Antieke toekomststad

Zwaar beschadigde of totaal verwoeste gebouwen. Dat was in 1991, na de Libanese burgeroorlog, over van het centrum van Beiroet. Voor het herstel werd de hele binnenstad onteigend en de bewoners die er nog waren moesten weg. De wederopbouw, die aan één enkele firma is toevertrouwd, stuit in Libanon op veel kritiek. 'Wat moeten we straks met al die kantoren en hotels?'

Op een heuvel in een verre buitenwijk van Beiroet staat een absurd monument. Tientallen tanks, pantservoertuigen, jeeps en kanonnen brengen hier een onverwachte ode aan de vrede die sinds 1991, na zestien jaar burgeroorlog, in Libanon heerst. Ze zijn in beton gegoten, hun lopen steken als vreemde tentakels uit de toren. Espoir de Paix, Hoop op vrede, heet dit monument. Het werd in 1995 gemaakt door Arman, de Franse kunstenaar die beroemd werd met zijn opeenstapelingen van schroeven, gasmaskers en andere gebruikte industriële producten die anderen in de vuinisbak zouden gooien. Armans monument is, hopelijk onopzettelijk, cynisch. Net als veel inwoners van Beiroet hebben de wapens een onderkomen gekregen in een betonnen ruïne. Maar de namaakruïne voor het wapentuig, de bron van de verwoestingen in Beiroet, is degelijker en netter dan de echte oorlogsruïnes: wapens zijn hier beter af dan mensen.

Veel imponerender dan Armans vredesmonument is het aandenken aan de burgeroorlog middenin het nu nog lege centrum van Beiroet. Hier herinnert een kolossaal ei van grauw gepokt beton aan de verwoesting van het stadshart. Vóór 1975, toen de oorlog begon, maakte het nu lugubere ei deel uit van een groot congresgebouw. Het gebouw is verdwenen, alleen het betonnen ei overleefde de oorlog.

Het onbedoelde ei-monument zal niet lang meer blijven bestaan. Het zal weer als zaal worden opgenomen in een nieuw congresgebouw dat onderdeel is van Beiroets ambitieuze wederopbouwplannen. De eerste fase van dit plan, de restauratie van de gebouwen die de oorlog min of meer hebben overleefd, nadert zijn voltooiing. De premier van Libanon, Salim Hoss, heeft zijn intrek genomen in de 19de-eeuwse Grand Serail die onzichtbaar van een extra, derde verdieping is voorzien. De banken, die in de tijd voor de burgeroorlog Beiroet tot het financiële centrum van het Midden-Oosten maakten, zijn weer teruggekeerd in hun kantoren in de Riad Es Sol-straat, beter bekend als Bank Street. En eind dit jaar zal het Libanese parlement weer vergaderen aan het Nijmeh-plein, ofwel Place Etoile, een verkleinde variant op het Parijse Place de l'Etoile. Het dateert uit de tijd dat Libanon Frans mandaatgebied was (1918-1943) en de Franse heersers een deel van het grillige Middeleeuwse Beiroet vervingen door rechte straten die begonnen op de Place Etoile.

Ratten

'Van heel Beiroet is het centrum verreweg het zwaarst beschadigd tijdens de oorlog. Duizend gebouwen waren hier geheel of gedeeltelijk verwoest', zegt stedenbouwkundige Ramez Maluf. 'Hier is vijftien jaar lang dagelijks geschoten en met bommen gegooid. Geen van de vele milities was sterk genoeg om dit gebied blijvend te bezetten. Scherpschutters in de hoteltorens maakten dit al die jaren tot een no-go-area. Begin jaren negentig waren de straten dichtgegroeid met bomen en struiken en overal liepen ratten.'

Maluf vertelt over Beiroet bij de maquette van het toekomstige stadshart. Ook op kabouterschaal is het indrukwekkend. De maquette staat in het informatiecentrum van Solidere, het Libanese bedrijf waarvoor Maluf als adviseur werkt. Solidere, gevestigd in een met veel natuursteen gerestaureerd kantoor in het centrum van Beiroet, is een uniek verschijnsel: het is het enige bedrijf in de wereld waaraan de wederopbouw van een heel stadscentrum van bijna 1800 hectaren is toevertrouwd.

De in 1994 opgerichte Société Libanaise pour le Développement et la Reconstruction du Centre de Beirut (Solidere) is het geesteskind van Hariri, de toenmalige Libanese premier. Hariri had in Saoedi-Arabië fortuin gemaakt en stak zelf 125 miljoen dollar in het bedrijf. Solidere is niet alleen eigenaar van de regeringsgebouwen, straten en pleinen, de elf moskeeën en kerken en de ene synagoge, maar ook van alle bouwwerken en grond in het centrum.

Een zakenman die premier wordt en vervolgens een bedrijf opricht dat eigenaar wordt van vrijwel het hele stadscentrum - op het eerste gezicht is hier sprake van een dubieuze vermenging van politiek en zaken. Maar bij nader inzien is het niet veel meer dan een radicale, oriëntaalse variant op het public-private partnership dat tegenwoordig overal op de wereld het aanzien van steden bepaalt. Ook bij de stedenbouw in West-Europa treedt de staat steeds verder terug ten gunste van projectontwikkelaars en andere bedrijven. Zo laat Berlijn - die andere verwoeste en lang verdeelde stad - zijn belangrijkste plein, de Potsdamer Platz, volbouwen door de multinationals Sony en Daimler-Benz.

Voor de uitvoering van het wederopbouwplan kreeg Solidere de wettelijke bevoegdheid om de eigenaren van de gebouwen of wat daarvan nog restte hun bezit te ontnemen. Als vergoeding kregen ze een pakket Solidere-aandelen die inmiddels vrij verhandelbaar zijn op de Libanese effectenbeurs.

Ramez Maluf: 'De staat was te zwak voor de wederopbouw. Die zat na de burgeroorlog financieel aan de grond. Bovendien was het ondoenlijk om alle 40.000 eigenaren van het centrum zover te krijgen dat ze bereid waren hun gebouw te laten restaureren, ook al omdat veel eigenaren naar het buitenland waren gevlucht en daar nog zitten. Verder waren er nog 12.000 krakers in het vernielde centrum, meestal vluchtelingen van het platteland. Zij kregen een toelage om terug te keren naar hun dorpen.'

Lunapark

De staat gaf niet alle macht uit handen. Uiteindelijk moest het door het plaatselijke architectenbureau Dar Al-Handasah ontworpen masterplan voor het centrum worden goedgekeurd door het Libanese parlement.

De plannen voor de wederopbouw kregen altijd al veel kritiek. De eerste plannen, die in opdracht van de Libanese regering nog voor de oprichting van Solidere werden gemaakt, stuitten op algemene weerzin in Libanon, omdat ze voorzagen in de sloop van vrijwel alle overgebleven vooroorlogse gebouwen. Het huidige masterplan van Solidere moet die weerzin wegnemen door de restauratie van meer oude gebouwen. Maar het kan nog steeds geen genade vinden in de ogen van Assem Salam, de voorzitter van de Libanese Orde van Ingenieurs en Architecten.

'De stad heeft zijn ziel verloren', aldus Salam. 'Men had er alles aan moeten doen om de oude bewoners terug te halen. Maar nu zijn ze er allemaal uitgegooid en wordt in een volstrekt vacuüm een nieuw centrum opgebouwd. De sloop van het grootste deel van het centrum was onnodig. Het ging misschien niet om architectonische meesterwerken, maar reconstructie van gebouwen die door de oorlog slechts beschadigd waren, was mogelijk geweest.'

In het Lunapark pal aan de kust, een van de weinige plaatsen in Beiroet waar kinderen vertier kunnen vinden, is nog andere kritiek te horen. 'De plannen voor het centrum zijn prachtig', zegt de rechtenstudent Rachid Abboud (24) aan de voet van het antieke reuzenrad. 'Maar het is niets voor de gewone Beiroeti's. Wat moeten we straks met al die kantoren en hotels? Er staat nu al zoveel leeg in Beiroet. Arme Beiroeti's schieten er al helemaal niets mee op. Die hebben veel meer aan banen.'

Maluf wijst de kritiek van de hand. 'Dit was de enige manier om het centrum snel op te bouwen en dat is van immens belang voor Beiroet. Het centrum was de enige wijk waar christenen en moslims samenwoonden. Libanon heeft geen industrie, maar was voor de oorlog het financiële en vermaakscentrum van het Midden-Oosten. Wil Beiroet dit weer worden, dan is een goed imago belangrijk. Het nieuwe centrum moet hiervoor zorgen. Nu denkt iedere buitenlander nog steeds dat je een held moet zijn om naar Beiroet te reizen.

'Als Solidere niet de bevoegdheden had gehad om het centrum te onteigenen en te ontvolken, was het nu net als de andere oorlogsgebieden geweest. Ga maar kijken naar de green line.'

Een tocht langs de 'groene lijn', de scheidslijn tussen de christelijke en islamitische wijken in Beiroet, is onthutsend. Wie de nieuwe rondweg om het centrum oversteekt ziet ze al overal staan, de gebouwen vol gapende bomgaten en duizenden kogelgaten. Vele staan leeg, maar ze worden, getuige de was die buiten hangt, ook bewoond. Slechts in uitzonderlijke gevallen heeft de eigenaar de moeite genomen zijn onroerend goed op te knappen.

Achter de ring van ruïnes rondom het centrum ligt de rest van Beiroet, waar minder is gevochten dan in het centrum en waarvan grote delen ongeschonden zijn gebleven. Officieel wonen er anderhalf miljoen Libanezen, maar er lijkt geen einde te komen aan de stad. Of men nu kijkt langs de kromlijnige Middellandse-Zee-kust waaraan Beiroet ligt of naar de hoge, met sneeuw bedekte bergen in de verte - overal staan gebouwen. Maar ook dit ongeschonden Beiroet is grimmig. Het wemelt er van de betonnen skeletten van onvoltooid gebleven torens. De bouw ervan is, soms al lang geleden, gestaakt wegens geldgebrek of door de opdrachtgever naar het buitenland vluchtte. Zelfs aan de boulevard langs de Middellandse Zee in islamitisch West-Beiroet, een van de weinige plekken in de stad waar Beiroeti's kunnen kuieren, staan karkassen van wat appartemententorens hadden moeten worden.

De wel voltooide woontorens zijn tien tot twintig verdiepingen hoog en staan chaotisch opgesteld. Ze maken het moeilijk de weg te vinden in Beiroet. Wat op de kaart staat aangegeven als een duidelijke straat, blijkt in werkelijkheid te bestaan uit onbestemde ruimten vol geparkeerde auto's - nog meer dan Los Angeles is Beiroet een door files geteisterde autostad. Slechts hier en daar vormt een villa of een ander oud restant een oriëntatiepunt, maar dat zal niet lang meer duren, want het verleden verdwijnt er in hoog tempo.

De woontorens maken een eenvormige indruk, maar het wonderlijke is dat elke bouwer de moeite heeft genomen zijn toren net iets anders te maken. Beiroet is de stad van de gevarieerde monotonie. De meeste torens zijn een kubus of balk, maar sommige zijn rond of ovaal. Werkelijk eindeloos zijn de verschillen in balkons, ramen, erkers, gevelbekledingen, trappenhuizen en kleuren. Soms, als er blijkbaar veel geld was voor de bouw, zijn de torens voorzien van classicistische elementen als zuiltjes en tympanen of hebben ze de vorm van een boot gekregen met een reddingssloep als penthouse.

'Niet de oorlog, maar de bouw heeft Beiroet verwoest', zegt Mafuz over zijn stad. 'Buiten het centrum kun je zien wat er gebeurt als er geen plan bestaat. Beiroet kent maar weinig bouwvoorschriften en de belangrijkste ervan is zelfs verantwoordelijk voor de chaos. Die luidt namelijk dat de maximaal toegestane hoogte van een gebouw twee keer de breedte van de straat is. Ook vroeger was Beiroet al een chaotische stad, maar dan met pittoreske kleurige huisjes met rode pannendaken. Maar in de jaren zestig en zeventig, toen het Midden-Oosten rijk werd door de olie, is de stad geëxplodeerd en verving elke eigenaar zijn huisje door een toren. Die zette hij dus zo ver mogelijk van de rooilijn van de straat om zo hoog mogelijk te kunnen bouwen.'

Het nieuwe stadshart moet Beiroet zijn verleden teruggeven. In het nu gerestaureerde deel zijn de straten weer bedekt met de keien die voor 1975 al onder asfalt waren verdwenen. 's Nachts schijnt het licht uit lantaarns die ook al lang voor de oorlog waren opgeruimd maar nu opnieuw door de oorspronkelijke Franse fabriek zijn vervaardigd. Hetzelfde geldt voor de 265 gebouwen die behouden zijn. Die zijn opnieuw in detail voorzien van de stijlkenmerken van de oriëntaalse art deco die waren vervaagd of verdwenen. Zelfs het verleden dat al eeuwen aan het zicht was onttrokken, keert terug. Van de waardevolste opgravingen van Phoenicische, Hellenistische en Romeinse resten die bij de wederopbouw van Beiroet zijn gevonden, wordt middenin het centrum een groot archeologisch park gemaakt.

'De wederopbouw van het centrum van Beiroet is een reactie op het ongecontroleerde bouwen in de rest van de stad', zegt Maluf. 'Wie hier wil bouwen, moet zich houden aan gedetailleerde regels. Nieuwbouw in de Maarad-straat, onze Rue de Rivoli, moet bijvoorbeeld op de begane grond een galerij krijgen. Ook de nieuwbouw in de woonwijk in het zuidoosten van het centrum moet aansluiten op de traditionele woonhuizen die de oorlog hebben overleefd.'

Maar het hart van Beiroet wordt meer dan een terugkeer van oud en recent verleden: slechts eenderde van het centrum zal straks bestaan uit keurig gerestaureerde gebouwen. De souks van Beiroet bijvoorbeeld, het voor de oorlog altijd druk bezochte complex van nauwe straatjes met minuscule winkeltjes, keert terug in nieuwe gedaante, ontworpen onder leiding van Rafael Moneo. Deze Spaanse architect heeft onder meer in Madrid bewezen dat hij nieuwbouw in een historische omgeving kan ontwerpen zonder te vervallen in nostalgie. Onder de souks komt een kolossale parkeergarage, want 'Beiroeti's gaan alleen ergens naar toe als ze er met de auto kunnen komen', aldus Mafuz.

Rooilijnen

Niet voor het hele centrum gelden zulke gedetailleerde regels als voor de nieuwe invullingen tussen oude gebouwen. Voor de hotelwijk aan de kust, waar nu nog de karkassen van het vroegere Hilton en Holiday Inn in een lege vlakte staan, zijn de bouwvoorschriften van Solidere minder stringent. Hier schrijft het masterplan alleen rooilijnen en hoogten van gebouwen voor, zodat er echte, door gevels omsloten straten en pleinen ontstaan. Hetzelfde geldt voor het nieuwe Financial District, dat voor een deel is gepland op 180 hectaren nieuw gewonnen land voor de kust van Beiroet. 'Een deel van dit nieuwe land bestaat uit de vuilnisbelt die hier tijdens de oorlog is ontstaan', vertelt Maluf. 'Het omsingelde West-Beiroet kon geen kant op met zijn vuilnis en toen is alles, van huisvuil tot auto's, in zee gedumpt tot daar in 1991 een hoop van 60 hectaren, 24 meter hoog lag. Er wordt nu een park van gemaakt.'

De enige regel die voor alle delen van het centrum geldt, is dat er ook ruimte voor wonen, winkels en vermaak moet zijn. 'We willen geen rigoureuze functiescheiding zoals bijvoorbeeld Le Corbusier dat voor steden voorschreef', zegt Maluf. 'De geschiedenis heeft bewezen dat dat niet werkt. We willen voorkomen dat het centrum 's avonds is uitgestorven. We streven naar een mediterrane stad, een centrum waar 24 uur per dag leven is. Beiroet moet de antieke stad van de toekomst worden. Geschiedenis en eenentwintigste eeuw moeten hier samengaan.'