Raad voor Cultuur

In het door de Raad voor Cultuur opgestelde advies Kunstenplan 1997-2000 wordt de toenmalige staatssecretaris van cultuur, de heer A. Nuis, geadviseerd o.a. Djazzex en het Dutch Jazz Orchestra niet in het kunstenplan op te nemen. Nuis neemt dat advies over. Nadat de rechter die beslissing vernietigd heeft voelen de leden van de Raad zich verongelijkt. Mark Duursma (CS 12/3) denkt dat die beslissing en het onderliggende advies is af te doen als een paar administratieve fouten. Daarmee slaan hij en zijn zegslieden de plank wel heel erg ver mis.

Het verwijt van de rechtbank in het Djazzex-vonnis was dat staatssecretaris Nuis zich niet achter het advies van de Raad had mogen verschuilen. De Raad had zich niet verdiept in de kwaliteiten van Djazzex. Desondanks had zij zich over dat gezelschap oordelen aangematigd. De Raad, als getuige in de rechtszaal optredend, hield vol dat diverse leden nagenoeg alle producties hadden gezien. De beweringen van de Raad bleken onjuist.

De Raad wist dat opname in het Kunstenplan voor Djazzex een kwestie van leven of dood was. Als over andere gezelschappen onzorgvuldig geadviseerd zou zijn, dan was dat wellicht met `buitengewoon pijnlijk' af te doen. In het geval van Djazzex daarentegen (evenals waarschijnlijk in het geval Dutch Jazz Orchestra) was het ronduit dramatisch. Het advies van de Raad was het zwaard waarmee Nuis later Djazzex de doodsteek gaf. Werkgelegenheid voor 20 mensen, multicultureel samengestelde groep toegewijde dansers, choreografen en technisch en administratief personeel en 14 jaar opgebouwde ervaring verdween daardoor. En daarmee levenswerk en motivatie van de oprichter.