De schielijke gang naar begrotingsevenwicht

Vrees voor een oplopend begrotingstekort noopt Paars II in april tot bezuinigen. Intussen stijgt de kans op meevallers die het tekort over 1999 juist op recordlaagte brengen.

Twee miljard gulden, zoveel moet Paars II voor dit jaar aan bezuinigingen ophoesten tijdens het komende voorjaarsoverleg. De uitgaven zijn overschreden, en de begrotingssystematiek van minister Zalm van Financiën schrijft voor dat dergelijke overschrijdingen niet mogen worden gecompenseerd met de hogere inkomsten die het Rijk vorig jaar binnenkreeg.

Voor de inkomsten zelf in 1999 wordt tegelijkertijd gevreesd. In de begroting voor dit jaar ging Paars II nog uit van een economische groei van 3 procent. Inmiddels is die verwachting in december vorig jaar al teruggeschroefd naar 2,25 procent en suggereerde premier Kok onlangs nog dat 2 procent zal worden aangehouden. De 1,3 procent tekort die oorspronkelijk voor 1999 stond geraamd, kan dus flink oplopen.

Maar de Paarse begroting 1999 is er niet een zonder geschiedenis. En die geschiedenis geeft aan dat de voorstelling van zaken die in elke Miljoenennota werd gegeven, in geen enkel opzicht leek op de uiteindelijke uitkomst.

1995, Het eerste jaar van Zalm, was er een van puinruimen, maar vanaf 1996 is het begrotingstekort zoals genoemd in de Miljoenennota voortdurend lager uitgekomen. In 1996 werd 2,8 procent geraamd. Het bleek uiteindelijk 2,0 procent. Voor 1997 werd het tekort ingetekend op 2,2 procent. Het werd uiteindelijk 0,9 procent. Voor 1998 ging Zalm in de Miljoennennota uit van 1,3 procent. Uit de voorlopige raming die in februari over 1998 werd vrijgegeven blijkt dat wederom 0,9 procent te zijn geworden. En 0,7 procent circuleert al als uitkomst wanneer de uiteindelijke stand tegen de zomer wordt opgemaakt.

Wat zegt dat over de 1,3 procent tekort die voor dit jaar in de Miljoenennota werd genoemd? Het vertrekpunt is al vast lager dan gedacht: toen de begroting 1999 werd opgesteld werd nog met de erfenis van een tekort van 1,3 procent in 1998 gerekend. Dat geeft de nog onbeantwoorde vraag in hoeverre de `meevallers' van 1998 die het tekort naar 0,9 procent (en misschien nog wel lager) hebben getrokken structureel zijn, en dus doorwerken in de cijfers voor 1999.

Er is nog meer aan de hand. Aan het wereldwijd inzakken van de economische groei in 1999 wordt steeds meer getwijfeld. De bijbehorende lage raming voor de Nederlandse economische groei in 1999 komt nog uit de tijd dat iedereen in het veld dacht dat de Amerikaanse economie in een bijna-recessie zou raken en de crisis in Azië voortwoekerde. Dat beeld is inmiddels veel positiever. Voor de VS wordt dit jaar nu een groei van zo'n 3 procent verwacht, en sommige ramingen liggen nog hoger. Binnen Europa doen Duitsland en Italië het dit jaar waarschijnlijk slecht, maar dat geldt in veel mindere mate voor andere landen die de euro hebben ingevoerd, bijvoorbeeld Frankrijk. Azië lijkt intussen iets eerder conjunctureel `uit te bodemen' dan gevreesd.

Het wonder achter de Amerikaanse economie, de ongebreidelde bestedingsdrift van de Amerikaanse consument, blijkt bestendig. Die consumptiedrang komt goeddeels voort uit het `vermogenseffect' van de koersstijgingen op de effectenbeurs en de prijsstijging van woningen. Dat effect speelt ook in Nederland hevig, en is voor economische planners relatief onontgonnen terrein.

Al met al lijkt het klimaat waarin de Nederlandse economie met maar 2 procent groeit minder waarschijnlijk. Wat gebeurt er als de economie nu toch met 3 procent groeit, zoals in de Miljoenennota was voorzien? Dan zal een deel van de komende bezuinigingen bijdragen aan een nog verdere daling van het tekort, dat toch al lager begon dan de geplande 1,3 procent.

Los van de economische groei zijn er meer mogelijke meevallers: de olieprijs is de raming in de Miljoenennota inmiddels bezig te overstijgen. Bij een terugkeer van de olieprijs naar 18 dollar scheelt dat dit jaar al een miljard.

De inflatie is door het CPB in december vorig jaar ingeschaald op 1 procent, en zou al wat zijn opgeschroefd naar 1,25 procent. Er waren al weinig andere economen die zo'n laag cijfer hadden staan. Maar nu de olieprijs (en andere grondstoffenprijzen) herstelt ligt een raming van minstens 2 procent meer voor de hand. De eerste inflatiecijfers van januari en februari kwamen al zeer hoog binnen, op 2,2 procent en 2,1 procent. Dat betekent dat de btw-inkomsten bijvoorbeeld meevallen. Omdat er intussen al semi-overheidscao's zijn afgesloten op basis van een lager inflatiecijfer (bijvoorbeeld onderwijs) vallen de uitgaven van het Rijk juist relatief mee. In de marktsector zorgen tegelijk hoger dan verwachte loonstijgingen via de inkomstenbelasting voor mogelijke meevallers.

Niet tegen valt ook de donderdag in Berlijn volgens plan bereikte 1,3 miljard lagere netto-bijdrage van Nederland aan de Europese Unie. En dan is er nog een bescheiden `noemer-effect', waarbij het tekortpercentage, het quotiënt van tekort en bruto binnenlands product (bbp), gunstiger uitvalt als het bbp in guldens harder toeneemt.

Zo tekent zich, naast het scenario van een oplopend tekort in 1999, evengoed een scenario af waarin het begrotingstekort in 1999 juist onverwacht sterk daalt. Even onverwacht als in de voorgaande drie jaar, toen politiek Den Haag daar telkens pas na het aflopen van het jaar, en dus te laat, achterkwam.

Hoe ver kan die daling gaan? Als het tekort over 1999 tot onder de 0,75 procent daalt, zo luidt de afspraak, gaat de helft van de inkomensmeevallers nog maar naar verdere tekortreductie. Maar het zal waarschijnlijk pas in februari 2000, dus na afloop van het begrotingsjaar, duidelijk worden hoe groot de meevallers zijn gebleken.

1999 Is nog maar een kwartaal jong, en met name de effectenbeurzen nopen tot voorzichtigheid met prognoses. Maar als 1999 dus zo minder slecht wordt als nu wordt voorgesteld, is het niet ondenkbaar dat het tekort schielijk onder de 0,5 procent terechtkomt. En dat komt behoorlijk dicht bij een begrotingsevenwicht.