Een hond genaamd Bougie

Toen ze als puppy in het gezin kwam heette ze Bijou. Maar haar vijfjarig baasje kon die naam niet onthouden en maakte er Bougie van. Na twee maanden was iedereen eraan gewend dat het hondje heette naar een motoronderdeel.

Bougie miste de vervelende eigenschappen van andere honden. Ze bedelde niet, kwijlde niet en krabde zich niet. Ze likte je niet, rook altijd lekker, blafte zelden, verloor geen haren en was nooit opdringerig. Alleen wanneer je ophield met aaien, bewoog ze haar voorpoot ten teken dat je door moest gaan. Ging je daar niet op in, dan drong ze niet aan.

Ze begreep alles en vroeg nooit om uitleg. Tegenover een handjevol woorden van ons, stond zoveel begrip van haar kant, dat je vergat met een hond te doen te hebben. Ze leek veeleer een mens. Een immer goedgehumeurd mens met een groot empatisch vermogen. Je begreep niet waarom je – in gesprekken met vrienden – altijd zoveel woorden nodig had.

Toen het baasje zeven was, verhuisde het gezin naar Spanje. Natuurlijk bleef het jongetje haar roepen in zijn eigen taal, zodat de Spaanse kinderen niet beter wisten of het Nederlandse hondje heette Bougiekom. Het bewijs daarvoor werd dagelijks geleverd. Het dier reageerde immers op die naam en rende naar de kinderen.

Nu is het gezin naar Nederland teruggekeerd. De hond is oud en grijs geworden. Ze krijgt overal bulten. Maar ze jankt niet, ze protesteert niet tegen het onvermijdelijke, voert geen gevecht met de Allerhoogste, verkeert niet in gewetensnood en heeft geen spijt.

Ze lijkt hoe langer hoe minder op een mens en dat maakt mij jaloers. De verandering in haar voltrekt zich in volstrekte stilte. Alsof die verandering er niet is, alsof die zich afspeelt in een tijdeloos gebied waarin geen toekomst bestaat.

Van het drama dat ze om zich heen veroorzaakt, merkt ze alleen de consequenties. Ze wordt meer geaaid, krijgt het duurste blikvoer en mag voor het eerst van haar leven op de bank.

Ze slinkt, haar vacht wordt dof en sprieterig. Lopen kan ze niet meer, maar nog steeds wordt iedereen met kwispelen begroet.

Zou ik dat kunnen? Zonder drama terug naar het tijdeloze?