Bridge op het Internet

De makke van bridge is dat de spanning, het spel eigen, slecht valt te visualiseren. Bridge zal daarom wel nooit een echte televisiesport worden. En dat is weer de verklaring dat, ondanks de honderdduizenden die in Nederland de denksport beoefenen, het bedrijfsleven zich maar mondjesmaat met bridge pleegt te afficheren. Sponsors immers, willen letterlijk wat terug kunnen zien.

Nu het Internet ons leven meer en meer gaat beheersen, zal er op dit punt zeker wat veranderen. Het Internet blijkt voor bridge een fantastisch medium. Ik schreef het al eerder en zal het nog wel blijven doen: bridge en Internet zijn vriendjes. De denksport bridge biedt de content waar het Internet naar snakt. Nu het bedrijfsleven zich stort op Internet, stuit het bijna automatisch op bridge. Ergo, er komen budgetten voor bridge. Ten goede of ten kwade, die discussie ga ik even niet aan.

Voor bridgers loopt de route naar het paradijs nu al over de virtuele snelweg: on-line verslagen van grote wedstrijden, nieuwe theorie, artikelen, clubs, tijdschriften, lessen, biedpanels. Van al dat moois noem ik u concreet OKBridge, een programma waarmee u speelt met wie u maar wilt. Uw partner komt uit IJsland, links zit een Chileen en rechts een Japanner. Even een kleine systeembespreking (vaak een simpel soort standard American, maar ook uw eigen brouwsel mag) en daar gaan we. Er wordt van iedere speler statistieken bijgehouden via de zogenaamde Lehman-rating. Zo weet je op elk moment hoe goed of hoe slecht je speelt. In de paren is mijn gemiddelde zestig procent, maar in de viertallen scoor ik op dit moment een schamele achtenveertighalf.

Binnenkort starten op OKBridge de wereldkampioenschappen Internetbridge. De Amerikaanse bridgebond heeft er een soort van offciële status aan gegeven en het Nederlands team zit al klaar achter de pc's in Rotterdam, Tilburg en Den Haag.

Naast vrij spelen (het etmaal rond) organiseert OKBridge dagelijks wedstrijden. De emoties zijn er niet minder dan in het normale bridgeleven. Twee voorbeelden:

West start tegen mijn 4♠ met harten. Ik neem het aas en maak mijn speelplan op. Het duurt even, maar dan heb ik het door. Ik steek in troef over, troef een harten met ♠A, ga weer met troef naar tafel en troef nog een harten. Daarna bereik dummy met ♦A en trek een derde rondje troef met de acht. Een heuse dummy reversal voor elf slagen. Omdat de troeven 3-3 zitten zou dit plan hebben gewerkt. Maar ik durf niet. Is de kans op een 4-2 zitsel met zes troeven buitenboord niet negen procent groter? Precies, dus haal ik laf in drie rondjes de troeven op en krijg mijn verdiende loon: +620 voor 44 procent. En dat terwijl de dummy reversal liefst 96 procent had opgeleverd. Achteraf toch de verkeerde redenatie gevolgd. Weliswaar klopt dat wat die kansen betreft wel, maar de meesten zullen in 3SA simpel tien slagen halen: +630 voor 71 procent. En díe score moest ik zien te verslaan. Goed getimed bod trouwens van partner, de Groninger Erich van Lohuizen, 2♠ op een driekaart.

Het werd nog erger:

Het spel lijkt om de aanpak van de harten te draaien. Het zou echter zover niet komen. West startte met ♦A. Twee vragen: a) Wie won de tweede slag? en b) Wie zat er west. Het antwoord op vraag a) is verbijsterend: zuid won met ♣9. En het antwoord op b) is makkelijk: uw verslaggever, die, als een schoolvoorbeeld van de unlucky expert, een kleine klaveren doorspeelde in de hoop zijn partner te treffen met de boer voor het ruitennaspel. Oh ja, NZ scoorden 94 procent.