Surrogaat

Een wrang toeval, dat was het. Aan de vooravond van de opening van een tentoonstelling met tekeningen en etsen van John Lennon in het Amsterdamse Hilton Hotel, begon de NAVO haar bombardementen op Servië. Arme Lennon. Hij had dertig jaar geleden vanaf de zevende verdieping van hetzelfde hotel nog wel zo zijn best gedaan om samen met Yoko Ono de wereldvrede te prediken.

Het had destijds veel indruk gemaakt. De bed-ins hadden een magnetische werking op de media. Lennon was nu eenmaal zeer bedreven in het bespelen van de publiciteit. In een interview vertelde hij later: ,,De pers dacht dat ze ons neukend in bed zou aantreffen, ze hadden gehoord dat John en Yoko in aanwezigheid van de pers zouden neuken voor de vrede. Dus ze kwamen binnen – vijftig tot zestig gespannen reporters, uit Londen overgevlogen, en wij zaten overeind in onze pyama en zeiden: `Peace, Brother' en dat was het.''

Maar wat was het nou precies? Een publiciteitsstunt of een overtuigde smeekbede om vrede? Daarover zijn de Lennon-exegeten het nog altijd niet eens. Lennon was zèlf in ieder geval allerminst een lieverdje – daar kon later geen fatsoenlijke biograaf omheen. Hij was bij vlagen een zeer agressieve man, zowel verbaal als fysiek.

Maar in maart 1969 maakten John en Yoko in Amsterdam een waardige, ontspannen indruk, al kwam dat volgens Lennons grimmige biograaf Albert Goldman door de heroïne. Ik was er graag bij geweest, moest ik mezelf gisteren toegeven terwijl ik met een groepje mensen de bruidssuite van kamer 702 – kosten nu: 1.750 gulden per nacht – bekeek.

We hadden er eigenlijk weinig te zoeken. Het was dertig jaar later en er bleek niets meer over te zijn van het meubilair van destijds. Niets wat zij hadden aangeraakt, konden wij nog aanraken. Alles was surrogaat. Alleen het schitterende uitzicht op de Apollolaan – dankzij de grote ramen achter hun bed – konden we nog met hen delen.

Waarom stonden we daar dan? Omdat er op de begane grond die tentoonstelling werd geopend met werk van Lennon. Verrassend aardig werk soms, maar duur en voor een belangrijk deel al uitverkocht. Eerst mocht de pers zich er een uurtje aan vergapen, toen rukte het VVV binnen: het Vreselijke Vernissage Volk. De opzichtige chic van dames met ontevreden gezichten die nog nasmeulden van de zonnebank, de verwaten achteloosheid van nette heren-in-het-pak die eens even wilden zien wat die dekselse Lennon allemaal bij elkaar had gefrunnikt.

In het verre New York zat Yoko Ono – bij de kassa.