Loop niet weg voor een leeuw

Wilde dieren zijn bang voor mensen. Dat heb ik ontdekt toen ik laatst op safari was in Botswana, in het zuiden van Afrika. Ik sliep op een camping zonder hekken er om heen. De dieren kunnen er dus makkelijk op bezoek komen. Leuk voor een foto, maar ook gevaarlijk. Bange dieren kunnen rare sprongen maken. Daarom gaf de campingbaas een paar tips:

Als je een gifslang ziet, moet je stokstijf blijven staan. Een slang heeft slechte ogen. Daarom is hij achterdochtig. Als je wegloopt, voelt hij de grond trillen en denkt hij dat je hem aanvalt.

Geef olifanten de ruimte. Ren niet weg, maar sluip langzaam achteruit. Anders maak je ze angstig en lopen ze over je heen.

Zie je een buffel, loop dan hard weg. Of klim in een boom. Een buffel is een soort grote koe die hard kan rennen. Hij haalt je zo in, maar meestal neemt hij de moeite niet. Hij lust toch geen vlees.

Als je een leeuw ziet, blijf dan stilstaan. Hardlopen en in een boom klimmen kan hij toch veel beter. Bovendien vindt hij hollende mensen leuk om mee te spelen. Het beste is bidden dat hij meer trek heeft in een buffel. Als de leeuw aanvalt, moet je krijsen en op hem afrennen. Misschien laat hij zich afschrikken.

De campingbaas vertelt het alsof hij het leuk vindt om zijn bezoekers bang te maken. Maar ik luister heel goed. Het lijkt me toch geen pretje, zo'n leeuw in je nek.

De volgende dag loop ik door het bos, achter de gids aan. Plotseling hoor ik vaag gestommel uit een hol komen. Een seconde later stormt een wrattenzwijn op mij af, een lelijk, harig varkentje met hoorns op zijn kop - zo een die ook de rol van Poemba in film De Leeuwenkoning speelt. Ik schrik en spring twee meter omhoog. Vanuit mijn buik rommelt een oerkreet omhoog. Het klinkt dierlijk. Ik wist niet ik dat zulke geluiden kon maken. Het beest raakt mijn been en rent daarna hard weg.

Mijn gids springt op om mij te verdedigen. Te laat natuurlijk.

Mijn benen trillen. Ik moet bijna huilen. We vervolgen onze weg. Ik vertrouw de gids niet meer. Hij had moeten weten dat er een wrattenzwijn in het hol zat, want het stikte er van de vliegen. Eerst wilde ik graag een leeuw zien. Maar nu heb ik daar geen zin meer in.

Pas op de camping haal ik opgelucht adem. Ik ontdek dat het wrattenzwijn met zijn hoorns een puntje in mijn been heeft geboord. Zo groot: . Ik laat het aan iedereen zien.

Ik ben niet boos op het wrattenzwijn. Hij lag net lekker te slapen toen hij wakker schrok van gedreun voor zijn deur. Er liep een gevaarlijk meisje langs. Hij moest wel aanvallen. Pure zelfverdediging. Waarschijnlijk was hij net zo bang als ik.