Vuurtoren

Ik slaap opeens weer in een Westers bed, met zachte kussens en kranen met wit water. Zoals mijn matras soepel terugveert, zo is deze hele stad in enkele jaren teruggeveerd naar het Europese leven, alsof er nooit iets anders is geweest. Vooral in de hoofdstraat heeft de Euro-popperigheid toegeslagen. De muren zijn strak gestuukt, de oude ornamenten zien eruit als nieuw en Adidas, Bennetton en andere bekenden lachen je toe. Halverwege staat de alternatieve scene van Vilnius: zes jongens, twee meisjes en één gitaar. Korte glimmend leren jasjes met glanzende spijkerkoppen erin, de schrik van de burgerij, maar wat een zachte, blozende gezichtjes daarboven! Met veel Europees geld is hier een kleine etalage gebouwd die het gevoel van welvaart uitstraalt als een vuurtoren. In hun enthousiasme hebben de Litouwers zich zelfs de West-Europese tijd aangemeten met als gevolg dat de avonden er nu nog winters lang zijn.

Maar broos en dun is het wel. Zodra ik een brug oversteek ben ik in de oude buurt Uzupis, het Quartier Latin van Vilnius, vol modder, afgebladderde muren, Victor Hugo, Emile Zola, zelfs het rottende stro mankeert niet aan de binnenplaatsen.

Buiten de stad zie ik houten huizen met verroeste ijzeren daken, soms is het balkon half weggerot, rook uit de schoorsteen, een kar met een paard, kraaien op de kale velden. In café `Afrika' verzamelt zich de denkende jeugd van Vilnius, rookt er ernstig haar sigaretten, drinkt er zwijgend haar koffie, beluistert een Frans chanson.

Nooit zag ik zoveel jaren-vijftig melancholie bij elkaar als hier.