De jongste dag

Het hele jaar al staat de pan met opwinding op het vuur. Eind november wordt de vlam hoger gedraaid. Daar kan niemand iets aan doen. Het is een kettingreactie tussen drie polen. Het eerste medium voorspelt onheil, het tweede weet dat het erger wordt, het publiek gelooft dit ergere. Dat kan het eerste medium niet op zich laten zitten. Dit ergere zal niet meer dan een voorproefje zijn. Het publiek wil dat graag horen. Medium twee komt met het ergste. Dat willen we het liefst horen. Maar medium één heeft intussen lucht gekregen van het verschrikkelijke. Het publiek voorvoelt al dat daar nog wel een schepje bovenop kan. Zo gaat het door. We praten weleens misprijzend over 'rampentoerisme'. De voorpret van de millenniumwende slaat alle voorpretrecords van deze eeuw.

Dit is niet in tegenspraak met de absolute zekerheid dat na middernacht de planeet gewoon door zal draaien en dat wij mensen de beschikking houden over al het functionerend gereedschap dat we nodig hebben om ons door het leven te slaan. Men kan zich verlustigen in het vooruitzicht van een ramp en daarna van geluk spreken dat die zich niet heeft voltrokken. De risico's zitten dan ook niet in de denkbeeldige ramp maar in de bijverschijnselen van de verlustiging: in alles wat we ons tussen nu en 31 december vijf voor twaalf nog gaan wijsmaken. De laatste dagen van het aflopend millennium zullen gevaarlijker zijn dan de eerste van het komende. Omdat wat er kán gebeuren samenhangt met de voorstellingen van de millenniumwende zoals die de komende maanden in omloop zullen raken, moeten we ons dus afvragen welke de invloedrijkste voorstellingen zullen zijn. Ik noem twee categoriëen.

Ten eerste de orthodoxe voorstellingen van de millenniumwende als Jongste Dag. Daarin zijn weer bepaalde varianten denkbaar. Is het bijvoorbeeld een al-omvatting waarbij het einde zich in één reusachtige vlaag met flits en donderklap voltrekt? Of ongeveer als een film waarin de week der Schepping, achterstevoren wordt afgedraaid? In dat geval is de mens, de kroon der Schepping, het eerst aan de beurt om te verdwijnen en tenslotte worden de zeeën, zoals Auden het heeft uitgedrukt, te drogen gehangen. Belcampo heeft een verhaal geschreven, Het grote gebeuren, waarin hij aantoont dat we op een geleidelijk verlopend proces moeten rekenen. Het valt te hopen dat de VPRO de film die Jaap Drupsteen ervan heeft gemaakt, bijtijds nog eens zal uitzenden.

En dan is er de langzamerhand onoverzienbare hoeveelheid ramp en horror, van Jaws en The Blob via Towering Inferno en de Titanic, tot de ontploffende planeten in Star Wars. Het is de apocalyptische folklore waaraan iedereen het zijne kan ontlenen.

Degenen die verantwoordelijk zijn voor de openbare orde zullen zich vooral moeten bezighouden met de massale reacties. Daarbij gelden, dunkt mij, drie uitgangpunten.

1. De apocalyps is volgens de orthodoxe overtuiging finaal. Het door mensenhanden gemaakte absolute wapen zal niet meer zijn dan een kartonnen sabeltje in een kinderhand. Na 31 december is er geen hoop op morgen.

2. Het einde voltrekt zich in een consumptiecultuur waarin het alles-begeren zich aan meer miljoenen dan ooit heeft meegedeeld. Vooral de jongere generaties zullen, naarmate het einde nadert, sterker worden beheerst door het verlangen om in de schrompelende tijd meer te genieten van wat daarna voor eeuwig verloren zal zijn. Een boek dat een aanwijzing geeft over dan mogelijke toestanden is The Day of the Triffids van John Wyndham. Als de Aarde in de staart van een giftige komeet is gekomen, verliest 99 procent van de wereldbevolking het gezichtsvermogen. De blinden slaan aan het plunderen.

3. De consumptiemaatschappij verbergt nog altijd een klassenmaatschappij. In het vooruitzicht op het einde van alles zullen de armen geen enkel beletsel meer zien om zich met geweld te verschaffen wat hun door de wet en hun economisch lot was ontzegd. Als het licht op aarde dooft, gaan de ruiten aan scherven en begint het proletariaat aan de laatste onteigening.

Het tweede complex van ondergangsscenario's dat van invloed kan zijn op het voorstellingsvermogen, heeft de schijn van een tastbare grondslag. De computers waarvan we zijn gaan geloven dat die al het openbare leven regelen, zullen niet in staat zijn de hindernis te nemen die de nieuwe eeuw met zijn twee nullen heeft opgeworpen. De alzijdig onderling afhankelijk geprogrammeerde communicatie zal in een meltdown ten onder gaan. Waterleiding en elektriciteitsvoorziening lopen vast, robots in de fabrieken maken amok, patiënten stikken aan de beademingsapparatuur terwijl ze vergiftigd worden door falenden infusen, treinen ontsporen en vliegtuigen landen op volle zee. De meest begaafde verbeeldingskracht schiet tekort om ook maar bij benadering een voorstelling te schetsen van de mondiale chaos. Voorzien van de modernste apparatuur aller tijden wordt de mensheid op 1 januari 2000 wakker in het stenen tijdperk. Drie gevolgen, in fasen.

1. De kleine elite van de computerdeskundigen beheert de grootste schatkamer van de wetenschap. De inhoud is zo ingewikkeld, zo 'moeilijk' dat de deskundigen hun kennis niet met het volk kunnen delen; en het volk wil dit ook niet. Liever dan te begrijpen, blijft het geloven in de deskundigheid. Nu faalt van het ene uur op het andere de deskundigheid. Dit betekent dat op hetzelfde ogenblik de miljoenen hun geloof is ontnomen.

2. In de Middeleeuwen werkte gemiddeld één priester voor het zielenheil van duizend gelovigen. In deze tijd is de kudde van miljarden gelovigen aangewezen op misschien een paar honderdduizend computerpriesters. Liep er in de Middeleeuwen iets mis, dan kregen niet de priesters de schuld. De Duivel had het gedaan. In deze tijd is er maar één rechte lijn van causaal verband: van de niet werkende computer naar de deskundige. Op 1 januari ontlaadt zich de mondiale volkswoede tegen de computerpriesters. De hele kaste van deskundigen wordt vernietigd.

3. Daarmee heeft het volk de weg terug naar de gecomputeriseerde beschaving afgesneden. Het Stenen Tijdperk is opnieuw een feit - met dien verstande dat iedereen weer met hamer en nijptang moet leren omgaan.

Vandaar deze conclusie. Nu is het de tijd om een cursus handarbeid te gaan volgen. Tegen november zijn de manual labour consultants volgeboekt tot januari 2001.