De triomf van de wetenschap

`The X-files' en internet: zelfs ons bijgeloof is wetenschappelijk geworden.

Deel 12 van Bas Heijne's serie in het laatste jaar van het millennium.

Het heeft even geduurd voordat ik erachter kwam, maar de dagelijkse horoscoop in De Telegraaf heeft het altijd bij het juiste eind tenminste voor mij, een Steenbok. Of het voor andere Steenbokken ook opgaat, betwijfel ik, want de korte boodschappen lijken op mijn specifieke situatie geschreven, en je maakt mij niet wijs dat zo'n twaalf procent van de wereldbevolking er precies zo aan toe is. Astrologie heeft me altijd koud gelaten, maar deze horoscoop verliest zich niet in vage algemeenheden waar iedereen wel iets bij kan bedenken: hij zegt dat ik op reis ga, als ik ook werkelijk ga, dat ik voor een belangrijke beslissing sta, als dat ook echt het geval is, en wanneer er romantiek voor mij in de sterren staat, neem ik voor de zekerheid een tweede douche. In de coffeeshop waar ik vrijwel iedere dag kom, sla ik meteen even de horoscooppagina op.

Het klopt altijd.

Zet je een pistool tegen mijn borst en vraag je me of ik er ook werkelijk in geloof, dan zal ik meteen ontkennen. Er is geen enkel wetenschappelijk bewijs te vinden voor astrologie, integendeel, je kunt vrij gemakkelijk bewijzen dat het onzin is. De berekeningen waarmee een horoscoop tot stand komt, weerspiegelen op geen enkele overtuigende manier de werkelijke stand van de planeten. Astrologie is filosofie voor de armen van geest. Ik weet het – en toch altijd even kijken.

De bekende Engelse wetenschapsschrijver Richard Dawkins zet dat pistool tegen mijn borst; in zijn nieuwste boek Unweaving the Rainbow neemt hij een hoofdstuk lang de moeite om het geloof in astrologie met argumenten te bestrijden. Met een ontroerende vertwijfeling vraagt hij zich af waarom zoveel mensen hun geest toch altijd weer vergooien aan pseudo-wetenschappen, aan nepnoties en dwaze wichelarij. De wetenschap zelf, is de kern van zijn betoog, biedt genoeg stof voor onze verbeelding. Wie zijn geest laat voortborduren op de ontdekkingen over ons heelal die de astronomie gedaan heeft, krijgt een veel rijker idee van zijn eigen mens-zijn, dan door kleinzielige openbaringen van astrologen. De mens zou zich juist moeten verheugen in een schepping zonder God, de oneindige verscheidenheid van het heelal moeten bezingen in poëzie. De cyclus van geboorte en vergangelijkheid, de wetenschap dat je zelf niet meer dan een zeer tijdelijk organisme bent in een machtig gecompliceerd geheel, zou een bron van vreugde en verwondering moeten zijn. Niks horror vacui, de wereld is een wonder.

Ik vat Dawkins' betoog met opzet in evangelische woorden samen, want het is nadrukkelijk zijn bedoeling om wetenschap en poëzie met elkaar te verbinden. Inzet van Unweaving the Rainbow is de uitspraak van de dichter Keats dat Newton met zijn ontdekking van het prisma het spontane wonder van de regenboog te niet heeft gedaan: ,,Do not all charms fly/ At the mere touch of cold philosophy?/ There was an awful rainbow once in heaven:/ We know her woof, her texture; she is given/ In the dull catalogue of common things.' Nee, roept Dawkins, de wetenschap rekent niet af met het mysterie, de verwondering – vooruit, de mystiek. Wetenschap komt juist uit die gevoelens voort. Ze is niet koud en zakelijk, niet anti-poëtisch.

Alleen moet de poëzie wel kloppen. Volgens Dawkins is poëzie die beelden gebruikt die wetenschappelijk onzinnig zijn, slechte poëzie; omgekeerd is wetenschap die zich van foute dichterlijke analogieën bedient, slechte wetenschap. Hij pleit voor wat ik maar de rationele verbeelding zal noemen: de mens maakt zich een voorstelling van zijn plaats in de wereld, maar houdt zich daarbij aan de beschikbare feiten. Je kunt jezelf dus gerust zien als onderdeel van een kosmisch proces, zonder dat je ook werkelijk onderzoek naar zwarte gaten gaat doen – je moet alleen niet aankomen met het Aquarius-tijdperk. Vandaar Dawkins' ergernis over het succes van een televisieserie als The X-files, waarin de wetenschap steeds weer gebruikt wordt iets te legitimeren wat niet wetenschappelijk bewezen is: het bestaan van paranormale verschijnselen en buitenaardse wezens. Het is weliswaar fictie, maar fictie die zo vaak hetzelfde `bewijst', dat de grens tussen verbeelding en werkelijkheid niet meer zo gemakkelijk te trekken valt. Dawkins ziet er de tragische teloorgang van het prachtige genre van de science-fiction in.

Hij kan het maar niet begrijpen. Waarom doen mensen zo?

Omdat ze de schijn zoeken. Dawkins maakt een denkfout die misschien bij uitstek aan wetenschappers is voorbehouden: dat wetenschap en irrationaliteit elkaar uitsluiten. Maar het eerste versterkt nu juist het tweede. Overal zie je dat naarmate de mens verstandiger en pragmatischer wordt, hij als vanzelf een vrijplaats voor zichzelf schept waar hij onlogisch en onverstandig kan zijn. Iedere aangetoonde waarheid roept een `alternatieve' waarheid op. Het succes van The X-files bewijst helemaal niet het wantrouwen dat men jegens de koele, rationele wereld van de wetenschap zou koesteren; integendeel, ze onderstreept juist de triomf ervan.

Het ontwikkeling van de technologie gaat hand in hand met irrationele impulsen. Het mooiste voorbeeld dat ik ken is het internet, het produkt van de nieuwste, verfijnde technologische kennis. En waar wordt het voor gebruikt? Voor bizarre fantasieën, verzonnen komplotheorieën, schijnopenbaringen, en krankzinnige theorieën over de mens en het heelal. Dat al die fantasie meestal een pseudo-wetenschappelijke taal nodig heeft om de schijn van geloofwaardigheid te wekken, toont alleen maar aan hoe groot het geloof in de wetenschap is. Anders zouden er wel toverspreuken worden gebruikt. Zelfs ons bijgeloof is wetenschappelijk geworden.

Keats had ongelijk, maar op een andere manier dan Dawkins denkt. De ontdekkingen van Newton betekende niet het einde van de verbeelding en de poëzie, maar het begin ervan. De Romantiek was een reactie op de Industriële Revolutie, het oeuvre van Keats een reactie op de ontdekkingen van Newton. Als stroming was de Romantiek anti-rationeel, ze stond vijandig jegens de koele berekening van de wetenschap. Heeft ze de Industriële Revolutie tegengehouden?

Ik heb me altijd verbaasd over mensen bij wie een rood waas voor de ogen trekt, wanneer anderen beweren het Licht gezien te hebben, het Raadsel van de Piramiden te kunnen ontsluieren, of zojuist een emotioneel gesprek met een dolfijn achter de rug te hebben. Net als de woede over mensen die hardop zweren bij alternatieve geneeswijzen maar die zodra de eerste echte bloeding optreedt, zichzelf vliegensvlug in de armen van de westerse medische wetenschap storten. Deze mensen zijn ondankbaar, hun stelligheid irriteert, maar ze bevestigen eerder de hegemonie van het rationele denken dan dat ze die bedreigen. Datzelfde geldt voor zoveel hedendaagse dwepers met godsdienstigheid: zij verschillen van de traditionele gelovigen omdat hun `geloof' voortkomt uit het niet kunnen leven met hun ongeloof. De meeste zijn semi-gelovigen. Zet ze een pistool tegen de borst en alle hersenschimmen vervliegen ter plekke. De enkeling bij wie verbeelding en werkelijkheid wel samenvallen, eindigt meestal bij een zelfmoordsekte met een echt pistool in zijn hand.

Precies dat maakt de horoscoop in De Telegraaf voor mij aantrekkelijk: ik weet dat ik er niet in kan geloven.

De missie van Dawkins lijkt een fraaie illusie, omdat wetenschappelijke poëzie een onmogelijkheid is. Zoals de wetenschap zichzelf heeft laten opzwepen door een aversie jegens bijgeloof, zo heeft de fantasie zich vaak laten inspireren door zijn afkeer van de wetenschap. Als die gespletenheid onterecht is, dan is hij in ieder geval ook onuitroeibaar menselijk.

Of meer dan menselijk? Ik heb deze regels zojuist voorgelezen aan mijn kat; en ik voel dat hij er net zo over denkt.