Geluk zit in een taart

Uit bewondering voor het werk van Virginia Woolf schreef Michael Cunningham The Hours, een hedendaagse variatie op Mrs Dalloway.

Bescheidener kan een bewonderd schrijver haast niet zijn. Drie mooie romans heeft hij gepubliceerd, in Amerika wordt hij geprezen als een van de beste stilisten van zijn generatie; maar Michael Cunningham (1952) praat met de innemende onzekerheid van een debutant en bloost nog bij een compliment. Misschien dat zijn houding samenhangt met de gewaagde opzet van zijn laatste roman. In het vorig jaar verschenen The Hours, dat nu is vertaald als De uren, varieert hij op plot en stijl van Mrs Dalloway (1925) van Virginia Woolf – niet alleen een van zijn eigen favorieten, maar ook een van de onaantastbare hoogtepunten van het modernisme.

,,Natuurlijk wist ik van tevoren welke risico's ik nam'', zegt Cunningham in de stijlkamer van zijn Amsterdamse hotel. ,,Virginia Woolf was een genie, een van de grote vernieuwers van de Westerse literatuur; ze was een vrouw, een feministisch rolmodel; en ze was door en door Engels. Ik ben geen van drieën – no point in trying to hide it – en dus zette ik me schrap voor een stroom van kritiek. Tot mijn verrassing werd alleen mijn Amerikaanse afkomst tegen me gebruikt. Sommige Engelse critici maakten lijstjes van termen die niet klopten en nuances die ik had gemist, maar de meeste lezers respecteerden The Hours als een hommage, een fictiewerk met onvermijdelijke onnauwkeurigheden.''

The Hours is veel meer dan een eerbetoon aan Mrs Dalloway. Woolfs experimenteel vertelde verhaal, over een Londense upper-class dame die een feest organiseert en haar verleden overdenkt, werd door Cunningham op een elegante manier verplaatst naar het Manhattan van de jaren negentig. Maar de dag uit het leven van de moderne Clarissa (`Mrs Dalloway' voor haar beste vriend) wordt afgewisseld door twee andere verhalen: dat van `Mrs Woolf', die vechtend tegen haar psychoses in 1923 begint aan de roman die bekend zou worden als Mrs Dalloway; en dat van de groene weduwe `Mrs Brown' die in het Los Angeles van 1949 op de rand van een zenuwinzinking verkeert. Het resultaat is een knap in elkaar gestoken roman vol verwijzingen en schrijversgrapjes die behalve door Cunninghams sensibele stijl opvalt door de liefde waarmee de personages beschreven zijn.

`Je hebt altijd een beter boek in je hoofd dan je op papier kunt krijgen', mijmert Virginia Woolf in The Hours. En hoewel Cunningham geen reden heeft om ontevreden te zijn over zijn laatste roman, is hij het met die stelling helemaal eens. ,,Het is heel menselijk om te streven naar iets dat dieper, breder en grootser is dan je aankunt; dus ben je uiteindelijk teleurgesteld. Dat gebeurt zelfs de grote schrijvers. Tolstoj klaagde al dat hij op iets beters gehoopt had – and he did pretty well. Bij iedere nieuwe poging denk je: ik ga nu de definitieve roman over de liefde schrijven. En natuurlijk lukt het je nooit. Maar om te kunnen schrijven moet je er wel zulke waanideeën op na houden, anders zou je niet eens de moed opbrengen om al die moeite te doen.''

Familiesaga

Michael Cunningham, die in 1980 debuteerde met een roman (Golden States) waaraan hij liever niet herinnerd wordt, beschouwt The Hours als een experiment. Zijn twee vorige boeken, de ontwikkelingsroman A Home at the End of the World (1990) en de familiesaga Flesh and Blood (1995), vonden hun oorsprong in zijn ervaringen als homoseksueel ten tijde van de exploderende aids-epidemie. ,,Eind jaren tachtig, toen de regeringen van Reagan en Bush zich om niets of niemand bekommerden, was ik nauw betrokken bij Act Up, een licht-radicale belangengroep die zich inzette voor aidspatiënten. We barricadeerden de deuren van fabrieken die de prijzen van medicijnen hoog hielden, en we zaten aan ziekenhuisbedden als vervangers voor de familieleden die hun dierbaren in de steek hadden gelaten. Behalve een praatje maken kon je niet veel meer doen dan voorlezen; maar welke boeken neem je mee voor een zieke zonder al te veel opleiding die niet is grootgebracht met Plato en Tsjechov?''

Cunningham besloot zelf in de leemte te voorzien en schreef twee romans die je naar zijn eigen zeggen kunt karakteriseren als `open to gay life and concerned with the post-nuclear family'. In A Home at the End of the World beschrijft hij een bijzondere driehoeksverhouding in het New York van de Reagan-jaren. Het breed opgezette Flesh and Blood is een familieroman in de Amerikaanse rags-to-riches-traditie waarin voor de verandering homoseksualiteit en alternatieve samenlevingsvormen een belangrijke rol spelen. Het zijn negentiende-eeuws aandoende romans, heel anders van opzet dan The Hours, maar getuigend van hetzelfde talent voor mooie, melancholieke zinnen en scherpe psychologische portretten.

,,Een boek als The Hours – geen vervolgroman, geen prequel, maar een variatie op een klassiek werk – was heerlijk om te schrijven'', zegt Cunningham. ,,Maar wees gerust: I won't make a living out of rewriting great authors. Virginia Woolf is een oude liefde. Op mijn vijftiende las ik Mrs Dalloway. Niet in de literatuurles, want ik zat op een typische Zuid-Californische jaren-zestigschool waar niets hoefde en alles mocht, zolang we maar geen brand stichtten of doodgingen aan een overdosis. Woolf was een tip van het hipste meisje van de school, op wie ik indruk probeerde te maken met mijn analyses van de liedjes van Leonard Cohen. En ik moest toegeven: zo muzikaal als Mrs Dalloway kon geen poptekst zijn. De stream of consciousness, de klank van de woorden, het ritme van de lange zinnen, met puntkomma's die werkten als de rust in een driekwartsmaat – ik had nooit geweten dat je zoveel met taal kon doen.

,,Virginia Woolf was niet alleen een revolutionair stilist. Samen met James Joyce heeft ze de literatuur verbreed. Ze maakte duidelijk dat grote boeken over kleine onderwerpen konden gaan, dat ze zich niet hoefden te beperken tot oorlog, revolutie, grote mannen of het zoeken naar God. De waarheid over het leven kon besloten liggen in de gedachtewereld van een onopmerkelijke vrouw in een armoedige treincoupé. Het DNA van de condition humaine was overal in de alledaagse werkelijkheid te vinden, en het was de taak van de schrijver om het daar uit te halen en te onderzoeken. Woolf deed dat in haar romans, maar ze schreef er ook een mooi polemisch essay over, `Mr Bennett and Mrs Brown'. Naar de `gewone vrouw' uit dat essay heb ik een van de drie hoofdpersonen uit The Hours genoemd.''

Zelfmoord

Op de `Mrs Woolf'-hoofdstukken in The Hours bereidde Cunningham zich grondig voor, onder meer door een bezoek aan de plaats waar Woolf in 1941 met een steen in haar zak de River Ouse in liep; de weloverwogen suïcide vormt de proloog van zijn roman. Cunningham: ,,De dag in 1923 die ik beschrijf is helemaal verzonnen, van het bezoek van Virginia's zuster Vanessa tot en met de conceptie van Mrs Dalloway. Maar in alle uiterlijkheden ben ik zo dicht mogelijk bij de waarheid gebleven. Woolf zat na een inzinking in de zomer van '23 in een buitenhuis in Richmond, waar ze begon aan een roman die ze in haar dagboeken aanduidt als `The Hours'. Aanvankelijk was ze van plan om de hoofdpersoon van die roman, een 52-jarige society matron, dood te laten gaan, misschien door zelfmoord. Hoe ze ertoe kwam om Clarissa Dalloway in leven te laten, probeer ik te beschrijven.

,,Ik heb het werk van Woolf – romans, essays, dagboeken – gelezen of herlezen, en ook de belangrijkste biografieën. Maar tijdens het schrijven heb ik geen boek meer ingekeken. Ik wilde niet het risico lopen dat ik Woolfs stijl zou imiteren; het was mijn eigen stem die moest doorklinken. Natuurlijk bleef Woolfs invloed groot, ze was als een flitslicht dat je nog steeds ziet als je je ogen dicht hebt gedaan. Ze zat aan de binnenkant van mijn oogleden.''

Cunninghams proza heeft het dromerige van dat van Woolf, maar hij schrijft lichter en in minder lange zinnen, en met meer aandacht voor dialogen en spreektaal. Het verschil valt des te meer op doordat hij de hoofdstukken doorspekt met zinnen uit Mrs Dalloway en ander werk van Woolf. Zoals bijvoorbeeld het als motto geciteerde dagboekfragment uit 1923 waarin Woolf vertelt over haar werkwijze: `(-) hoe ik achter de mensen die ik beschrijf holtes uitgraaf; ik geloof dat ik daarmee bereik wat ik zoek: menselijkheid, stemming en diepgang.'

Cunningham bekent dat hij niet precies zou kunnen zeggen wat Virginia Woolf met dat uithakken van holtes bedoelt. ,,Ik denk dat ze onder woorden probeert te brengen hoe ze zó diep in het bewustzijn van haar personages wil kruipen dat ze hen helemaal begrijpt. Een hopeloze opgave natuurlijk, want je kunt een mens nooit voor honderd procent kennen. Maar Woolf heeft gelijk als ze zegt dat een schrijver daar toch naar moet streven, en daarom heb ik deze aantekening als motto gekozen.''

In The Hours verplaatst Cunningham zich in leven en denken van drie vrouwen, nadat hij in A Home at the End of the World en Flesh and Blood ook al enkele van de beste hoofdstukken aan vrouwelijke personages had gewijd. Maar hij ontkent dat hij als schrijver beter overweg kan met vrouwen dan met mannen. ,,Toegegeven, mannen, of liever heteroseksuele mannen, zijn in mijn boeken in de minderheid. Maar dat is toeval, die verhouding zal in de toekomst ongetwijfeld veranderen. Hoewel ik er geen wetenschappelijk onderzoek naar heb gedaan, geloof ik ook niet dat het onderscheid tussen mensen in de eerste plaats wordt bepaald door sekse, net zo min als het gedicteerd wordt door seksuele voorkeur. Het is karakter dat het verschil maakt, that's the blade that cuts all the way down.''

Theekopje

Wie de romans van Cunningham naast elkaar legt, ziet één thema dat telkens terugkomt, en dat in de handen van een minder begaafde schrijver tot sentiment zou verworden: het tegenwicht dat klein dagelijks geluk soms biedt aan de hardheid van het leven. Of, zoals het in de slotpassage van Flesh and Blood heet: `a perfect joy made of simple things'. De wereld is misdadig, maar er zijn verzachtende omstandigheden: de schaduw van een theekopje op de vensterbank, een boek dat je leest in het park op een warme septembermiddag, een perfect gebakken taart.

Cunningham: ,,Toen ik in Amerika een lezing hield na het verschijnen van The Hours, vroeg iemand waarom er in mijn boeken zo vaak taarten worden gebakken. Ik had het me nooit gerealiseerd, maar ik wist het antwoord. In een taart komt het alledaagse, het huiselijke, perfect samen met het hogere. Je maakt iets belangrijks van losse dingen die voorhanden zijn. Een taart bakken is net zoiets als een boek schrijven. Nog weidser gezegd: het is een metafoor voor het leven. Geen wonder dat Mrs Brown bijna een halszaak maakt van het glazuren van de verjaarstaart voor haar echtgenoot.

,,De zoektocht naar alledaags geluk mag dan het hoofdthema van mijn werk lijken, ik kan dat alleen maar achteraf constateren. Zoals Flannery O'Connor ooit haar buurvrouw citeerde: `I never know what I think until I see what I say.' Kennelijk spreekt er uit mijn romans een geloof in de magie van het moment. Zelfs al hebben we verder niets, en gaan we nergens naar toe – er zijn in elk geval die kleine moments of being die ons genoeg kunnen troosten om weer door te gaan.''

Dat neemt niet weg dat de troost in The Hours betrekkelijk is. Een van de kernzinnen in Cunninghams roman is de vraag die Mrs Brown zich stelt nadat ze een prachtige passage uit het openingshoofdstuk van Mrs Dalloway heeft gelezen. `Hoe is het mogelijk dat iemand die in staat was zo'n zin te schrijven – die in staat was alles te voelen wat een zin als deze bevat – ertoe kon komen zelfmoord te plegen?' Virginia Woolf liep de Ouse in, ook al had ze als geen ander oog voor de kleine dingen die het leven waardevol maken.

,,Het een sluit het ander niet uit'', vindt Cunningham. ,,Dat Woolf zelfmoord pleegde, betekent niet dat ze haar leven lang ongelukkig was en dat ze altijd op het punt stond om zelfmoord te plegen. Ze wisselde diepe depressies af met momenten van groot geluk; ze had vrienden, ging naar feesten en las boeken. Zelf ben ik geneigd om literatuur, grote kunst, als een troost te beschouwen. Maar we worden ziek en we gaan dood, en geen boek kan daar iets aan veranderen.'' Michael Cunningham beschouwt zichzelf niet als een pessimist, al worden zijn romans beheerst door verdriet en komen zijn personages vaak miserabel aan hun eind. ,,Echte zwartkijkers schrijven geen romans'', zegt hij. ,,Zelfs de meest pessimistische schrijvers – ook Paul Bowles, ook Albert Camus – verbergen een sprankje hoop; als je maar diep genoeg graaft. Niemand gaat toch eindeloos worstelen om te ontkennen dat er ergens hoop is? Maar geluk is een moeizaam onderwerp. Niet voor niets is de openingszin van Anna Karenina, `Alle gelukkige gezinnen lijken op elkaar, elk ongelukkig gezin is ongelukkig op zijn eigen wijze', de beroemdste uit de wereldliteratuur. Er gebeurt iedere dag, overal, wel wat moois; but happiness doesn't need as much examination.''

Michael Cunningham: De uren. Uit het Amerikaans vertaald door Servaas Goddijn. Uitg. Bert Bakker, 221 blz. De Engelse editie van The Hours is verschenen bij Fourth Estate.