Ergerlijke pleuters

Opeens is alles anders. Je wordt wakker door vogelzang en zonlicht dat onder de schuurdeur door gluurt. Bij buurmanboer huppelen sinds de eerste week van maart al lammetjes door de wei; de eerste vlinders, de eerste platgewalste padden op het zandpad. In de met klimop en kamperfoelie begroeide vlier naast mijn werktafel nestelt voor de zoveelste keer het winterkoninkje; een meter verder is een lijster druk met twijgjes, toefjes mos. Luidruchtig zoemt een solitaire hommel langs, spinnen zitten weer op strategische plekjes te zonnen. Ook mijn trouwe zoldergast, een eekhoorn, staat vroeg op en komt laat of helemaal niet thuis. De sneeuwklokjes zijn al uitgebloeid, nu zijn de wilde krokussen, bosanemonen, blauwe druifjes en speenkruid aan de beurt. Alles en iedereen is er weer, lijkt het.

Onverbiddelijk slaat de treurnis toe als je ziet dat de vergeet-me-nietjes, cadeautje van een roodharige vriendin, opnieuw riant staan te bloeien – alsof zij niet al jaren dood is. Zoals gebruikelijk loop ik weer dagelijks met mijn schepje en mijn emmertje langs de zomen van de akkers, op zoek naar viooltjes, verwaaide distels, wilde malva's. Ze moeten gered worden, straks komen de machines die de akkers rigoureus omwentelen en bemesten, inzaaien en bespuiten.

Aan gekweekte violen met hun schunnig grote plakkaten in irritante tinten heb ik een hekel. Dat zijn nou `pleuters', door de dichtende bioloog D. Hillenius gemunte term voor leuterende proleten en neurotische droogneukers die maffe briefjes ondertekenen met `see you zoen'.

Uit het bos dat mijn atelier rugdekt, en dat ik al jaren gebruik als plantenparkeerplaats, oogst ik tientallen pollen op bloei belust vingerhoedskruid. Treurigheid en verbittering verdwijnen als ijsbloemen voor de zon.

Opeens begrijp ik niet meer waarom ik pissig werd toen Proustvertaalster Thérèse Cornips onlangs in `de Plantage', cultureel vergeetputje van de VPRO-tv, tussen neus en lippen door giechelde: ,,Zo'n boek van De Botton glijdt van mij àf.''

De overige gasten, onder wie een hologig literair criticus, een Leidse hoogleraar Nederlandse letterkunde die tevens komische damesromans schrijft en een brave huis-, tuin- en keukenschrijver, wezen Cornips niet op het feit dat zij een briljant Brits auteur zonder enig argument onder de grond schoffelde. Waarschijnlijk kenden zij geen van allen Alain de Bottons roman. Ik wel. Het gaat om How Proust can change Your Life (1997), het vierde boek van de in 1969 geboren schrijver. Kennelijk is hij te geestig, te erudiet, te jong of te brutaal. Natuurlijk neemt hij proestend van het lachen de weëe proustianen te grazen. Maar: hij houdt zich keurig aan de feiten.

Zo beschrijft hij de komische taxirit die de broodmagere James Joyce en de pafferige Marcel Proust in 1922 maakten na het etentje ter gelegenheid van de première van Strawinsky's Le renard. Joyce was niet alleen bezopen, hij draaide tevens het raampje open en stak een sigaret op. Proust stierf bijna ter plekke, al droeg hij een bontjas.

De conversatie was zoals gebruikelijk tussen elkaar wezensvreemde mensen, domweg knudde. Niets om over naar huis te schrijven. Dus beschrijft De Botton uitgebreid hoe het gesprek in andere, betere, omstandigheden zou kunnen verlopen. Fictie met een serieus randje feit. Jammer dat hij Joyce's sublieme karakterisering van Prousts (en Cornips') levenswerk niet gebruikte: A la Recherche des Ombrelles Perdues par Plusiers Jeunes Filles en Fleurs du Côté de chez Swann et Gonorrhée et Co. par Marcelle Proyce et James Joust.

Zonder schroom hing De Botton die verloren gewaande paraplu's aan zijn eigen kapstok, samen met wat kanten ondergoed, zijden sjaaltjes, sjarretels, hoeden, petten, damesmantels en regenjassen – elk met hun eigen betekenis en geschiedenis.

Alles lijkt opeens vertrouwd. De sloten zijn weer uitgediept, de vruchtbomen en de meidoorn- en ligusterheggen zijn gesnoeid, de mollenvanger biedt zijn diensten aan, in de verte doemen al de vertrouwde bergen hakhout op. Nog even en de paasvuren zetten de hemel in brand. Hoogste tijd om Alain de Bottons Essays in Love te herlezen.