Picasso

Maandenlang kon men er dankzij uitvoerige advertenties naar uitkijken: de Kunsthal in Rotterdam zou 400 Picasso's brengen. Een belevenis, want voor de laatste grote Picasso-tentoonstelling hier moeten we jaren terug. Wat geen enkel museum in dit land lukt, krijgt de kleine bemanning van de Kunsthal wèl gedaan. En succes verzekerd, met het werk van 'De Grootste van de Eeuw'.

Inmiddels is de tentoonstelling afgebrand: echte topwerken zijn er niet te zien, of ze komen uit Nederlandse musea. Waarom geen Demoiselles d'Avignon uit New York, geen blauwe en roze periode, vragen de recensenten zich af. Verder deugt het niet dat het merendeel uit de voorraad van een Britse kunsthandel komt. En het aantal particuliere stukken is te beperkt.

Die kritiek komt wat laat. Dezelfde recensies hadden ook zonder een bezoek geschreven kunnen worden, want de Kunsthal zal nooit uitzonderlijke Picasso's van buitenlandse musea of collectioneurs in bruikleen krijgen. Beide categorieën stellen steeds hogere, dus onbetaalbare eisen aan transport, verzekering, klimatologische omstandigheden en beveiliging, en voor elk vooraanstaand museum geldt bij uitlenen de stelregel 'Voor wat, hoort wat'. Aangezien de Kunsthal zelf niets bezit, valt er dus niets buitenlands van hoog niveau binnen te halen.

Dat een kunsthandel uitgebreid betrokken is bij dit overzicht, doet niet ter zake. In het Stedelijk Museum in Amsterdam gebeurt dat om de haverklap. Voeg daarbij dat elk museum voor moderne kunst zijn slag om Picasso al heeft geslagen, en het staat bijvoorbaat vast dat het misschien om de 'grootste', maar niet om een 'grootse' presentatie kan gaan.

Is die inderdaad zo abominabel als geschreven is? Wie wil zien wat hij al kende, komt bedrogen uit. Maar wie net zo nieuwsgierig is als Picasso was, kijkt met genoegen naar de weer eens bijeengehangen grafiek, zowel naar de schijnbaar simpele lineaire etsen als naar de indrukwekkende litho-variaties op zijn vrouwen Françoise en Jacqueline. Die verbaast zich over de briljante voorstudies, aquarellen en tekeningen uit particulier bezit, zoals Guitare sur un table, 1915. En die verwondert zich over de minder krachtdadige, zelfs weke schildermomenten van de maestro. Momenten, die zich soms schrijnend aftekenen naast de museale hoogtepunten.

Het feit dat dit alles straks weer ontoegankelijk is rechtvaardigt al een bezoek. Spijtig is slechts dat de Kunsthal zijn publiciteitsmachine te hard heeft laten ronken en zo al te hoge verwachtingen heeft gewekt. Dat ronken is wel begrijpelijk, want deze instelling is bijna volledig afhankelijk van de toestroom van het publiek, maar het doet wel afbreuk aan het vertrouwen. Gezien de vindingrijke programmering moeten we het maar beschouwen als een leerzame 'faux pas' van De Kunsthal. Ook Picasso was daar vertrouwd mee.