Bio-landbouw

Jurriaan Kamp stelt terecht dat consumentenprijzen voor gangbaar geproduceerd voedsel te laag zijn: uiteindelijk betaalt de consument het gelag via de belastingen ter bestrijding van de schade door die gangbare landbouw (NRC Handelsblad, 20 maart). Dat de (economisch daartoe gedwongen) vervuiler niet zelf hoeft te betalen (of maar zeer gedeeltelijk) betekent dat ook geen oplossing via de markt te verwachten is. Het is geen probleem van vandaag of gisteren. Toen in de VS indianen uit de Midwest en Great Plains gewerkt waren, konden de boeren daar hun rijke prairiers uitboeren (zonder kunstmest en gif, biologisch dus) en werd tientallen jaren goedkoop graan geproduceerd. De rekening van de bestrijding van het massale bodembederf door winderosie is uiteindelijk door de burger betaald. De Europese boeren, die wél netjes boerden, moesten met prijstoeslagen boven de werelddumpmarkt beschermd worden. Onlangs hebben nationale en Europese belastingbetalers moeten dokken voor de varkenspest en BSE, de kwalijke gevolgen van een doorgeschoten industriële veeteelt.

Op een ander punt toont Kamp minder begrip voor de situatie. Hij meldt dat volgens de WRR een wereldbevolking van 10 miljard zonder gif en kunstmest gevoed kan worden. Dat mag dan technisch kunnen, economisch, en daar komt het helaas altijd op neer, gaat het niet.

Theoretisch kan de Nederlandse veehouder de kunstmestzak dicht houden en zijn grasland met de stikstofbinder klaver inzaaien, zonder op melkproductie in te leveren. Dat kost wel extra zorg en werk, en betekent dus duurdere melk. Dus gebeurt het niet of nauwelijks. Zo eenvoudig ligt dat.