Economische huursoldaten

Freelancers, zelfstandigen, vrij beroepers, oproepkrachten, klussers en ander ongebonden werkvolk zijn vrijwillig of noodgedwongen de huursoldaten van de economie. Ze worden met open armen ontvangen wanneer er werk is, en staan weer op straat als de klus geklaard is. Daardoor zijn ze drukker met het heden, hun broodnodige inkomsten, dan met de toekomstige voorzieningen voor bijvoorbeeld de oude dag en de dekking voor het arbeidsongeschiktheids- en overlijdensrisico. Die zaken kosten tijd (om uit te zoeken) en geld en worden daarom vaak op de lange baan geschoven. Het kan anders.

Neem de oudedagsvoorziening. Wat is er eenvoudiger dan ieder maand voor een vast bedrag – 100, 200, 300 of meer gulden – participaties in een wereldwijd beleggend aandelenbeleggingsfonds te kopen, middels automatische afschrijving. Het beste fonds voor de komende jaren kent niemand, maar het goedkoopste qua kosten is waarschijnlijk het wereldwijde fonds van de eigen bank. Ook (groot)ouders die iets op willen bouwen voor hun (klein)kinderen, kunnen in zo'n fonds beleggen.

Mensen wantrouwen deze langzame, saaie wijze van beleggen. Kan het zó eenvoudig?Ja, het lijkt net een trekschuit: de volhouder wint. Na 18 jaar levert 1.200 gulden per jaar, tegen gemiddeld 6 procent netto (na aftrek van kosten en belasting), 40 duizend gulden op. Tegen 8 procent bijna 50 duizend. En 300 gulden per maand levert dus 150 duizend gulden op. Voor een echte reserve is meer nodig: maandelijks 300 gulden, 40 jaar lang volhouden tegen 8 procent komt uit op 1 miljoen gulden.

Dan komen de bedenkingen: als ik in de bijstand beland, ben ik alles kwijt op 19.700 gulden (echtpaar of één-oudergezin) na. Dat voorbehoud is om minstens drie redenen onjuist. Er gelden speciale regels voor zelfstandigen. Wie over een flink kapitaal beschikt, kan daar misschien van leven en komt niet of later in de bijstand. En ten derde: de eventuele bijstand is geen reden om niet voor je oude dag te sparen.

De hoofdlijnen van de Algemene Bijstandswet en andere wetten en voorzieningen staan in de onmisbare 'De Kleine Gids voor de Nederlandse Sociale Zekerheid 1999.1' (al sinds 1933!) die voor 7,50 gulden in de boekhandel ligt. In juli verschijnt de bijgewerkte uitgave.

Zijn er regels voor de berekening van het bedrag dat je maandelijks opzij moet leggen om bijvoorbeeld vanaf je 65ste over 80 procent van je huidige inkomen te beschikken? Ja. Tweeverdieners berekenen het ruwweg zo: Neem 80 procent van het totale vaste inkomen. Trek daar vanaf: de gehuwden-AOW, en de verzekerde pensioenen en lijfrenten. Het saldo is een jaarlijks bedrag (pensioentekort) dat je in 25 jaar (tussen 65 en 90 jaar) contant maakt op 65 jaar tegen zeg 6 procent. Uit die berekening komt een bedrag (pensioenkapitaal) dat je tussen nu en 65 jaar opbouwt door maandelijks een bedrag opzij te leggen. Wie dat te ingewikkeld vindt, sluite een lijfrenteverzekering.

Sommigen betwijfelen of de hoogte van hun toekomstige pensioen voldoende is om straks van te leven. Er is maar één manier om die twijfel weg te nemen. Schat de jaarlijkse (gezins)kosten van levensonderhoud en verplichtingen tijdens de pensioenjaren, en vergelijk die met het pensioeninkomen minus belasting. Daaruit volgt eventueel een pensioentekort, ruwweg.

De opbouw van een pensioenvoorziening kan enig uitstel lijden. Dat geldt niet voor de dekking tegen arbeidsongeschiktheid (AO) en overlijden, tenzij men over voldoende liquide vermogen beschikt om de klappen op te vangen, of kan terugvallen op een partner die de zaak draaiend houdt.

Een huursoldaat die nooit aan een ao-verzekering heeft gedacht, of een werknemer die op oudere leeftijd ondernemer werd, zal merken dat met het klimmen der jaren de hoogte van de premie oploopt in overeenstemming met het stijgende arbeidsongeschiktheidsrisico.

Wie zich om financiële redenen niet kan of wil verzekeren, moet in geval van nood dus (tijdelijk of definitief) terugvallen op zijn vermogen en/of kost winnende partner, en een andere levensstijl. Het is niet te bepalen hoe die (langdurige) periode van arbeidsongeschiktheid er uit zal zien. Vraagtekens: een percentage AO, tijdelijk, altijd, ander werk mogelijk, kosten verhaalbaar door schuld van derden, stopt je pensioenopbouw, hoef je de verzekeringspremies niet meer te bepalen, enzovoort.

Over hoeveel vermogen moet bijvoorbeeld een onverzekerde, niet-werknemer nu beschikken om tien jaar – zeg tussen 55 en 65 jaar – te overbruggen, zonder zijn huis te verkopen? Laten we uitgaan van 40 duizend gulden per jaar in een spaarpotje tegen 4 procent netto per jaar, zonder rekening te houden met partnerinkomsten en de uitkering (maximum: wettelijk minimumloon) ingevolge de Wet Arbeidsongeschiktheiduitkering Zelfstandigen (WAZ). De eigen AO-reserve komt op ongeveer 325 duizend gulden. Dat bedrag vermindert ieder jaar dat de eventuele AO later ingaat. Misschien moet je daarom mikken op ruim 200 duizend gulden.

Zelfstandigen, beroepsbeoefenaren en meewerkende echtgenoten/partners vallen verplicht onder de WAZ, die uitkeert bij langdurige arbeidsongeschiktheid, zwangerschap en de eerste tijd na de bevalling. Raadpleeg de Kleine Gids voor meer details.