootmoedersspuuggegiste maisjenever, maar dan loop ik weer het risico dat ze als initiatie-rite mijn schaamlippen eruit rukken, terwijl ik ondertussen, machteloos opengespreid, geacht word met mijn tenen de wakuwaku van de stamoudste te melken. Zal me bij Smeets toch niet snel gebeuren.

In mijn pré-beesten periode, als Pam Emmerik, heb ik eigenlijk altijd gedacht dat ik het naderend eind van de eeuw niet zou mogen aanschouwen. Zeg niet dat ik er niet alles aan gedaan heb. Scheermes, balk en touw, chemicaliën, spoorrails. Maar steeds was er toch dat dunne, rubberachtige laagje dat me ervan weerhield. Of je het geestkracht zou willen noemen, domkoppigheid of straat-eelt, de uitslag blijft hetzelfde: Baby sticks around!

En straks, als het jaar tweeduizend aanvangt, de ene crash de andere opvolgt en alle Russische kerncentrales die jarenlang met knijpers en ijzerdraad bijeengehouden zijn sierlijk ontploffen, zal ik niet zo flauw zijn om te zeggen dat ik het altijd wel geweten heb. Doemdenkers zijn tuig. Intellectuele relschoppers. Geweld tegen hen gebruiken kan te allen tijde zinvol geacht worden. Drijf ze in de marge, isoleer ze, kortom: reken met ze af voordat ze met ons afrekenen.

En straks dus, als het jaar tweeduizend ein-de-lijk aanvangt, het licht uitgaat en de kerncentrales vuurspuwen, zal ik als een post-nucleaire samoerai met een brandende rug de straat opvluchten en iedereen, eenvoudig en hartelijk als ik ben, een gelukkig Nieuwjaar toewensen. Daarna schrijf ik terwijl ik rijp voor het brandwondencentrum aan het trottoir kleef (Messiashondjesstrontrubber zal niet opgewassen blijken te zijn tegen atoomgeweld), het eerste Auschwitzvrije gedicht van de eeuw. Vertrouw op mij.

'Ik ben de baas'