Bachvereniging brengt dynamische Matthäus Passion

In het Muziekcentrum van Enschede, de moderne concertzaal gelegen op een steenworp afstand van de Grote Kerk waar zij in maart 1925 één van haar eerste uitvoeringen gaf van de Matthäus Passion, opende de Nederlandse Bachvereniging haar huidige reeks passies. Van de resterende zeven Matthäus-uitvoeringen door de Bachvereniging zijn de meeste intussen uitverkocht; alleen voor de concerten in het Utrechtse Muziekcentrum Vredenburg, op 30 en 31 maart, zijn nog kaarten verkrijgbaar. De NCRV zendt op Goede Vrijdag 2 april op Nederland 1 vanaf 15.30 uur de registratie uit van de `Naardense' Matthäus uit 1997, onder leiding van artistiek leider Jos van Veldhoven.

De aanloop tot de huidige Matthäus van de Nederlandse Bachvereniging, die dit jaar wordt geleid door de jonge Duitse dirigent Hans-Christoph Rademann (1965), stond onder een weinig gelukkig gesternte. Als eerste liet de contratenor Andreas Scholl weten `wegens familieomstandigheden' niet van de partij te zullen zijn, waarmee de prominentste solist verstek liet gaan. Voor hem in de plaats werd de alt Elisabeth von Magnus geëngageerd. Vervolgens haakte door ziekte ook de bas Stephan MacLeod af. Hij had de Christus-partij bij de eerste drie uitvoeringen zullen vertolken, een taak die nu met verve wordt waargenomen door Jochen Kupfer.

Terwijl Von Magnus met haar hier en daar soms overdadige vibrato een flets alternatief betekent voor Scholl, realiseert Kupfer een dramatisch misschien wat afstandelijke, maar muzikaal werkelijk prachtige Christus die zowel de hoge passages als de diepste diepten van zijn partij kleur weet te geven. Bovendien is Kupfer een uitstekende `tegenspeler' van Nico van der Meel, die opnieuw optreedt als een meeslepend verhalende Evangelist.

Hans-Christoph Rademann, die vorig jaar verschillende malen van zich liet horen tijdens het Holland Festival Oude Muziek, opteert in zijn eerste Matthäus bij de Bachvereniging voor een afwisselend drama. Zijn vertolking zit vol dynamische nuancering, hij plaatst scherpe koorklanken uitgewogen tegenover meer gevoileerde mijmeringen en hanteert veelal vlotte, maar soms ook tergend trage (recitatief Ach Golgotha!) tempi. In Enschede was het aanvankelijk zoeken naar de juiste balans tussen koor 1 en koor 2, terwijl de basso continuo-groepen gedurende de hele uitvoering – vanuit het midden van de zaal beluisterd – grote verschillen in volume kenden. Het orgel van Siebe Henstra viel soms bijna weg, waardoor alleen de verrichtingen van cellist Richte van der Meer konden worden gevolgd.

Rademann benadrukt de menselijke tekortkomingen door hier een woord extra aan te zetten en door daar een subtiele stilte in te lassen. Het meest aangrijpende moment in de Matthäus van Rademann is de aria Aus Liebe en het daaraan voorafgaande recitatief. Temidden van het volkstumult en het sardonisch geroep om de kruisiging van Christus is daar plots de jeugdige sopraan Vasiljka Jezovsek, vrijelijk begeleid door traverso-speler Marten Root. Jezovsek is de stille stem van het geweten die ons voorhoudt dat Jezus de personificatie is van de liefde.

Concert: Matthäus Passion van J.S. Bach door de Nederlandse Bachvereniging en Jongenskoor St. Bavo o.l.v. Hans-Christoph Rademann. Herh. t/m 3/4.