Weinig verzet Kamer bij vrije stroommarkt

De liberalisering van onder meer de elektriciteitssector legt de verschillende opvattingen binnen de coalitie over marktwerking bloot. De oppositie weet daarvan tot nu toe echter onvoldoende te profiteren.

De Nederlandse Spoorwegen – nu nog staatsbedrijf bij uitstek – moeten naar de beurs. De supermarkten mogen straks misschien medicijnen verkopen, als de gezondheidszorg zal zijn doorgelicht op de mogelijkheden voor marktwerking. Eenzelfde behandeling wacht bijvoorbeeld de woningbouwcorporaties en de aanbestedingsprocedures. De zegeningen van de vrije markt zijn daarmee de afgelopen week weer uitgebreid belicht door het paarse kabinet.

Deze toekomstmuziek overstemde een beetje het debat in de Tweede Kamer over de Elektriciteitswet, dat toch een van de meest ingrijpende liberaliseringen ooit behelst. De elektriciteitssector wordt op termijn een nagenoeg volledig vrije markt, waarop stroom in principe vrijelijk kan worden geproduceerd en verkocht aan de afnemers. De productie- en distributiebedrijven, die nu nog in handen zijn van gemeenten en provincies, gaan bijna alle in de verkoop. De voorgenomen overname van het Utrechtse productiebedrijf Una door het Amerikaanse Reliant is daarvan een voorproefje.

Op zijn laatst in 2007 kan ook de burger zelf zijn stroomleverancier uitzoeken zonder de bescherming van de overheid. De rijksoverheid houdt alleen een controlerend belang in het landelijke hoogspanningsnet en heeft een toezichthouder – de DTe – in het leven geroepen om de transporttarieven vast te stellen en allerlei vormen van misbruik te voorkomen. De staat, de provincies en de gemeenten trekken zich daarmee goeddeels terug uit de nationale elektriciteitsvoorziening in de hoop dat concurrentie zal leiden tot lagere prijzen voor burgers en bedrijven.

De politieke vraag is wat de fundamentele taak van de overheid is in de nutssector. Die vraag is actueel omdat ook de openbaar vervoer- en de waterbedrijven een liberalisering wacht, terwijl het gesteggel rond het Amsterdamse kabelbedrijf A2000 – wel of geen CNN – aantoont dat de huidige privateringsgolf niet alleen zegeningen brengt. Die vraag is in de paarse coalitie ook interessant omdat de twee grootste regeringspartijen van oudsher worden geassocieerd met hetzij de staat (PvdA), hetzij de markt (VVD).

Deze vraag bleef gisteren niettemin onderbelicht in het Kamerdebat, dat gisteren voorlopig de laatste ronde beleefde. De Kamer stemt na uitgebreide discussies met minister Jorritsma (Economische Zaken, VVD) volgende week zonder al te veel morren in met de nieuwe Elektriciteitswet. Principiële geluiden kwamen vooral van de SP, de RPF, het GPV en de SGP.

Kampioen van de vrije markt bleek VVD-woordvoerder Voûte, die met de liberalisering in Zweden als lichtend voorbeeld een ongebreideld vertrouwen in de markt etaleerde. ,,Ik belde met het Zweedse stroombedrijf Vattenfall en vroeg aan de directeur: `Hoe kan het nou? Hoe kan het dat de stroomprijzen bij u maar liefst dertig procent zijn gedaald sinds de liberalisering?' En weet u wat hij zei? Hij zei: `De markt heeft het gedaan mevrouw'.'' Voûte concludeerde: ,,We lopen gewoon achter in vergelijking met de Scandinavische landen.''

Het Kamerlid Van den Berg (SGP) was daarvan niet overtuigd: ,,Er wordt te gemakkelijk gezegd dat marktwerking goedkoper en beter is.'' SP-woordvoerder Marijnissen ging nog wat verder: ,,Marktwerking is een geloofsartikel geworden en daarmee een doel in zichzelf. De nationale en internationale feiten tonen aan dat liberalisering en privatisering van zaken van algemeen belang uiteindelijk leiden tot prijsverhoging, vermindering van kwaliteit en toename van regelgeving. De markt kent geen normen en waarden.'' Jorritsma was het daarmee niet eens: ,,Vanzelfsprekend moeten we een belangrijk stelsel van marktvoorwaarden creëren waarbinnen marktwerking mogelijk is. Dat kun je toch geen ongebreidelde marktwerking noemen. De klant bepaalt de normen en waarden. En de klant is tegenwoordig heel erg slim.''

De PvdA kent intern grote tegenstellingen over de marktwerking tussen de traditionele vakbondsvleugel en de meer liberale vleugel. PvdA-woordvoerder Crone, die in de partij een middenpositie inneemt, wist dit in het wetgevend overleg aardig te verdoezelen door de Elektriciteitswet in de categorie `Derde Weg' te stoppen. Deze Derde Weg is een vinding van de Britse premier om de nieuwe, liberalere weg aan te duiden die zijn New Labour is ingeslagen.

Minister Jorritsma reageerde met: ,,Mijnheer Crone, het is gewoon liberaal wat wij doen''. Dat was koren op de molen van SP-woordvoerder Marijnissen. ,,Daarin moet ik haar volkomen gelijk geven.'' Dat Crone zichzelf omschrijft als een `markt-socialist' overtuigde hem evenmin: ,,Dat is zoiets als een vierkante cirkel. Je kunt het wel zeggen, maar niet tekenen.''

Toch slaagde de oppositie er niet in om de verdeeldheid bij de PvdA bloot te leggen. De kersverse woordvoerder van de grootste oppositiepartij, Van den Akker van het CDA, opereerde daarvoor te onhandig. Ook Kamervoorzitter Van Nieuwenhoven kreeg genoeg van zijn herhalingen en legde hem het zwijgen op.

Het debat werd vooral overschaduwd door de `bakstenen'. Dit zijn onrendabele contracten die in het verleden mede onder druk van de overheid zijn gesloten met energieleveranciers. De vier zelfstandige stroomproducenten kunnen onderling geen overeenstemming bereiken over de verdeling van de contracten en willen dat de overheid hen compenseert voor de zogenoemde niet-marktconforme kosten.

Uiteindelijk legden de coalitiepartijen de minister een motie voor waarin staat dat er pas toestemming kan komen voor privatiseringen als de bakstenen zijn geregeld. Dat kan nog maanden duren. De bakstenendiscussie was het enige waarmee de Kamer het Jorritsma (,,Ik weet nog niet wat ik ermee ga doen'') echt lastig maakte.