Bange ouders, boze pubers

Ze zouden het anders doen, de ouders van nu. Veel praten met hun kinderen, open en eerlijk met ze omgaan. Maar net als vroeger gaat bij pubers opeens het rolluik dicht. Onbegrip, ergernis, onderhandelingen, onzekerheid, woede. Ouders zijn bang om het fout te doen. Pubers zijn bang dat ze er niet bijhoren en schamen zich als hun vader middenin de nacht bij de uitgang van de disco staat. Een fotoreportage over pubers buitenshuis en gesprekken met ouders.

Ineens begon Bregje 's ochtends de deur van de badkamer op slot te doen, T-shirts met lange mouwen te dragen. 'Wij gaan naturistisch op vakantie', zegt haar vader Frans Verweij, leraar op een middelbare school. 'We hebben geen geheimen voor elkaar.' Maar Bregje was dertien. En ze had voor het eerst een vriendje. 'Ze was een open en eerlijk kind, ze vertelde alles', zegt haar moeder. 'Ze werd stil, in zichzelf gekeerd.'

Pas veel later vertelde Bregje dat de jongen haar sloeg en sigarettenpeuken uitdrukte op haar armen.

Anderhalf jaar duurde de verkering. Haar moeder Inge Verweij: 'We kochten condooms voor haar. We zeiden dat ze beter nog kon wachten. Maar ze was zo verliefd.' Op de kermis, vertelt Frans Verweij, liep het vriendje voorop, met andere jongens. 'Bregje kwam daar een halve meter achteraan.' Ze zochten samen meubels uit, in de Wehkamp-gids. Inge Verweij: 'Ik zei: Bregje gaat éérst een paar jaar op kamers, alleen, in een grote stad. Maar je invloed is marginaal.'

Ouders weten dat het komt. Hun kinderen worden twaalf, dertien, misschien gebeurt het pas als ze veertien zijn. Maar hoe hevig dringt de puberteit van hún kinderen het huishouden binnen? En is er iets tegen te doen? Helpt het als ze anders reageren dan hun eigen ouders vroeger?

'Ik ben een ouwe zak', zegt dominee Gert Smith uit Stadskanaal. Zijn oudste zoon is veertien, de tweede twaalf. 'En ik', zegt zijn vrouw, 'bemoei me te veel met ze. Mama zeurt.'

Rosita van Wingerden uit Heemstede: 'Ze kunnen soms zo minnetjes op je reageren. Ik vertel iets en dan zeggen ze: L.b. Lekker boeien.' Drie kinderen heeft ze: een meisje van zestien, een van veertien en een jongen van twaalf.

'Roos was twaalf toen het begon', zegt Anneke Eshuis, logopediste in Utrecht. 'Ze reageerde extreem, heel boos kon ze worden, vooral op mij. Rotwijf, zei ze. Ze haalde het bloed onder mijn nagels vandaan. Op een ochtend, ik was zo kwaad, heb ik haar een schop onder d'r kont gegeven.'

Ouders zien vaak hoe eenzaam en onbegrepen hun pubers zich voelen. Ze weten ook hoe bang hun kinderen zijn, dat ze er niet bij horen omdat ze verkeerde kleren dragen of tv-series missen. Ze denken ook dat die dwarsigheid wel ergens goed voor zal zijn, kinderen moeten zelfstandige wezens worden. En soms, zeggen ouders, hangen ze opeens huilend om je nek. Dan hebben ze spijt, dat ze zo tekeer zijn gegaan.

Kut-dit en kut-dat

'Ze is verlegen. Als ze op straat loopt, kijkt ze naar de grond', zegt Lys Scarse uit Mantgum, Friesland. Haar dochter Tsjimk is vijftien. 'En thuis is het kut-dit en kut-dat, alles en iedereen is stom. Met grof geweld walst ze over haar onzekerheid heen. Maar af en toe zit dat gesnauw me tot hier.'

Pubers, hoe zielig misschien ook, kunnen de stemming aan tafel, of op vakanties, ernstig verpesten.

Grieta Smith, onderwijzeres in Stadskanaal, merkt aan haar zoon Hendrik van veertien dat hij een 'aai over zijn bol' nodig heeft. Ze ziet het aan zijn nagels, zegt ze. 'Maar dan slaat hij door naar het uitbundige. En ieder moment kan zo'n bui weer omslaan. Ik denk vaak, als ze weer aan het kafferen zijn: getver, wat ongezellig.'

Peter en Rosita van Wingerden gingen vroeger vaak fietsen met hun drie kinderen. Naar het strand, door de duinen. Nu is fietsen 'fout', fietsen is suf. Ze hebben het nog één keer geprobeerd, twee jaar geleden, een week fietsvakantie in Nederland. 'Het was niet een constante kwelling,' zegt Peter van Wingerden, internationaal coördinator bij de Algemene Rekenkamer. Maar of het nou leuk was?

Hun twee dochters, Floortje van zestien en Nienke van veertien, krijgen ze nu alleen nog op de fiets als ze zaterdagochtend naar de Arena gaan om naar de training van Ajax te kijken. Mooie jongens, volgens Floortje. Dani is 'de knapste'.

Peter en Rosita van Wingerden vinden: je moet argumenten van kinderen serieus nemen. Ook als een argument tegen fietsen is dat je met de auto sneller ergens komt. Het is ook 'vreselijk leuk', zegt Van Wingerden, om pubers in huis te hebben. 'Ze vormen een eigen persoonlijkheid, ze krijgen zelf een mening.' Dat was ook de bedoeling: 'We hebben ze mondig opgevoed. We zeggen weleens tegen elkaar: nu ze pubers zijn, is dat onze zwakke plek geworden.'

Het is een gevecht, vaak over niks. Over hoe ze aan tafel zitten - onderuitgezakt. Over hoe ze eten. 'Toen ze vier waren', zegt een moeder, 'aten ze met mes en vork. Nu eten ze als bouwvakkers.' Alsof ze het met opzet doen. En ze doen het ook met opzet. Want hun kinderen, zeggen ouders, zijn 'in de aanval'. Ze weten van zichzelf: dat deed ik vroeger ook. Maar wat doen ze nu zelf? Hoe tolerant moeten ze zijn, of hoe streng?

Bij hen ging het over uitgaan, over verkeerde vrienden, over de kleren van hun oudste zus die ze niet wilden afdragen, over de lippenstift die niet op mocht. Nu gaat het over een nieuwe spelcomputer, over ieder jaar een nieuw skipak en natuurlijk over uitgaan, en verkeerde vrienden.

In hun huis in Amsterdam-Zuid zitten Peter van Ingen, VPRO-programmamaker, zijn vrouw Evelyn Beer, kunsthistorica, en hun twee dochters Judith (17) en Eva (15). Voortdurend worden uitspraken van de ouders onderbroken door de kinderen zelf: 'Néé pap, hè mam, luister nu naar mij.' Of: 'Dat is niet waar wat je zegt. Laat mij nou even.' Van Ingen moet er hard om lachen. Hij zegt: 'Ik zou het heel griezelig vinden als ze zomaar autoriteit accepteerden.' Van Ingens moeder is van Tsjechisch-joodse familie, en de ouders van Evelyn Beer, ook joods, komen uit Duitsland. Van Ingen, met nadruk: 'Het is niet omdat we bang zijn dat er weer een wereldoorlog uitbreekt als mensen te slaafs worden. Maar wij hebben iets geleerd.'

Opvoeden is volgens Evelyn Beer 'constant onderhandelen'. Ruzies zijn 'heftige discussies'. Ze zegt: 'We gaan met ze om als gelijken, wij komen met argumenten, zij komen met argumenten.' Eva, ertussendoor: 'En jullie beslissen uiteindelijk. Zoals vorige week, toen ik niet mocht logeren.' Die ruzie - of discussie - van vorige week wordt nog eens overgedaan, het duurt een kwartier. Wie wat had gezegd of bedoeld en waarom het wel of niet logisch was dat Eva niet uit logeren mocht, nadat ze tot half een 's nachts met vrienden in de kroeg had gezeten. 'Het is wel vermoeiend soms, om het zo te doen', zegt Van Ingen.

'Ik ben de baas'

Moeten ze praten, onderhandelen? Of toch maar weer 'ik ben de baas' roepen? Is het makkelijker pubers in huis te hebben als je niet voortdurend met ze in discussie gaat?

Ja, vinden Douwe en Janke de Jong uit Doniaga, een dorp in Friesland. Douwe de Jong is boer, Janke was medisch analist maar werkt op de boerderij vanaf de dag dat ze met Douwe trouwde. Ze hebben een tweeling van zeventien: Jurjen en Fedde. De jongens zitten in Heereveen op het VWO, ze fietsen iedere dag veertig kilometer. 'Ze hebben wel eens wat te zeuren', zegt Janke de Jong. Maar als ze 'te negatief' doen, krijgen ze van hun vader 'een hijs op de schouder'. 'Dan zeg ik: kom op, jong, genoeg.'

'Fedde vindt ons achterlijk', vertelt Janke de Jong, 'omdat we geen computer hebben.' Douwe vult aan: 'En geen video, geen magnetron, geen stereo-installatie.' Hij wijst op een donkerbruine radio op de vensterbank. 'Daar komt onze muziek uit. Dat ding is nog van mijn beppe geweest.'

De jongens krijgen geen merkkleding. 'Daar zijn wij op tegen. Ze moeten leren dat ze ook zonder die kleren bij de groep kunnen horen.' De Jong doet niet mee als hun jongens en kinderen uit de buurt 's avonds moeten worden weggebracht of opgehaald. Ze gaan maar op de fiets, vindt hij. 'We werden een keer opgebeld door een leraar, omdat Jurjen in het donker van school naar huis moest fietsen. Dat vinden wij nou kortzichtig. Ze voetballen altijd, in weer en wind, en dan kunnen ze niet fietsen?'

De kinderen van onderwijzeres Grieta Smith en dominee Gert Smith zeggen 'u' tegen hun ouders. 'Dat vinden wij netjes, en we willen ze gevoel voor verhoudingen bijbrengen.' Op zondagochtend gaan ze naar de kerk. Het is niet zo dat ze 'moeten', zegt Grieta Smith. 'We gáán gewoon, met z'n allen.'

Hendrik, veertien, en Aart, twaalf, zitten op catechisatie, op vrijdagavond gaan ze naar de jongerensoos van de kerk, zondagmiddag doen ze mee aan een musical voor de kerk, en op zaterdag mogen ze skaten met vrienden, of ze doen computerspelletjes.

In de eerste klas van het gymnasium werd Hendrik puber, zeggen zijn ouders. Hij had voor het eerst een vriendinnetje. Zijn haar, dat een beetje krult, probeerde hij 's ochtends met gel glad te strijken. Een jaar later wilde Hendrik er ineens uitzien als de zanger van de Amerikaanse popgroep Korn. Vanachter is z'n haar nu opgeschoren, van boven is het lang, met vlechtjes. Hij draagt, vertelt zijn moeder, skate-kleren. Truien van het merk No fear, wijde broeken met grote zakken, aan de zijkant hangen drie kettingen en een portemonnee. 'Maar zijn zakgeld', zegt zijn moeder, 'zit los in z'n zakken.' Hendriks broek begint net onder zijn billen, felgekleurde boxershorts komen erbovenuit, het kruis hangt op de knieën. Gert Smith grinnikt: 'Ik zeg altijd: je loopt als een pinguïn.'

Sinds oktober vorig jaar mag Hendrik 's middags na school niet meer de straat op, of naar vrienden. Hij moet huiswerk maken. Omdat Grieta Smith in zijn agenda zijn cijferlijst had gezien - ze zocht een telefoonnummer van een vriendin van Hendrik, hij was daar, hij moest thuiskomen. 'Het is hier net een gevangenis', vindt Hendrik.

Gert Smith heeft vaak ruzie met zijn zoon over spullen. 'Zijn fiets is een rotfiets, hij smijt 'm overal maar neer. Een nieuw horloge had hij binnen de kortste keren gesloopt. Hij bewaart er nu guldens in.' Zijn vrouw heeft Hendrik nu toch weer een nieuw horloge beloofd, als hij voldoendes haalt. Gert Smith was het daar niet mee eens.

Verdwenen

Of ze nu streng zijn, respect eisen en gehoorzaamheid, of met hun kinderen in discussie gaan 'als gelijken', ouders weten vaak niet wat goed is voor hun pubers, en voor de rust in huis. Ze zijn ook bang dat ze hun kinderen kwijtraken als ze iets verkeerd doen.

Hendrik was vorig jaar opeens verdwenen, tijdens een vakantie aan het Zuidlaarder Meer. Zijn ouders waren boodschappen doen en hij ging er op z'n skates vandoor. Twee truien nam hij mee en een paar schoenen. Grieta Smith: 'Wij dachten: nu is hij weggelopen.' 's Avonds belde Hendrik, hij was bij zijn vriendin in Stadskanaal, vijfentwintig kilometer van hun vakantiehuis, z'n voeten zaten vol blaren. Gert Smith haalde hem met de auto weer op.

Ouders voelen dat vrienden, leraren of voetbaltrainers opeens veel belangrijker worden voor hun kinderen dan zij zelf. Maar wat doe je, als je ziet - of denkt te zien - dat die invloed van buiten slecht is voor je kind?

De ouders van Bregje, Frans en Inge Verweij, gebruiken hun ouderlijk gezag liever niet. Ze hebben een dochter en drie zoons. Ze vinden: 'We zijn samen op weg naar iets.' En: 'Kinderen moeten leren van hun fouten.' Maar het was afschuwelijk, zeggen ze, om te zien hoe Bregje - dertien jaar - veranderde door haar vriendje. Ze wisten toen nog niet dat de jongen hun dochter mishandelde. Maar dat de verkering niet goed was voor Bregje, voelden ze wel. Toch leek het ze niet verstandig er iets van te zeggen, ze wilden 'haar keuze respecteren'. Totdat ze ontdekten dat het vriendje probeerde hun buurmeisje te versieren. Ze hadden een bewijsstuk: een liefdesbrief.

Frans Verweij riep de jongen bij zich en zei: je belazert mijn dochter, nu is het uit, afgelopen. En Bregje mocht hem van haar ouders een maand niet zien. De jongen liet haar niet met rust, hij was verdrietig, het speet hem en Bregje wilde hem 'helpen', zei ze. Na een paar weken legde ze zich toch bij de beslissing van haar ouders neer, de verkering was voorbij. 'Dat was op het randje', zegt Inge Verweij nu. 'We hadden haar kwijt kunnen zijn.'

Lachen

Ook als het gaat over kleinigheden, weten ouders vaak niet hoe ze zich moeten gedragen om het hun pubers naar de zin te maken. Als die een slechte bui hebben, is niks goed.

'Zingen mag niet', zegt Peter van Wingerden uit Heemstede, 'je neus bewegen mag niet.'

Janke de Jong, boerin in Doniaga: 'Ik kan nogal uitbundig lachen.' Haar tweeling van zeventien heeft liever niet dat ze dat doet waar anderen bij zijn.

Tsjimk Scarse is kwaad op haar moeder omdat die rode wangen heeft, en zijzelf daardoor ook. En haar moeder begeleidt, op accordeon, een mannenkoor dat vissersliedjes zingt. Tsjimk praat liever over haar vader, die houdt van underground-muziek. De punker uit haar klas, Folkert, zei dat hij dat wel cool vond. Maar niemand op school weet dat Tsjimks vader, die naast zijn werk in de zuivelfabriek biologie studeerde, in het weekend op handen en voeten door de berm kruipt, op zoek naar paddestoelen en insecten.

Twee weken geleden kwam Peter van Ingen thuis in de gang een jongen tegen die op bezoek was bij zijn dochter Eva. 'Ik dacht: terughoudend zijn, dat willen ze graag, dus ik geef die jongen een hand, zeg: ''Peter van Ingen'', en ik loop door. Kreeg ik een snauw. Ik had bot gedaan, zei ze.' Een week later was er een andere jongen in de gang. Van Ingen dacht: joviaal doen. 'Ik steek m'n hand op en zeg: ''Hai, hoe gaat het met je?'' Hij lacht. 'Was het wéér niet goed.' Zijn dochter, naast hem aan tafel: 'Maar pap, je gaf hem niet eens een hand.'

De kinderen van Anneke en Egbert Eshuis in Wijk bij Duurstede worden liever in de nieuwe Volkswagen Passat van hun vader opgehaald dan in de oude Volkswagen Polo van hun moeder. 'Waarom koop je geen nieuwe?' vraagt Roos (15) soms. Egbert Eshuis: ''s Zomers gaan we kamperen. Dat vindt Roos maar niks. Ze zeurt er niet over, maar je ziet het: ze schaamt zich dood tussen al dat volk. Ze zit liever in een huis met een zwembad.'

Anneke Eshuis is logopediste, Egbert Eshuis projectmanager bij KPN. 'Roos vindt', zegt Anneke Eshuis, 'dat ik maar een onbenullig baantje heb. Dat zegt ze niet, maar dat weet ik. Zij wil carrière maken en veel geld verdienen. Zoals haar vader.'

In de jaren zeventig stemde Egbert Eshuis PSP, hij moest niks hebben van mannen in hoge functies in het bedrijfsleven, met veel geld, een groot huis. 'Dat heb ik nu allemaal zelf.' Hij vindt het jammer dat zijn dochter geld zo belangrijk vindt, geen idealen heeft. 'Maar het is niet gek dat ze geen spijkerbroeken wil hebben van Brouwers Mode. Ze ziet dat wij voor een nieuwe kast ook niet naar Ikea gaan.'

Hard gewerkt

Het maakt weinig uit in welke tijd ouders zelf zijn opgegroeid. Als je ziet dat je kinderen het beter hebben dan jij vroeger, zijn ze 'verwend'. Niet alleen door de spullen die ze krijgen, ook door de omstandigheden, de aandacht die er voor ze is. Daar worden ze maar lui van. In de jaren zeventig vertelden ouders hun pubers dat er in de jaren vijftig nog hard werd gewerkt in Nederland. Twintig jaar later verwijten ouders hun kinderen gebrek aan idealisme. Wie gaat er nu nog de straat op voor een betere wereld?

'Veel maatschappelijke betrokkenheid zit er niet bij', zegt Peter van Wingerden over zijn drie kinderen. Zelf is hij lid van de landelijke werkgroep fiscaal recht van D66. Zijn dochters van zestien en veertien doen gymnasium, zijn zoon van twaalf volgend jaar ook. Ze zittten op hockey, ze spelen piano, dwarsfluit, en naar het journaal kijken ze alleen maar omdat hun ouders vinden dat dat moet. Ze moeten ook ieder jaar collecteren voor een goed doel, vertelt Van Wingerden. 'Zeg er wel bij', roept zijn dochter Floortje, die op de bank televisie zit te kijken, 'dat ik dat met tegenzin doe. Ze moeten op school niet denken dat ik zo'n braaf studje ben.'

Rosita van Wingerden: 'Dit jaar kwam Floortje aan de deur bij een mevrouw en ze zei: ''Hallo, wij halen geld op voor het epilèpsiefonds.'' Die mevrouw liet haar zeggen: ''Goedemorgen mevrouw, hebt u misschien iets over voor het epilepsíéfonds?'' Woedend was ze.' Floortje, vanaf de bank: 'De volgende keer zeg ik: ''Nou, mevrouw, dan geeft u maar niks. Ik doe dit niet voor mezelf hoor.'' '

Nienke van Wingerden, nu veertien, wil misschien kinderarts worden. Floortje, zestien, verlangt erg naar 'het studentenleven', op kamers wonen en veel uitgaan. Wat ze worden wil, weet ze niet. Peter van Wingerden: 'Ze heeft soms van die infantiele invallen. Dan wil ze alles doen om maar in de buurt van Ajax te komen. Toegangsbiljetten verkopen of bij het sportjournaal gaan werken.'

Wijnfeesten

Dominee Gert Smith was al op z'n vierentwintigste ouderling in de Hervormde Kerk. De enige ondeugd die hij zich van vroeger herinnert was eigenlijk een vergissing. Hij gooide, toen hij zeven was, ruitjes in van een gebouw dat zou worden gesloopt. Later bleek dat het gebouw toch niet werd gesloopt. Grieta Smith was lastiger, zegt ze zelf. Ze komt uit Nunspeet, uit een christelijk-gereformeerd gezin. Ze spijbelde veel, ze vertelde haar ouders niet welke cijfers ze haalde, net als haar zoon Hendrik nu. En op zondag ging ze in een broek, met oogschaduw en lippenstift op, naar de kerk. Maar toen ze vijftien was, besloot ze zelf dat ze van de padvinderij af wilde. 'Er zaten ook veel katholieke jongelui op. Ik wilde niet verliefd worden op een katholieke jongen.'

De vader van Douwe de Jong, boer in Friesland, overleed toen Douwe zelf zeven jaar was. Hij was de enige zoon. In de zomer wilde hij graag naar de wijnfeesten in het dorp. 'Daar waren ook meiden uit Holland.' Maar van z'n moeder mocht hij niet. Het kwam wel eens zover dat Douwe, zestien jaar, al op de fiets zat, op weg erheen. Dan keerde hij toch maar weer om. Zijn moeder was alleen, de volgende ochtend moesten de koeien weer gemolken worden.

Egbert Eshuis woonde met zijn zus en zijn moeder op een bovenhuis in Utrecht, zijn vader stierf toen Egbert twee was. 'Ik zag dat mijn moeder zich nooit verzette tegen autoriteiten, ze was bang, en ze had niks.' Vanaf z'n tiende maakte Egbert Eshuis ruzie met iedereen die zei dat hij iets moest. Hij klierde, spijbelde, bleef zitten, werd van school gestuurd. Op z'n achttiende werkte hij bij de PTT. Natuurlijk wil hij nu dat zijn dochter van vijftien het goed heeft, hij geeft haar graag de mooie spullen die hijzelf vroeger nooit kreeg. Maar hij maakt zich ook zorgen: of haar leven niet té veilig is, of ze wel sterk wordt, zoals hij.

Ouders zeggen het tegen elkaar en ze zeggen het elkaar na: ze moeten hun kinderen loslaten. Die moeten leren hun 'eigen verantwoordelijkheid' te nemen. Klinkt mooi.

'Floortje zei: je moet niet schrikken, mam, als ik om drie uur thuis kom.' Ze was veertien en ging voor het eerst naar de disco in Haarlem. Rosita van Wingerden: 'Ik zei: één uur. We kwamen uit op twee uur.' Haar vader zou haar komen halen. Maar hij moest, zei Floortje, in de auto wachten. Woedend was ze, dat hij toch bij het hek stond. 'Eén keer dacht ik dat er iets was', zegt Peter van Wingerden. 'Ze stonden bij de uitgang van de disco, er waren jongens bij van de hockeyclub. Ik ben er tussen gaan staan. Dat is me hier thuis niet in dank afgenomen.'

Kwart voor twee 's nachts zou Jaime Halegua uit Gouda, fotograaf van het Nieuw Israëlitisch Weekblad, zijn dochter Naomi ophalen van de disco in Reeuwijk. Ze was al om zes uur 's avonds naar een vriendin gegaan, om zich op te maken. Ze was net veertien, en ze ging voor het eerst uit. Halegua: 'Vanaf elf uur zat ik niet meer rustig.' Drie kwartier te vroeg stond Halegua met zijn auto op de parkeerplaats bij de disco. Het regende, hij was op zijn pantoffels en had een jas aan over z'n pyama. 'Een parkeerwacht kwam op me af en zei: ''U komt zeker voor uw dochter?'' Ik schrok, ik dacht: hoe weet hij dat? Er is iets.'

Maar er was niks, de man wees hem een betere parkeerplek: 'Dan kunt u de uitgang zien.' Halegua: 'Daar stond een lange rij auto's met mensen erin. Ik was niet de enige idioot die middenin de nacht op z'n kind stond te wachten.'

Een kwartier te laat kwam Naomi naar buiten. 'Maar ik was blij dat ze er was, en ze had het zo naar haar zin gehad dat ik dacht: ik ga nu niet zeuren over die vijftien minuten.'

Half acht zondagochtend kwam Judith, zeventien jaar, thuis. Peter van Ingen had 's nachts nog geprobeerd zijn dochter te bellen, op haar mobiele telefoon. Die had ze van haar ouders gekregen op haar verjaardag, om mee te nemen als ze uitging. Ze kon er een taxi mee bellen, of haar ouders. Die kwamen haar dan - maakte niet uit hoe laat - onmiddellijk ophalen. Maar de telefoon stond uit, het is lastig dansen met zo'n ding in je handen. Discotheek Escape op het Rembrandtplein sloot om vijf uur, een vriendin van Judith had bij de barman twee kaartjes losgekregen voor een afterparty, in een andere discotheek. Ze dacht nog, zal ik m'n ouders bellen om te zeggen dat ik wat later thuiskom? 'Maar ik wou ze niet wakker maken.'

Van Ingen wordt 's nachts in het weekend vaker wakker dan zijn vrouw. 'Dat heeft te maken met mijn man-zijn, denk ik. Het is een heel basaal gevoel: mijn dochters zijn twee dametjes, ik wil ze beschermen.' Hij denkt dat zijn dochters streetwise zijn, ze weten wat ze moeten doen en wat niet. Ze lopen 's nachts nooit alleen op straat, in een discotheek of kroeg gaan ze altijd samen met een vriendin naar het toilet, ze letten op dat niemand iets in hun glas kan doen.

Maar dan nog. Op oudejaarsavond wilde Judith naar een feest, bij het Damrak in het centrum van Amsterdam. Van Ingen bracht haar erheen met de auto, om half één: 'Vuurpijlen omzeilend. Welke ouder is zo gek?' Achteraf schrok hij erg dat hij zijn dochter daar had achtergelaten. De volgende ochtend vertelde ze dat er op dat feest volop dope werd verkocht, alles was er te krijgen. 'Ik ben wel wat gewend', zegt Judith, 'maar hier was 't wel heel erg in de aanbieding.'

Onveilig

Jaime Halegua, zelf opgegroeid in Montevideo, Uruguay, vindt Nederland onveilig voor zijn dochter van vijftien. Hij woont nu in Gouda. Halegua is vooral bang, zegt hij, voor jongens uit Marokkaanse of Turkse gezinnen in zijn stad. 'Die worden op een andere manier grootgebracht dan Nederlandse kinderen, misschien denken ze dat Naomi een kleine prostituee is. Ze is blond, lang, ze ziet er goed uit.'

Vorig jaar had hij een paar keer jongens aan de telefoon die 'seks-achtige dingen' zeiden over zijn dochter. 'Dit vond Naomi lekker, dat vond Naomi lekker.' Halegua gaf zijn dochter de opdracht om op school te vertellen dat haar vader die jongens in elkaar kwam rammen, dat hij ze zou doodslaan als het nog eens gebeurde. Halegua: 'Eerst durfde ze niet. Uiteindelijk heeft ze het toch gezegd. Toen hield het op.'

De stad is gevaarlijk voor pubers, vinden ouders, door drugs, drank, misdaad. Op het platteland, weten ze ook, wordt vaak nog meer gedronken en er wordt hard gereden 's nachts, gruwelijke ongelukken gebeuren daar. Maar het grootste gevaar voor hun pubers, denken veel ouders, schuilt toch wel in de ándere pubers. Het gevaar zit in de groepjes, in het meedoen.

Douwe de Jong, boer in Friesland, denkt dat kinderen uit 'burgergezinnen' sneller in problemen komen dan zijn jongens. 'In een dorp of stad gaan kinderen de straat op, rotzooi trappen.' Fedde en Jurjen helpen op de boerderij, ze vinden het heerlijk, zegt hun vader, om 'achter bij de koeien te lopen'. Jongens van hun voetbalclub nemen als ze jarig zijn een krat bier mee naar de training. Fedde en Jurjen wilden dat ook, in december werden ze zeventien. Maar hun moeder zei: ze kunnen hier bier komen drinken. Tijdens de training hebben de jongens niet verteld dat ze jarig waren.

Grieta en Gert Smith willen niet dat hun zoons in Stadskanaal op straat rondhangen. 'Daar komt niks goeds van', vinden ze. Maar hoe veilig is het op het gymnasium van Hendrik, of op de jongerensoos van de kerk? Grieta Smith hoorde vorig jaar dat vrienden en vriendinnen van Hendrik, die toen dertien was, elkaar flessen drank gaven. 'We stonden in de slijterij en opeens wees Hendrik een fles likeur aan: ''Die willen we kopen voor Mariella''. Ik heb hem uitgelegd dat hij daar nog veel te jong voor was.'

Veel ouders weten nog hoe weinig hun eigen ouders wisten over hen, toen ze zelf zestien waren. Toch denken ze vaak dat ze nu wél weten wat hun eigen kinderen doen, met vrienden, in het weekend. 'Mijn ouders hadden nauwelijks controle', zegt Peter van Wingerden uit Heemstede. 'Ik stapte 's nachts, na een feest, met m'n dronken kop op de brommer, soms ook nog met iemand achterop. Heel onverantwoord.'

Van Wingerden is blij, zegt hij, dat hij 'meer controle' heeft over zijn eigen kinderen. Hoe hij dat zo zeker weet? 'Ik vraag er steeds naar. Of er wordt gedronken op feestjes bijvoorbeeld.' Maar veel belangrijker is het volgens hem om kinderen 'verantwoordelijkheidsbesef' bij te brengen. 'Dat is een vorm van controle, voor als je er niet bij bent.'

'Wij hebben een heel open relatie met onze kinderen', zegt Inge Verweij. Haar jongste zoon, Jan-Pieter van dertien, had laatst voor het eerst een vriendinnetje. Alles vertelde hij erover. 'We kregen te horen wanneer ze elkaar voor het eerst zoenden.' Het meisje belde hem iedere dag, dat vond Jan-Pieter vervelend worden, hij wilde het uitmaken. 'Toen hebben we het er ook over gehad hoe hij dat het beste kon aanpakken.'

'We leren ze eerlijk te zijn', zegt Frans Verweij. 'Alles is bespreekbaar, we willen dat ze onze waarden en normen snappen. Anders ga je ze dingen opleggen waar ze niet achter staan. Dan werkt het niet. En stel je voor dat op een feestje ineens de coke op tafel komt? We proberen ze morele bagage mee te geven.'

Maar Frans en Inge Verweij willen hun eigen ideeën niet aan hun kinderen opdringen. Ze gaan bijvoorbeeld iedere zomer naar een naturistencamping in Frankrijk. Hun kinderen mogen dan, als ze willen, hun zwembroek aan houden. Hun twee jongste zoons, van dertien en zestien, doen dat. Ze durven op school ook niet te vertellen naar wat voor camping ze gaan. Jan-Pieter, die naast zijn vader in een leunstoel zit, zegt: 'Pas was er een jongen uit mijn klas die vertelde dat hij met z'n ouders meeging naar het naaktstrand. Hij was mooi de lul.'

'En jij hebt hem niet geholpen?' vraagt Inge Verweij streng.

Jan-Pieter: 'Ik heb niet meegedaan met pesten. Ik heb niks gezegd.'

noot: De personen op de foto's komen niet in het verhaal voor.