Fokken of wachten

De Raad van State buigt zich maandag over de introductie in Nederland van de zeearend. Het Wereldnatuurfonds wil dierentuin-arenden uitzetten. De Faunabescherming wacht liever op de wilde soortgenoot, die zich flink uitbreidt.

UIST OP het moment dat de in Nederland overwinterende wilde zeearenden terugkeren naar hun broedgebieden in Oost-Europa, buigt de Raad van State zich over de toekomst van deze roofvogel. Maandag behandelt de raad een bezwaarschrift van de Faunabescherming waarin deze organisatie bezwaar maakt tegen de geplande introductie van de zeearend. Dat wil zeggen, de introductie van de gefokte dierentuinvogels die het Wereld Natuur Fonds (WNF) hiervoor wil gebruiken. De Faunabescherming vreest dat deze gefokte arenden de natuurlijke vestiging van de zeearend zullen dwarsbomen, zeker in de Oostvaardersplassen waar de wilde zeearenden elk jaar tussen oktober en maart verblijven. Bovendien is het maar de vraag of de dierentuinvogels zich in de vrije natuur kunnen redden.

Volgens de Faunabescherming heeft het de voorkeur om geduldig te wachten tot de zeearend zich op eigen kracht in ons land vestigt. De voortekenen daarvoor zijn gunstig. De roofvogel heeft zijn broedgebied de laatste tien jaar uit Oost-Europa langzaam weten uit te breiden. Binnen enkele decennia zal de zeearend zich ook in Nederland hebben gevestigd, menen sommige deskundigen. Tenminste, als hij daarbij niet al te zeer voor de voeten wordt gelopen door zijn gefokte soortgenoten.

Met de juridische actie blijft de Faunabescherming een luis in de pels van het Wereld Natuur Fonds. Die kreeg op 1 juni 1996 een vergunning voor het uitzetten van zeearenden. Er werden valkeniers aangetrokken die de dieren, afkomstig uit onder andere Burgers Zoo, zouden gaan uitzetten in de Gelderse Poort en de Oostvaardersplassen. Maar WNF schortte de actie op, omdat critici in binnen- en buitenland ernstig twijfelden aan het nut en de gevolgen van het plan. De Zweedse zeearend-expert Björn Helander raadde het loslaten van dierentuinvogels ten zeerste af. Deze vogels, sommige met Amerikaanse voorouders, zouden de genenpool van de wilde populatie verstoren. Ook de Duitse onderzoeker Peter Hauff deed in december 1998 een dringend beroep om toch vooral geduld te betrachten, zeker gezien de huidige populatie-expansie van de zeearend. Roofvogelonderzoeker Rob Bijlsma ziet de plannen van het WNF als een pure publiciteitsstunt. ``Onze verantwoordelijkheden liggen in de Waddenzee bij de schelpdiervisserij.''

Het WNF heeft de plannen voorlopig op een zacht pitje gezet, maar zet de juridische procedures voort. Faunabescherming en Stichting Das en Boom schreven een bezwaarschrift tegen de plannen van het WNF. Op 4 juni 1998 verklaarde de rechtbank in Arnhem het bezwaarschrift ongegrond, nadat het ministerie het beroep al had afgewezen. Das en Boom haakte daarna af. Faunabescherming voert de juridische strijd nu alleen.

De persvoorlichtster van het WNF wil niet vooruitlopen op de uitspraak van de Raad van State. Wel laat ze weten dat het WNF doorgaat met de publiciteitscampagne. Binnenkort komt een zeearendpromotievideo uit en er is een speciale zeearendprojectleider aangesteld.

OCEAANKUST

De populatie van de zeearend is de afgelopen vijf jaar sterk toegenomen in de landen rond de Oostzee en langs de Noorse oceaankust. Momenteel zijn Noorwegen, Polen, Zweden en Duitsland de belangrijste zeearendlanden met respectievelijk 1.700, 300, 200 en 300 paren. In Duitsland en Zweden is het aantal broedparen in vijf jaar tijd verdubbeld, voornamelijk door een betere bescherming en voorlichting, door een afname van gifbelasting van het milieu en door een toename van prooi (ganzen en eenden). Daar staat tegenover dat zeearenden steeds vaker de dood vinden bij een botsing tegen treinen, bussen en auto's. En de vogels vliegen ze zich te pletter op hoogspanningsdraden of worden geëlektrocuteerd tijden het landen of opvliegen van stroompalen. Dit soort risico's maakt het geürbaniseerde gebied van de Gelderse Poort, waar het WNF z'n introductieplannen had, tot een weinig aantrekkelijke locatie. Zeker gezien de geplande aanleg van Betuwe-lijn en verlengde A15.

De zeearend bereikt zijn hoogste dichtheid in Midden-Europa, in het Olshanka-moeras langs de Oder. In een gebied van 1.200 hectare nestelen 7 paar zeearenden. De nieuwste kolonisatie vond plaats in 1996, op het Deense Lolland precies tussen Duitsland en Zweden. In 1998 kwamen daar 6 paar tot broeden. Aan de hand van ringen heeft men kunnen vaststellen dat het hier Duitse `overloop' betrof uit Sleeswijk-Holstein. De totale Europese populatie, tot aan de Oeral, wordt geschat op zo'n 4.500 paar. Van de Oeral tot aan Japan zitten ook nog zeker 5.000 paar waarmee de wereldpopulatie kan worden geschat op circa 10.000 paar

De zeearend breidt zijn areaal vooral uit in de noord-zuidrichting. Recent breidde een populatie in Noorwegen zich naar het zuiden uit en twee kustpopulaties in Zweden sloten aan elkaar. In Duitsland was er in het zuiden een uitbreiding in het stroomgebied van de Elbe en Neisse. Tegelijkertijd vond verdichting plaats in kerngebied Mecklenburg en uitbreiding noordwaarts in Sleeswijk-Holstein. Het opmerkelijkste nest is te vinden bij de stad Wismar aan de Oostzee. Daar broedde afgelopen jaar een paartje succesvol in een populier op 500 meter van de plaatselijke McDonald's en op 300 meter van een drankenhal aan een visvijver. Dit was overigens geen nieuwe kolonisatie, het betrof een paar waarvan de vaste nestboom iets verderop was omgewaaid. De vogels kozen nu, binnen het vertrouwde territorium, een nieuwe boom aan de rand van een visvijver. Bij de echte kolonisaties blijkt de zeearend zeer voorzichtig te zijn en zich juist extra schuw te gedragen.

Uitbreiding in westwaartse richting verloopt veel langzamer. Het voor Nederland dichtstbijzijnde territorium bevindt zich bij Bremerhaven waar echter nog geen nestbouw is geconstateerd. Het betreft hier naar alle waarschijnlijkheid een `verlovingspaar'. Het gehele stroomgebied van de Rijn, van belang voor de Gelderse Poort, moet het nog stellen zonder zeearenden.

In Nederland verschijnen zeearenden meestal in oktober bij Lauwersmeer, Oostvaarders-plassen of de Zuid-Hollands-Zeeuwse delta. Ze doen zich daar te goed aan ganzen, eenden en aas. Het gaat om zo'n 5 tot 10 vogels die ons land iedere winter bezoeken. In de loop van maart zijn de laatste vogels meestal weer verdwenen.

Het is opmerkelijk dat het aantal overwinterende zeearenden in ons land nauwelijks toeneemt. Alleen bij aanhoudende strenge vorst in Oost-Europa, zoals in januari 1996, komen er wat meer vogels hier. Maar Nederland wacht nog steeds op het eerste verlovingspaar. ``Als zo'n stel zich eenmaal heeft gevestigd en het hele jaar blijft, gaat het vanzelf broeden'', meent de Duitse zeearend-onderzoeker Peter Hauff. Hij verwacht dat er binnen dertig jaar zeearenden in Nederland zullen broeden. Maar Frank Saris van SOVON, twijfelt daaraan. Hij wijst op de kleinere visarend die hier al 20 jaar overzomert zonder tot broeden te komen, ondanks de plaatsing van kunsthorsten op palen in Oostvaardersplassen en Biesbosch. Volgens hem is Nederland te klein en te ver verwijderd van de kerngebieden met hoge concentraties.

HECTAREPRIJS

Intussen is men in het buitenland druk bezig om het de zeearend naar de zin te maken. Zo heeft de European Union for Coastal Conservation (EUCC) vorig jaar stukken land in Polen gekocht waar regelmatig zeearenden vertoeven. De EUCC, met thuisbasis Leiden en voortgekomen uit de stichting Duinbehoud, bewandelt een totaal andere weg dan het WNF. De Kustunie zet zich in voor de aankoop en behoud van zeearendhabitat langs de Oostzee. In samenwerking met Poolse medewerkers zijn het afgelopen jaar de eerste gebieden in het Odergebied gekocht, voor een hectareprijs van maar 300 tot 400 gulden. Met financiële steun van Vara's `Vroege Vogels' werd voor 10.000 gulden het Lysze Wypna-eilandje verworven. Hierdoor verkreeg het de bestemming `Gebied voor Ecologisch Gebruik' en is het wettelijk beschermd. De komende tijd volgen meer aankopen, waarvan het totale oppervlak zo'n 1.000 hectare moerasland zal beslaan.

Verder wil de Kustunie gebieden aankopen rond de Oostzee en aan de Donau. Juist deze gebieden, tussen fourageergebied en nestbossen, zijn van groot belang voor de soort om te rusten na de jacht en de nacht ongestoord door te brengen. Hoe belangrijk de Oderbaai is voor de zeearend geven de cijfers weer. Honderd paar broedt in de directe omgeving, terwijl minstens 200 vogels in het gebied overwinteren, profiterend van het zachte Oostzeeklimaat en tienduizenden eenden en ganzen. Bedreigingen voor het gebied vormen ongebreidelde projectontwikkeling en milieuvervuiling. De rivier de Oder voert een hoop zware metalen en gif mee, vooral uit de industriestreek van Silezië in het zuiden van Polen. Aan de zuidzijde van de Oderbaai staat de grote kunstmestfabriek van Police die eveneens een aanslag vormt op het ecosysteem van het gebied.