De paus is cool

De paus zingt en daar is een cd van gemaakt: Abbà Pater, met onder meer het Pater Noster. Het Vaticaan heeft nooit veel opgehad met muziek, maar met het jaar 2000 in zicht is dat veranderd.

`En leidt ons niet in bekoring.' Hoe vaak zullen deze woorden, afkomstig uit het Onze Vader, de afgelopen twee millennia niet zijn gebezigd? Ze werden gepreveld vanonder dikke pijen. Nauwelijks verstaanbaar gelispeld, als de hartstocht met haar bekoorlijkheden de rede trachtte te overvleugelen. Plichtmatig opgesomd door onnozelen en berouwloze genotzuchtigen. Het werd devoot gezongen, verbitterd toegebeten en vertwijfeld uitgeroepen, in vrijwel alle talen die de mensheid rijk is. En sinds kort reli-rapt de paus ook `Et ne nos inducas in tentationem', op zijn nieuwe cd Abbà Pater. Hij nodigt ons uit voor een inwaartse pelgrimage naar het huis van onze Hemelse Vader. Het is een gebed, meditatie en zoektocht naar de betekenis van il Grande Giubileo, het jaar 2000. Op een pompend basje en drums in loom wandeltempo, zingzegt Christus' plaatsbekleder op aarde als een doorleefde rockster de woorden van het Pater Noster en herinnert ons er fijntjes aan dat het jaar 2000 vooral zijn feestje is. Uit het klanktapijt op de achtergrond verschijnen flarden van Afrikaanse kinderkoren en psalmodiërende monniken. Zij doemen ook op in de vlot gesneden videoclip, waarin verder olijftakken dwarrelen, witte duiven ten hemel varen en Moeder Teresa ons fragiel en onverwoestbaar toeblikt vanuit de sloppenwijken van Calcutta.

Abbà Pater (het Aramese en het Latijnse woord voor vader) is een compilatie van toespraken, gebeden en gezongen misfragmenten van de paus, uit de afgelopen twintig jaar van zijn ambtstermijn. Ze zijn samengesteld door frater Pasquale Borgomeo SJ, de directeur van Radio Vaticaan, de muziek is vervaardigd door Leonardo De Amicis en Stefano Mainetti. Alle greatest hits van de Moederkerk, zoals Psalm 26, Verbum caro factum est (het Woord is vlees geworden) en het Vader, vergeef ons onze zonden, passeren de revue in het Italiaans, Engels, Latijn, Frans en Spaans. Het project lijkt op voorhand de schijn een beetje tegen zich te hebben: wordt dit geen onvoorstelbare uitverkoop van ideëel gedachtegoed ten bate van commercieel gewin? Heeft dat gedachtegoed überhaupt nog wel enige relevantie met onze hedendaagse werkelijkheid en moet het glossy popmuziekjasje dit gebrek verhullen? Zou een dergelijke multiculti-natte droom nu zo ongeveer behelzen wat Rick van der Ploeg, onze staatssecretaris voor cultuur, bedoelt met draagvlakverbreding?

Maar we zijn nog geen twee minuten onderweg in het Vieni, Santo Spirito, een Brian Eno-achtig pretpark waar wereldmuziekjes als vlinders om elkaar heen dartelen, of ik word bevangen door een behaaglijk Paulus de Boskabouter-gevoel. Bij de paus is het knus en gezellig. De combinatie van de vernuftig en smaakvol geconstrueerde soundscape en de met broze stem voorgedragen sequenzen is verbluffend. `Sting!', schiet het door me heen. Hetzelfde, ietwat geknepen en kelige timbre. En ook diezelfde, benige gelaatstrekken. Het is Sting met een mijter op! Goed, de dictie is wat lijziger en hij dreutelt soms wat achter de feiten aan, in de stijl van een Paolo Conte. Maar plotsklaps valt alles op zijn plaats en doemen voor mij de contouren op van een meesterzet: de paus heeft alles in huis om een popster te worden en Abbà Pater wordt een megahit. In de strijd om het religieuze marktaandeel heeft het Vaticaan zich decennialang afzijdig gehouden en lijdzaam toegezien hoe de kudde afdwaalde richting yoga, Jomanda en de meezing-Mattheüs. Nu dienen ze de competitie een mokerslag toe met instant-camp van de hoogste orde.

Alles duidt op een zorgvuldig voorbereide en weloverwogen campagne. Abbà Pater stuurt alle gospel en reli-rock terug naar de tekentafel. Visieloze broddelaars. Plotseling hebben zij een imageprobleem, met dat geforceerd blijmoedige gedram op die tamboerijnen. En bovendien, ze zien er niet uit. De paus is cool. Buitenissige gewaden en een overvloedig gebruik van accessoires zijn sinds David Bowie en Alice Cooper in de popmuziek heel gewoon. Het strekt zelfs tot aanbeveling, als je het ver wilt schoppen. En wat naamsbekendheid betreft: zelfs de pausmobiel, het pauselijk vervoermiddel is een begrip, een zelfstandig naamwoord, en dat kan eigenlijk alleen Batman hem nazeggen. Kortom, Abbà Pater is verbazingwekkend hip en het Vaticaan is met stip terug op de spirituele landkaart. De toon is suave, plezierig en loom en bedient in één moeite door ambient- en new age-liefhebbers op hun wenken.

Maaltijd

Van de 295 pausen die er tot op heden geweest zijn is Johannes Paulus II de eerste die een cd uitbrengt. Er kan dus met recht gesproken worden van een historische gebeurtenis. Zijn voorgangers hadden nooit zoveel op met muziek. In de renaissance moesten er wel eens zangers komen opdraven om de paus te amuseren tijdens het nuttigen van de maaltijd. Maar er zat geen verdwaalde zondagscomponist tussen al die Heilige Vaders, zoals bij de Turkse sultans wel eens het geval was.

Van Gregorius de Grote, die paus was van 590 tot 604, werd lange tijd gedacht dat hij eigenhandig het gregoriaanse gezang had getoonzet. Huidige inzichten zien in hem echter meer een energieke organisator die paal en perk wilde stellen aan de diversiteit aan stijlen die binnen de kerk in zwang waren geraakt. Het ambrosiaans in Milaan, het mozarabisch in Spanje en de gallicaanse stijl; het werd hem allemaal te veel en op zijn decreet vervangen door een eenheidsworst. Ook het Concilie van Trente (1545-1563) benaderde muziek voornamelijk in restrictieve zin. Ditmaal moest de meerstemmigheid, die onder invloed van de gotiek en ars nova een hoge vlucht had genomen, het ontgelden. Strenge regelgeving kortwiekte de muzikale expressie, door de contra-reformatie raakte elke wereldlijke frivoliteit uit den boze. Soms was een muziekstuk zo geliefd dat het alleen maar in het bijzijn van de paus in de Sixtijnse kapel uitgevoerd mocht worden. Op het Miserere van Gregorio Allegri (1582-1652) voor negen stemmen, stond tot 1873 een uitvoerings- en publicatieverbod, op straffe van excommunicatie. Mozart, een vrijmetselaar, schreef het over uit zijn muzikale geheugen, nadat hij in 1770 tweemaal een uitvoering van het stuk had bijgewoond. Claudio Monteverdi droeg in 1610 zijn Vespro della Beata Vergine op aan de paus, maar een opdracht terug, als blijk van dank, kon er niet vanaf. Liever omringde het Vaticaan zich met middelmatige componisten die minder moeilijkheden opleverden, zoals Lorenzo Perosi (1872-1956), die oratoria componeerde in huisvrouwenstijl.

Al deze feiten maken de huidige schreden op het muzikale pad van Johannes Paulus II des te opmerkelijker. Temeer daar de wetten van Rome eeuwig en onomkeerbaar zijn. Het blijft dus een riskante onderneming, veel zal afhangen van de verkoopcijfers. De eerste tekenen lijken gunstig: in een persbericht liet platenmaatschappij Sony afgelopen dinsdag weten de release van het album een dag uit te stellen, in verband met de overweldigende vraag. U weet natuurlijk net zo goed als ik dat dat nooit de werkelijke reden tot uitstel geweest kan zijn. Het heeft vanzelfsprekend alles te maken met het geharrewar van de wetenschappers omtrent de juiste datum voor het verwekken van de millenniumbaby. Want dat is uiteraard het ultieme doel, de muziek van Abbà Pater leent zich er bij uitstek voor. Zodat uw kind reeds op het moment van conceptie kan worden ingezegend door de Heilige Vader, die ergens op de achtergrond in de slaapkamer meeneuriet.

Betty Ford-kliniek

Toch zie ik haken en ogen. Wat als zijn nieuw verkregen status als popster hem naar het hoofd stijgt en hij zijn pontificale verantwoordelijkheden uit het oog verliest? Even iets te veel slopende wereldtoernees en pretentieloos gewauwel bij MTV en voor je het weet verdwijnt zo'n man voor een tijdje met een cocaïneverslaving in de Betty Ford-kliniek. En dan zullen ze zich in het Vaticaan wel twee keer bedenken alvorens ze weer zo'n buitenlander met artistieke pretenties aanstellen. De vorige keer dat er witte rook uit de schoorstenen kringelde voor een niet-Italiaan dateert namelijk alweer van enige tijd geleden: 1552. Dat moet ze dus nogal rauw op hun dak gevallen zijn, destijds. Deze eer viel te beurt aan Adrianus VI, die in 1549, in de Brandstraat te Utrecht, als Adriaen Florisz. Boeyens het licht had gezien. Veel is er niet over deze goede man, de enige Nederpaus, bekend. Zoals vaker het geval is als Nederlanders de internationale politieke arena betreden, bleef zijn dienstverband kort en onopgemerkt. Slechts spotprenten en roddelpraat vielen hem ten deel. Hij had carrière gemaakt als hoofd van de Inquisitie in Spanje, waar hij zich impopulair wist wegens het grote aantal Nederlanders die hij op allerlei posten benoemde. ,,Onbeschaafde dienaren van Venus en Bacchus'', luidde het oordeel van de Spaanse schrijvers. Albertus Pigge uit Kampen, in de Romeinse wandelgangen Pighius genoemd, was het grootste deel van zijn leven zijn toegewijd kamerheer en raadgever in godsdienstige kwesties. Maar Adrianus VI had de omstandigheden tijdens zijn slechts één jaar durende pausschap niet bepaald mee: de Turken stonden op het punt om Belgrado te veroveren, de geest van Luther waarde door het noorden en overal in Europa brak de zwarte pest uit. En daarbij had zijn voorganger, Leo X, de schatkist dermate geplunderd dat zelfs de edelstenen uit de pauselijke tiara in het geniep verkocht bleken te zijn. De kardinalen toonden weinig medelijden met Adrianus VI op zijn sterfbed, sommigen zochten zelfs naar mogelijk verborgen geld. De artsen `voelden hem zelfs niet in de pols'.

Iedere band die aan de weg wil timmeren weet het: niet het eerste album maken is moeilijk, maar het tweede. Pas dan treedt het heilige moeten aan het licht. Toch voorzie ik voor Johannes Paulus II op dit vlak weinig strubbelingen, daar zijn repertoire onuitputtelijk is. Het zal voor De Amicis en Mainetti nog een hele klus worden om hem bij te benen op zijn tocht langs bedevaartsoorden, heiligdommen en graven van martelaren. Te denken valt verder aan speciale kerst- en paasalbums. Live op het carnaval in Rio, met een vlammend betoog tegen condoomgebruik. In reggae-stijl, met de vermaarde Exodettes als achtergrondzangeressen, uit een hangmat tussen de wuivende palmen. JP II meets Aretha Franklin! Een Nederlandstalige album met Johan Cruijff als de Verlosser en een JP die voortdurend rept over de `heilige geest'. Samen met de Dalai Lama en een Iraanse ayatollah een nieuw soort Three Tenors vormen. Heeft-ie al een goede manager? Ach, ja... domme vraag. Voor wie het allemaal niet meer bij kan benen, biedt de pauselijke website wellicht soelaas. Ook daar is het prettig toeven en je kunt er muziekfragmenten van de Abbà Pater-cd beluisteren. De financieel minder draagkrachtigen onder ons mogen hem van de bisschop natuurlijk ook gewoon stelen, indien ze hongeren naar een bemoedigend woord.

Abbà Pater, Sony Classical SK 61705. Internet: www.abbapater.com