Dat rare taaltje

Cultuurpessimisten, opgelet. Mocht u al denken dat het Nederlands spoedig zal behoren tot de uitgestorven talen, er komt verlossing uit het buitenland. Onderwezen door zo'n 250 docenten, studeren er in 48 landen rond de tienduizend buitenlanders Nederlands, als hoofd- of als bijvak. En dat doen ze met het grootste plezier, zoals blijkt uit De ontdekking van het Nederlands, een documentaire van de EO, gemaakt in opdracht van de Nederlandse Taalunie.

Waarom doen ze dat, wat ontlenen ze eraan? Programmamaker Ed Peereboom volgde zes studenten uit vijf landen, om antwoord op deze vragen te krijgen. In 50 minuten vliegen we van Indonesië naar Roemenië, van Polen naar Duitsland, of naar de Verenigde Staten, en vice versa. Daar – in hun eigen omgeving – zetten de jonge mannen en vrouwen, zwart en wit, in vaak voorbeeldig Nederlands uiteen wat hun motieven waren onze taal te gaan leren. En wat ze vinden van het land, zijn bewoners, de taal en de cultuur.

Maria Christina Moldovan uit Boekarest vond het aanvankelijk maar ,,een rare taal'', met geen enkele bekende klank erin. Maar dat ging juist de uitdaging vormen. ,,Door die andere taal ben je even iemand anders'', zegt ze. ,,Leef je een ander leven. Kun je, als je echt wilt, doen of je een Nederlander bent.'' En Nederlanders bewondert ze: een ideaal volk, prettig en leuk. En dan die gekke uitdrukkingen als `de kat uit de boom kijken'.

Maar de Watersnoodramp van '53 sprak nog het meest tot haar verbeelding. Hoe dat werd aangepakt, zo heel anders dan Roemenen dat zouden doen! Ach, wat had ze graag een van de door de Taalunie gesponsorde beurzen gekregen, waardoor ze negen maanden aan de Universiteit van Leiden had kunnen studeren. Ze wist dat ze de beste was, had keihard gewerkt. Nu is dat haar neus voorbij gegaan. Ze vertelt het met een door tranen verstikte stem, zo ontroerend dat je ogenblikkelijk een actie wilt beginnen om haar alsnog naar Leiden te krijgen.

Maar er zijn meer mooie momenten. `Seventh Heaven' staat er op het sweatshirt van DeVell Welch, een `Afro-American' uit Californië, voor wie ons land kennelijk die zevende hemel betekent. ,,Op straat in Amsterdam kan ik creëren, schrijven, leven. Hier niet. Wat in de grondwet van Amerika staat heb ik niet hier, maar dáár gevonden.'' En even later: ,,Hier is het leven gevuld met angst en haat. Als ik hier blijf, ga ik dood. Alles gaat om de kleur van je huid, alles.''

Zo horen we ook de beweegredenen van het Javaanse meisje, voor wie vriendschap met een Nederlandse de aanleiding vormde de taal te leren en die nu graag oude Nederlandse archiefstukken wil vertalen in haar moedertaal. En van Klaus Höing uit Münster. Hij wil leraar Nederlands worden, meent dat wij kennelijk geen volk met eigenwaarde zijn, met onze neiging alle woorden te verkleinen. Verbaast zich dat wij hem in het Duits antwoorden, terwijl hij vrijwel accentloos Nederlands spreekt en ook over het feit dat Nederlandse vakantiegangers brood met pindakaas mee naar Spanje nemen.

En dan is er nog dat meisje, dat er niets van begrijpt dat in de Nederlandse vrouwenbladen zo veel Engelse woorden en termen worden gebruikt, ,,al hebben de Nederlanders daar eigen woorden voor''.

De ontdekking van het Nederlands, Ned.2, 23.30-0.40u.