Inspectie uit kritiek op islamitische basisschool

Het personeelsverloop en het ziekteverzuim op islamitische basisscholen zijn hoger dan op Nederlandse basisscholen. Dat blijkt uit onderzoek van de Onderwijsinspectie.

De inspectie onderzocht 14 van de in totaal 28 islamitische basisscholen in Nederland. Op negen van de veertien scholen werd een groot personeelsverloop geconstateerd; acht scholen kampten met een hoog ziekteverzuim. Volgens een woordvoerder beschikt de inspectie op deze punten niet over expliciet vergelijkingsmateriaal, maar ,,je kunt aannemen dat dit hoger ligt dan op Nederlandse basisscholen''.

De inspectie heeft de indruk dat de oorzaak van het hoge verloop en verzuim gezocht moet worden in ,,interne problemen''. Bij vijf van de veertien islamitische basisscholen constateerde de inspectie conflicten tussen islamitische leraren en leraren van Nederlandse afkomst over de manier waarop regels uit de islam geïnterpreteerd moeten worden.

Islamitische scholen zijn geregeld in het nieuws, omdat het klimaat er extreem streng zou zijn. Op sommige scholen moesten mannelijke leerkrachten een baard laten staan, kregen jongens en meisjes verschillend onderwijs, mochten geen tekeningen of `te vrolijke' plaatjes worden opgehangen, of mochten de leerlingen geen toiletpapier gebruiken.

Het rapport zou eigenlijk pas in mei gepubliceerd worden, maar de inspectie besloot de resultaten nu al naar buiten te brengen om temidden van alle commotie ,,een volledig, genuanceerd beeld te geven''. Volgens de inspectie zijn de verschillen tussen de islamitische scholen onderling groot, en scoorden de islamitische basisscholen goed op punten als structuur, opbouw van de les, en contacten met ouders. Staatsecretaris Adelmund (Onderwijs) heeft het rapport vandaag naar de Tweede Kamer gestuurd. Zij wil nu met de organisaties van alle basisscholen, dus niet alleen de islamitische, spreken over ,,te hanteren grenzen binnen het pedagogisch klimaat''.

Op gereformeerde scholen worden meisjes in een te korte rok straks ook weer naar huis gestuurd, aldus een woordvoerder van het ministerie.