De Dubbele Nul

Precies twintig jaar geleden, begin 1979, kraakte ons land in zijn voegenals gevolg van een strenge winter. Gedurende een dag of twee was hetnoorden des lands moeilijk bereikbaar. Sneeuwstormen hadden stadjes endorpen op het Friese en Groningse platteland van de buitenwereldafgesloten. Ik bewoonde een kamer in een studentenflat in een buitenwijkvan de stad Groningen. Op een van die barre ochtenden trok ik een tweedetrui, een windjack en mijn leren jas over elkaar aan en fietste naar desupermarkt.

Daar was het anders dan anders. De schappen waren niet bijgevuld ende afdelingen met groente, vlees, brood en zuivel waren zo goed als leeg.Klanten draafden op en neer door de straatjes en graaiden naar de laatsteartikelen. Het ging er vinnig aan toe. Ik zag twee potige Groningsehuisvrouwen die ieder hun uiteinde van een gesneden wit weigerden los telaten. Ze beten elkaar scheldwoorden toe. Een ander had de laatste vijfpakken kipfilet in zijn armen genomen en probeerde die bij de kassa's teruilen tegen bruinbrood. Er werd geduwd, met ellebogen gewerkt enwinkelwagentjes deden dienst als schild en tactisch wapen.

Ik zag iemand voorovergebogen in de bijna lege krat met andijviede losse blaadjes verzamelen en stiekem wegmoffelen in de zakken van zijnwinterjas. In de ogen van sommigen was regelrechte paniek te zien. Hetpersoneel zat bedrukt achter de kassa's en maakte een belegerde indruk. Defiliaalchef beende dreigend rond, de hand breed en uitdagend op desleutelbos aan zijn broekriem. In de rimpels op zijn voorhoofd was hetwoord 'plundering' te lezen.

Het is een moment waar ik graag aan terugdenk. Het had ietsonthullends. Zo weinig was er dus maar voor nodig, een beetje sneeuw op derijksweg en wat bevroren spoorwissels.

Natuurlijk hoop ik niet dat er in de komende nieuwjaarsnacht opeensuit buitengewesten in de Oekraïne kernraketten opstijgen om dood en verderfte zaaien in Frankfurt, Rotterdam of Londen. Evenmin dat kerncentralesonbeheersbaar worden, raffinaderijen op hol slaan of dat een Letse Toepolevminder goed getest was dan men dacht en neerstort op Schiedam. Maar ik kanniet ontkennen dat ik me verheug op die eerste dagen van de nieuwe eeuw.

En toch, het genieten van het millenniumprobleem is allang begonnen.Het lijkt wel alsof een stel kwaadaardige grapjassen decennia lang in deweer is geweest een practical joke van mondiale omvang voor te bereiden. Deschelmenstreek is zo geniaal in zijn eenvoud dat het al jaren voor deverschijning van de gevreesde Dubbele Nul te laat is: van hoog tot laag,van overheid tot de kruidenier om de hoek, men moet zijn apparaten testenen een ramp voorkomen. Het heeft iets belachelijks, al die hi-tech, al diearrogante gelovigen in de digitale vooruitgang, vernederd tot gerommel,gehaast en lapwerk door een dubbele nul. Het is zo trefzeker, zo wreed enzo grappig, dat het moeilijk is niet aan opzet te denken. Wie zijn diegrapjassen van het millennium-probleem? Wie heeft de allerprimitiefstetijdbom in onze elektronica verstopt? Wie zijn die vandalen?

Het echte genieten van het millenniumprobleem begint pas bij hetbesef dat niemand dit als een grap bedoeld heeft, dat niemand kwadebedoelingen heeft gehad. Het zijn juist goede bedoelingen, overwegingen vangezond verstand, zuinigheid en doelmatigheid (en vooral winstbejag) geweestdie het vandalistische potentieel van de Dubbele Nul in het leven hebbengeroepen. Er schuilt een burleske schoonheid in het millennium-probleem. Dat wat alles belachelijk maakt en in de war stuurt is het directe productvan de eigenschappen waaraan digitale machines hun kracht en succesontlenen. De reductie tot uiterste eenvoud, de aansturing van alles doorhet bewerken van getallen, de heerschappij van doelmatigheid en snelheid.

Een betere wraak van de blinde vlek (de domheid die in de schaduwen aan de wortel van iedere vorm van intelligentie ligt) is haast nietdenkbaar. En dat maakt het moment van 00:00 straks zo spannend. We kunnener nooit helemaal zeker van zijn of we de vandalistische krachten in dieblinde vlek hebben ontzenuwd en getemd. Dat hoor je nu al in devraaggesprekken met mensen van bedrijven en overheidsinstellingen, die ookna tientallen tests en proeven almaar geen garantie willen geven omtrenthun millenniumbestendigheid. Het is het soort onzekerheid die voor mij alseen verrukkelijke, zoete geur uit de media opstijgt.

De Britse regering raadt haar burgers aan een voedselvoorraad aante leggen die voldoende is hen door de eerste twee weken van de nieuwe eeuwheen te helpen, mochten de technici iets over het hoofd hebben gezien ofhun race tegen de klok verliezen. Is dat nuchterheid of paniek oproependpessimisme? Mijn voornemen is een 'open mind' te houden. Ik ben bereidhartelijk te lachen om de tegenvaller die de sensatiezoekers overvalt alsalle schade en storing meevalt.

Maar mochten er wekenlang nijpende distributieproblemen zijn, destroomvoorziening haperen en het gas wegblijven, dan ben ik net zo goedbereid samen met een paar buren de boodschappenlijstjes te verzamelen vanonszelf en de bejaarden en zieken in onze panden en met een tasschroevendraaiers, ijzerzagen en breekijzers naar Het Amsterdam FoodCenter, oftewel de Centrale Markthallen in de Jan van Galenstraat op tetrekken en wederrechtelijk en gewapenderhand te nemen wat we nodig hebben.

Twintig jaar geleden sneeuwde het iets harder dan normaal en in desupermarkt zag ik hoe makkelijk de gemoedelijke of onverschilligebeschaving van de welvaart kan wegslijten. Als ik het gezicht van meneerTimmer van het Millennium Platform op de televisie zie, loop ik altijd evennaar de kelder. Naast de fietspomp staat daar een honkbalknuppel. Die raakik dan even aan en dan is het de cyberpunk in mij die uitkijkt naar deonthullingen die een millenniumchaos ons kan bieden. De redelijkestaatsburger in mij mag zich zo niet verheugen op de nieuwjaarsnacht. Diemoet zich tevredenstellen met de zoete geur van onzekerheid, de zorgelijkelijnen op de voorhoofden van de gezagsdragers en de hysterische pogingenvan kooplieden daaruit munt te slaan.