Uitkomst tot het laatst ongewis

Na achttien uur bereikten de Europese leiders vanmorgen een akkoord over de toekomstige financiering van de gemeenschap. Maar het was kantje boord.

Lijkbleek, met af en toe dichtvallende ogen, maar fris geschoren, presenteerden de Duitse bondskanselier Schröder en minister van Buitenlandse Zaken Fischer vanmorgen om half zeven de resultaten van achttien uur non-stop onderhandelen van de staats- en regeringsleiders van de Europese Unie. ,,Ik heb niet de indruk dat we tevergeefs naar Berlijn zijn gekomen. Europa heeft opnieuw getoond beslissingen te kunnen nemen'', constateerde Schröder. Maar werkelijk enthousiast over de resultaten van de Berlijnse top was hij niet.

De hervormingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de Europese Unie noemde Schröder ,,niet overdreven''. Hij raadde de Europese boeren aan om vóór en niet tegen het resultaat van de onderhandelingen te demonstreren. Het bereikte compromis, een sterke afzwakking van een akkoord dat de ministers van Landbouw eerder bereikten, leek hem ,,geen overmatige moeilijkheden'' te zullen opleveren bij onderhandelingen over de landbouw die de Europese Unie in het kader van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) moet gaan voeren. Maar minister Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) voorspelde nog ,,een moeilijke discussie in WTO-verband''. Bijna twee jaar nadat de Europese Commissie voorstellen presenteerde voor de hervormingen die de Unie moeten voorbereiden op de uitbreiding, hebben de regeringsleiders nu in een vooraf voorspelde `nacht van de lange messen' overeenstemming bereikt. Tot het laatste moment was het onzeker of er een akkoord zou komen. Toen de Luxemburgse premier Juncker rond drie uur vannacht op de stoep van het Intercontinental hotel, waar de vergadering plaats had, een luchtje kwam scheppen, was hij nog vrij pessimistisch. ,,Er zijn nog problemen in de landbouw.'' Premier Kok constateerde na afloop dat in de landbouwhervormingen ,,de hand van Frankrijk'' was te zien.

De Spaanse premier Aznar dreigde tot vanmorgen zes uur de onderhandelingen te laten mislukken als er niet meer geld vrijkwam voor het cohesiefonds, dat alleen voor Spanje, Griekenland, Portugal en Ierland is bestemd. ,,Spanje heeft op het allerlaatste moment heel moeilijk gedaan'', zei een vermoeide premier Kok vanmorgen vroeg.

Het Duitse voorzitterschap van de Europese Unie had zich ten doel gesteld de steun aan achtergebleven gebieden uit de structuur- en cohesiefondsen tot 2006 op het peil van 1999 te houden. Nederland, dat hetzelfde wilde, had berekend dat de begroting daarom niet boven de 193 miljard euro moest komen. Maar op zoek naar ,,een redelijk mengsel van begrotingsdiscipline en sociale gerechtigheid'', zoals Schröder het noemde, stelde Duitsland op de top 210 miljard euro vrij te maken.

De voorspelling van een diplomaat dat Duitsland zou moeten bloeden voor een akkoord lijkt nu bewaarheid. Anders dan Nederland moet Duitsland inleveren op een extra heffing op het innen van douanegelden. Ook een verminderde bijdrage aan de Britse rebate pakt voor Duitsland minder gunstig uit. Vanaf het ogenblik dat Schröder vorig jaar bondskanselier werd, heeft hij aangekondigd ervoor te zorgen dat de Duitse betalingen aan de Europese Unie zullen verminderen. Duitsland is met 11 miljard euro per jaar de grootste nettobetaler van de EU.

Maar vanmorgen kon Schröder niet vertellen met welk bedrag de nettocontributie nu vermindert. Hij zei dat het in ieder geval ,,geen prijs in de lotto'' was. Vorig jaar zei hij dat Duits geld in Brussel ,,weggesmeten'' wordt. Maar omdat hij als voorzitter van de EU tot veel concessies bereid was om de Berlijnse top niet in een fiasco te laten eindigen, kwam hij tot een resultaat waarmee ,,voorzichtig een trendverandering is begonnen''.

De onderhandelingen over de financiering van de EU waren woensdagmiddag begonnen, nadat de regeringsleiders besloten hadden de Italiaanse ex-premier Prodi te kiezen als voorzitter van de Europese Commissie. Gistermorgen om tien uur begon de ronde die uiteindelijk vanmorgen om zes uur werd afgesloten. Het was een afwisseling van gezamenlijke vergaderingen van de regeringsleiders, bilaterale besprekingen en zogenoemde biechtstoelgesprekken van de voorzitter met afzonderlijke lidstaten. Bondskanselier Schröder ontving met opgerolde hemdsmouwen de landen die zich het hardst opstelden, waaronder Nederland. Minister Fischer sprak intussen met de minder moeilijke landen.

Schröder ontving in gezelschap van drie Eurocommissarissen de Britse premier Blair die de speciale gunstige financiële regerling van zijn land niet wilde opgeven, de Spaanse premier Aznar die meer geld voor het cohesiefonds wilde, de Franse president Chirac die op alle punten zijn zin wilde hebben bij het landbouwbeleid, de Nederlandse premier Kok die minder aan de EU wilde betalen, de Zweedse premier Persson die hetzelfde wenste en de Italiaanse premier D'Alema die de verhoging van de contributie van zijn land zoveel mogelijk wilde beperken.

Uiteindelijk presenteerde Schröder zijn collega's een pakket compromisvoorstellen dat geschenken voor iedereen bevatte. Ierland kreeg een speciale post van 550 miljoen euro toegewezen, Nederland een van 500 miljoen wegens ,,de buitengewone kenmerken van de werkgelegenheidssituatie''. Voor Portugal was er 500 miljoen euro ten behoeve van Lissabon, Zweden kreeg 350 miljoen euro, Duitsland 100 miljoen euro, Groot-Brittannië 300 miljoen euro en België en Italië samen 160 miljoen euro. Spanje kreeg het laatste cadeautje: het cohesiefonds werd verhoogd tot 213 miljard euro.